Iederéén wil dat innovatieve idee hebben

Start-ups In hun zoektocht naar innovatie azen bedrijven op technische studenten met goede ideeën. Maar van wie is zo’n idee vervolgens?

Student industrieel ontwerpen aan de TU Delft en ondernemer Timothy Somers (25) in zijn studentenhuis.
Student industrieel ontwerpen aan de TU Delft en ondernemer Timothy Somers (25) in zijn studentenhuis. Foto Robin Utrecht

Zonde om terug te gaan naar dat bijbaantje achter de bar, vond Timothy Somers (25) na zijn stage als productontwerper in Shanghai. De student industrieel ontwerpen had in China gewerkt aan serieuze opdrachten en veel verantwoordelijkheden gekregen. „Terug in Nederland dacht ik: wat ik daar deed, kan ik hier ook.”

Samen met een vriend besloot hij een open sollicitatie naar willekeurige bedrijven te sturen. Aangeboden: studenten industrieel ontwerpen. Gezocht: opdrachtgevers. Met succes. Bedrijven reageerden zo enthousiast dat de twee in 2017 een eigen ontwerpbureau oprichtten, Venturists. Daarmee koppelen ze nu ook andere studenten van de TU Delft aan opdrachtgevers.

Somers: „Bedrijven linken technische universiteiten aan frisse, innovatieve ideeën en zijn daarom benieuwd naar wat studenten in huis hebben. Voor studenten is het een mooie manier om werkervaring op te doen.”

Contracten

Die interesse van het bedrijfsleven in technische studenten zag Martin Haring terug in zijn promotieonderzoek. Deze vrijdag promoveert hij aan de Vrije Universiteit Amsterdam op het succes van studentondernemers. „Bedrijven willen gráág meedoen met de ideeën van studenten. Ze vergroten er bovendien hun eigen goodwill mee – ze bieden de studenten een goede start en introduceren ze in hun netwerk”.

Zo zien technische studenten hun toekomst voor zich: ‘Werk vinden wordt voor ons niet moeilijk’

De jacht op innovatie is voor studenten een handige manier om in contact te komen met potentiële werkgevers. Maar het roept ook een belangrijke vraag op: wanneer is een idee echt jouw idee? En hoe zorg je er als student voor dat een bedrijf vervolgens niet met dat idee aan de haal gaat?

Volgens Steven Van Huiden, begeleider van studentenstart-ups aan de TU Eindhoven, hoeven studenten voor dat laatste niet zo bang te zijn. „Het wereldje is klein. Als uitkomt dat een bedrijf het idee van een student stal, valt men over dat bedrijf heen. Op lange termijn is zoiets absoluut niet goed voor je imago, en dat weten ze.”

Maar zelfs dan is het goed je als jonge ondernemer af te vragen wie er eigenaar is van het idee of concept, waarmee je een bedrijf wil starten. Universiteiten en hogescholen maken op het gebied van ondernemen steeds meer mogelijk voor studenten. Ze kunnen afstuderen of stage lopen in hun eigen bedrijf en er wordt onderwijs gegeven in ondernemerschap. Maar universiteiten kunnen intellectueel eigendom op producten en ideeën die studenten tijdens hun studie opdoen ook claimen. Of (en hoe) ze dat doen verschilt per universiteit.

Op de TU Eindhoven zijn alle uitvindingen die tot stand komen tijdens werkzaamheden vóór de universiteit, ook van de universiteit. Studenten tekenen bij aanvang van de studie een contract waarin ze daarmee akkoord gaan. Op de TU Delft is het beleid soepeler, daar is sprake van gedeeld intellectueel eigendomsrecht.

Beide technische universiteiten sluiten daarnaast contracten met bedrijven, voor wie studenten tijdens een vak onderzoek doen. Bedrijven betalen de universiteit om mee te doen aan zo’n samenwerking. De universiteit fungeert dus als een soort ontwerpbureau, dat ideeën van studenten aan bedrijven verkoopt. Alleen: de student ziet van dat geld niets terug.

Wanneer er opdrachtgevers of onderzoekers van de universiteit betrokken zijn bij de totstandkoming van het idee, is het natuurlijk begrijpelijk dat studenten een idee niet per definitie zelf mogen exploiteren, zegt Dirk Visser, hoogleraar intellectueel eigendomsrecht aan de Universiteit Leiden. Maar een overeenkomst waarmee studenten alle (toekomstige) rechten afstaan, gaat volgens hem te ver. Het is ook de vraag of zo’n contract rechtsgeldig is, meent Visser.

Lees meer over jonge ondernemers: ‘Bij de pannenkoekenboerderij werken schoot niet op’

Lef tonen

Van Huiden erkent dat het huidige beleid van de TU Eindhoven te wensen overlaat. „We willen vertrouwelijke informatie van bedrijven of medewerkers vooral beschermen. Studenten zijn geneigd om bij een uitvinding automatisch te denken: die is van mij.”

En dát is niet helemaal terecht, zegt Van Huiden. „Als de universiteit een rol heeft gespeeld bij de totstandkoming van een idee, vragen we in ruil daarvoor ook aandelen in het bedrijf.” Wel zegt Van Huiden dat de universiteit op dit moment onderzoekt of het contract moet worden herzien.

Het is dan ook juist dat grijze gebied dat nog weleens voor probleem zorgt bij het starten van een onderneming, zegt Matthijs Bulsink van Dutch SE, een landelijke organisatie voor ondernemende studenten. Hij is met universiteiten in gesprek over hun beleid rondom intellectueel eigendom. „Neem bijvoorbeeld het gebruik van universiteitsfaciliteiten, of hulp van een medewerker. Wanneer telt iets als bijdragen aan de ontwikkeling van een ondernemingsplan?”

Onduidelijkheid geeft studenten soms het gevoel de universiteit niet te kunnen vertrouwen, zegt Bulsink. „Terwijl de universiteit juist een belangrijke bijdrage kan leveren aan het stimuleren van studentenstart-ups.”

Zo kwam een conflict tussen de TU Delft en een student industrieel ontwerpen in 2016 voor de rechter. De student had tijdens zijn masteropleiding het ‘E-Quarium’ ontworpen, een app die allerlei apparaten in huis koppelt en controleert op duurzaamheid. De universiteit wilde de uitvinding voor promotionele doeleinden inzetten, terwijl de student het verder uit wilde werken in een onderneming. Een juridisch expert oordeelde dat het eigendomsrecht moest worden verdeeld.

Die zaak kwam bij de rechter, maar meestal komt het niet zo ver. Vaker onderhandelen studenten en universiteiten onderling over een verdeling. Dutch SE is bang dat studenten in die situatie aan het kortste eind trekken, omdat zij zich niet altijd bewust zijn van hun rechten en voorzichtiger zijn.

De behoefte aan duidelijke richtlijnen voor universiteiten en voorlichting over ondernemerschap en eigendomsrechten voor studenten, is dus groot. Al moet je als student ook weer niet té bang zijn, meent Martin Haring. Want, zo zag hij in zijn promotieonderzoek, lef tonen is wat studenten uiteindelijk óók succesvol maakt.