Het valse schuldgevoel van moeders

Moeder Moeders torsen een overerfbaar schuldgevoel mee. Dat ze haar kinderen misselijkmakend mist, is geen teken van falend moederschap, zegt co-ouder .

De Amerikaanse fotografe Megan Jacobs maakt de serie Hidden Mothers, geïnspireerd op de beginperiode van de fotografie waarin de sluitertijd lang was. Bij het maken van foto’s werden kinderen bij hun moeder op schoot gezet en de moeder ‘verdween’ achter een kleed.
De Amerikaanse fotografe Megan Jacobs maakt de serie Hidden Mothers, geïnspireerd op de beginperiode van de fotografie waarin de sluitertijd lang was. Bij het maken van foto’s werden kinderen bij hun moeder op schoot gezet en de moeder ‘verdween’ achter een kleed. Foto’s Megan Jacobs

Als kind wilde ik van alles worden: dierenarts, paardentemmer, schrijver, dokter. Eén ding was zeker: moeder werd ik niet. Mijn associaties bij het concept moeder waren in strijd met zo’n beetje alles wat me lief was: vrijheid, avontuur, verandering, onvoorspelbaarheid. Mijn voorbeelden waren Ronja de Roversdochter en Hasse Simonsdochter, wilde meisjes die vochten voor hun vrijheid, die sterk, onafhankelijk en stoer waren.

Zo’n dertig jaar later heb ik twee dochters, ben ik gescheiden en co-ouder ik met de vader van mijn kinderen. En anders dan ik indertijd dacht, voel ik me heel erg moeder. Het regelmatige missen van de kinderen ging me bepaald niet meteen goed af. En ook nu nog voel ik me wanneer ze niet bij me zijn vaak als een op hol geslagen kompas: stuurloos, richtingloos.

Aanvankelijk dacht ik dat het mijn moederinstinct was dat alarm sloeg: kinderen horen bij hun moeder, het was onnatuurlijk dat ze niet bij mij waren. Toen ik mij daarin ging verdiepen, bleek dat een misverstand.

De Franse feminist en filosoof Elisabeth Badinter, zelf moeder van drie kinderen, zet in De mythe van de moederliefde vraagtekens bij het moederinstinct. Ze neemt de westerse opvoedpraktijken van de afgelopen driehonderd jaar onder de loep, ze beschrijft hoe vrouwen in de zestiende en zeventiende eeuw hun kinderen de eerste vier jaar van hun leven onderbrachten bij een min. Een beetje bemiddelde vrouw gaf geen borstvoeding en besteedde dat uit.

Lees ook: ‘Als vrouw kun je niet gewoon zeggen dat je geen kind wilt’

Dat veranderde pas in de tweede helft van de achttiende eeuw, met Rousseaus filosofie van terug naar de natuur. Weer honderd jaar later kwamen daar Freuds ideeën over de rol van de moeder als sleutel tot psychologische gezondheid nog bij. Dat soort theorieën zette vrouwen ertoe aan de moederrol op zich te nemen.

En niet zonder resultaat. Tegenwoordig is het idee je eigen kind niet te voeden en te verzorgen onbestaanbaar. Voor mij voelde de overgang van borst naar fles al als een moreel mijnenveld.

Maak je onmisbaar, zo word je gelukkig

Het denken over de rol van moeders sloeg dus in de loop van een aantal eeuwen om, met als belangrijk kantelpunt het ontstaan van de mythe van het natuurlijke moederschap: de spontane liefde van de moeder voor haar kind. Het credo werd: wees een goede moeder en maak je onmisbaar voor het gezin, zo word je gelukkig, verdien je respect en word je geaccepteerd.

De aantrekkingskracht van het moederschap heeft daarmee te maken: je doet als vanzelf het goede, of lijkt dat te doen. Moeder worden betekent dat je beloond, bevestigd en gezien wordt. Ook ik herinner me de eerste maanden als moeder als een soort triomftocht.

Deze manier van denken over moederschap zadelt vrouwen op met onterechte schuldgevoelens, schrijft Badinter in De mythe van het moederschap. Want met het toenemen van het belang en de verantwoordelijkheid van de moeder werd de lijn tussen verantwoordelijkheid en schuld steeds vager.

Opvallend genoeg lijkt het voor mannen een minder zwaarwegende beslissing, wel of geen kind

Schuldgevoelens zijn inderdaad nooit ver weg sinds ik moeder ben. Ook over de scheiding en het co-ouderen voelde ik steevast een groot ongemak. Dat merkte ik bijvoorbeeld op het schoolplein. Ook al wist ik dat ik daar niet de enige gescheiden ouder ben, toch voelde ik altijd opluchting wanneer ik die ene moeder trof van wie ik wist dat ze haar dochter alleen opvoedt. En al zei ik nog zo vaak tegen mezelf hoe normaal het is om een eenoudergezin te zijn, wanneer iemand het had over zijn gezin kreeg ik buikpijn: mijn gezin voelde half, gebroken, kapot. De overtuiging dat een moeder altijd bij haar kinderen hoort te zijn en daar alles voor moet opofferen, was kennelijk hardnekkig.

