Recensie

Recensie Beeldende kunst

Fenomenale tekeningen zijn ongefilterde inkijkjes in het leven van de meesters

Tweehonderd tekeningen uit de fenomenale collectie van het Poesjkin Museum tonen vijf eeuwen kunstgeschiedenis met werken van meesters als Dürer, Rembrandt, Van Gogh en Picasso.

Caspar David Friedrich, ‘Deux hommes au bord de la mer’ (1830-1835).
Caspar David Friedrich, ‘Deux hommes au bord de la mer’ (1830-1835). Collectie Poesjkin Museum
    • Sandra Smallenburg

Slechts twee lijntjes had Henri Matisse op 16 juli 1944 nodig om een perzikje te tekenen: één voor de omtrek en één voor het kuiltje waar het steeltje had gezeten. Het zal hem niet meer dan een paar minuten gekost hebben om op deze zomerse dag met zijn kroontjespen en wat zwarte inkt een hele schaal vol met perziken op papier te zetten. De Arabische kan op de achtergrond vatte hij in vijf lijnen samen. De contouren van de schenktuit gingen in één lange zwierige streep, het handvat en het voetstuk noteerde hij met een paar korte krabbels.

Henri Matisse, Arabische kan en perziken op een bord (16 juli 1944, 52 x 40 cm) Collectie Poesjkin Museum

Zo trefzeker en puur als deze Arabische kan en perziken op een bord (52 x 40 cm.) zie je tekeningen maar zelden. Tekenen was voor Matisse „een manier om uitdrukking te geven aan intieme gevoelens”, schreef hij in 1939 in een artikel. Zijn gemoedstoestand wilde hij „zo spontaan en eenvoudig mogelijk, zonder zwaarte” overbrengen op de toeschouwer. Vandaar de lichtheid, de frivoliteit haast, van zijn lijnenspel.

Maar liefst acht van die aandoenlijk eenvoudige tekeningen van Matisse, waaronder voorstudies voor zijn beroemde schilderijen Dans en Baders, zijn nu te zien op een indrukwekkende tentoonstelling in de Parijse Fondation Custodia.

In totaal heeft de Fondation, in 1947 opgericht door de Nederlandse verzamelaar Frits Lugt (1884-1970), tweehonderd tekeningen kunnen lenen van het Poesjkin Museum in Moskou. Samen bieden ze een reis door vijf eeuwen kunstgeschiedenis, langs beroemde meesters als Dürer, Rubens, Rembrandt, Watteau, Degas, Van Gogh, Kandinsky en Picasso.

Henri Matisse, ‘Dans en Baders’ (1909)

Collectie Poesjkin Museum

Veel van die werken zijn nooit eerder in Europa tentoongesteld. Keer op keer word je verrast door plaatjes die je nog niet kent.

Wat direct opvalt, is dat veel van de tekeningen zoveel vrijer zijn dan de schilderijen die we van deze meesters kennen. De wolkjes die Paul Signac in 1922 boven een gezicht op een Zuid-Frans dorpje tekende, zijn bijna striptekeningen, zo karikaturaal ogen die. En de schwung waarmee Tiepolo rond 1730 een engel schetste, met wat vegen bruine inkt, doet zo ongelofelijk modern aan dat je bijna niet kunt geloven dat dit vel al bijna drie eeuwen oud is.

Parmigianino, Studie van hoofden (1525-1527)

Collectie Poesjkin Museum

Tekeningen brengen je dichterbij de kunstenaar dan schilderijen doorgaans doen. Ze tonen ongefilterde inkijkjes in het leven van de maker. Zie bijvoorbeeld hoe liefdevol Marc Chagall zijn zusje Aniouta tekende, rond 1908, terwijl ze vermoeid met haar hoofd op haar arm rust. Of kijk naar de ontroerende tekening die Caspar David Friedrich rond 1835, vijf jaar voor zijn dood, maakte van twee mannen die uitkijken over een zee waar de zon net ondergaat. De Duitse meester van de romantiek schetste de voorstelling toen hij al terminaal ziek was en niet meer met olieverf kon werken. Toch bleef hij in gedachten terugkeren naar de geliefde landschappen die hij zo vaak had geschilderd.

Het voelt als een voorrecht om hier in Parijs met je neus gedrukt te mogen staan op vellen die soms meer dan vijf eeuwen oud zijn en betekend werden door meesters als Dürer, Veronese, Parmigianino en Hans Baldung Grien. Om te zien hoe ze schetsjes maakten van hun vrienden, of van kunstwerken die ze bewonderden. Hoe ze voorstudies maakten voor schilderijen die later Duitse en Italiaanse kerken zouden decoreren.

Giuseppe Cesari bijvoorbeeld, krabbelde rond 1591 even snel een detail voor een veel groter schilderij voor een Romeinse kerk op papier, van twee gespierde mannen die zware zakken een trap op dragen. Met slechts enkele arceringen van zwart en rood krijt gaf Cesari het tweetal heerlijk gespierde kuiten en ronde billen mee. Het lijkt wel of ze gisteren zijn getekend.

Giuseppe Cesari,Schets voor de belastinginners, 1591-1593 Collectie Poesjkin Museum