Die hardnekkigheid verklaart de Amerikaanse psychoanalytica Nancy Chodorow in haar boek The Reproduction of Mothering, waarin ze uitlegt hoe het moederschap en het zorgen worden doorgegeven van moeder op dochter. Het is overerfbaar, zegt Chodorow, niet via de weg van de biologie maar van de psychologie. Vrouwen worden volgens haar geconditioneerd tot moeder, wat resulteert in dat schijnbaar instinctieve moederlijke gedrag. Die verwarring tussen nature en nurture kan dus verklaren dat ik mijn onrust bij het missen van de kinderen als een instinct heb gezien, als iets waar ik mee geboren ben.

Een vrouw is een moeder – en een moeder offert zichzelf op voor haar kinderen. Deze gedachte lijkt nog altijd stevig verankerd in ons collectieve onbewuste, tal van feministische golven ten spijt. Vrouwen die geen moeder willen worden, moeten zichzelf vaak verklaren. Ook ik voel de neiging om een vrouw die geen kinderen wil, te overtuigen van het gemis dat haar te wachten staat.

Het verraadt mijn vooringenomenheid, kennelijk vind ik dat een leven zonder kinderen minder vervullend is. En kennelijk heeft die overtuiging postgevat in mijn onbewuste. Eenzelfde neiging voel ik namelijk niet bij een man die ervoor kiest geen kinderen te krijgen. Ik ga ervan uit dat hij gewoon wat anders wil met zijn leven.

Foto’s Megan Jacobs

Opvallend genoeg lijkt het voor mannen ook een minder zwaarwegende beslissing, wel of geen kind. Een beslissing die minder effect lijkt te hebben op hun overige levensdoelen: promoveren of vader worden, een eigen bedrijf beginnen of vader worden, een buitenlandse carrière of vader worden – het maakt niet zoveel uit.

Intussen voelt al dat moederen en zorgen voor veel vrouwen helemaal niet als een natuurlijke neiging. Sterker, je moet behoorlijk je best doen om je volledig toe te leggen op de verzorgende taken. Dagen aan één stuk door luiers verschonen, gezichten poetsen, boodschappen doen, koken, wassen en pleisters plakken is geen instinctief gedrag, dat is domweg hard werken. Toch doen we het alsof het vanzelfsprekend is. Hoe komt dat?

Lees ook: Hoed u voor de vader die doet of hij god is

De drijvende kracht is schuldgevoel, begrijp ik na het lezen van Badinter en Chodorow: de knoop in je maag wanneer je je kind op de crèche achterlaat, de vertwijfeling wanneer je een avond uitgaat met een nieuwe oppas thuis, de misselijkmakende brok in je keel wanneer je kinderen een paar dagen per week in een ander huis slapen.

Schuldapparaat

Dat altijd sluimerende schuldgevoel lijkt bij het moederschap te horen. Niemand hoeft ons te dwingen om iets te doen, dat doen we zelf wel. Wat we aanzien voor instinctief gedrag is in werkelijkheid een autonoom functionerend schuldapparaat, dat zich al op vroege leeftijd nestelt in de vrouwelijke psyche – en dat ons als we eenmaal kinderen hebben voortdurend opjaagt.

Het besef dat niet mijn gefnuikte biologische moederinstinct maar dit eeuwenoude schuldcomplex het richtingloze gevoel veroorzaakt wanneer ik zonder de kinderen ben, lucht op. Mijn schuldgevoel is nog niet helemaal verdwenen, maar ik begrijp mezelf nu beter. En het troost me te weten dat mijn schuldgevoel onderdeel is van de verwachtingen en normen van de cultuur waarin ik leef.

Lees ook: Lees het perspectief van de vrouw

Sinds mijn zoektocht naar de oorzaken kijk ik ook met meer relativering naar rolpatronen. Dit betekent niet dat ik lekkende kranen of kapotte fietsen repareer, maar wel dat ik langzaam loskom van het idee dat ik als gescheiden moeder niet genoeg voor mijn kinderen ben, omdat ik ze geen traditioneel gezin meer bied. En dat betekent weer dat ik geen dingen hoef te kunnen repareren om mijn vermeende tekort goed te maken, maar gewoon een klusjesman kan bellen.

Natuurlijk mis ik de kinderen nog steeds en zou ik ze het liefst alle dagen van de week naar bed brengen. Maar dat is missen zonder schuld, waardoor ik me vrij voel ook andere rollen te spelen naast de rol van moeder (of van moeder zonder kinderen).

Ik hoop dat ook dat gevoel van vrijheid psychologisch overerfbaar is.