Opinie

Europese Unie handelt verstandig in controverse over WW

uitkeringen

Tegen de verwachtingen in is woensdag een besluit uitgesteld om de WW-regels voor groepen werknemers in de Europese Unie te verruimen. Dit is een voorlopig succes voor minister Wouter Koolmees (Sociale Zaken, D66) en zijn collega’s uit Duitsland, Oostenrijk, Malta en Denemarken. Deze vijf stemden vorig jaar zomer al tegen een voorstel van de Europese Commissie om de zogeheten coördinatieverordening van de Europese Unie te wijzigen. België, Luxemburg en Cyprus onthielden zich van stemming.

Eén van de gevolgen van de voorgestelde veranderingen is dat de werkloosheidsuitkeringen voor mensen die in een ander land wonen dan hun werkland niet langer voor maximaal drie maanden kunnen worden meegenomen maar voor zes maanden. De kritiek van Nederland kreeg de afgelopen maanden extra lading na het bekend worden van verhalen over misbruik van de ‘verhuis-WW’.

Uitkeringsinstantie UWV zou nauwelijks controleren of bijvoorbeeld werkloze Polen wel recht hadden op hun Nederlandse werkloosheidsuitkering die zij in eigen land kregen overgemaakt. Daar kwamen later nog beschuldigingen bij dat uitzendbureaus hun buitenlandse werknemers na een dienstverband van 26 weken ontsloegen en met ‘WW-vakantie’ stuurden. Hiermee werd voorkomen dat zij na die eerste periode pensioenbijdragen voor hen moesten afdragen. Als gevolg van de door de Europese Commissie voorgestelde verruimde regeling zou de onbedoelde ‘WW-vakantie’ verlengd kunnen worden tot zes maanden.

Minister Koolmees erkende dinsdag tijdens een spoeddebat in de Tweede Kamer dat dit effect van de aangepaste Europese wetgeving het „rechtvaardigheidsgevoel” tart. Hij had het in dit verband over „een graat in de keel”. Een briesende Tweede Kamer had kort daarvoor van links tot rechts geen goed woord over gehad voor de voorgestelde verruiming van de werkloosheidsregeling.

De komende tijd zal moeten blijken of het verzet van onder andere Nederland er werkelijk toe zal leiden dat het voorstel van de Europese Commissie wordt aangepast. De realiteit is nu eenmaal dat een meerderheid van de EU-lidstaten geen bezwaar heeft tegen uitbreiding van de WW-uitkeringsduur.

De reden is simpel: omdat de meerderheid van de EU-lidstaten landgenoten heeft die in andere landen werken heeft diezelfde meerderheid ook voordeel bij de nieuwe regeling. Overigens maakt de zo bekritiseerde aanpassing deel uit van een veel breder pakket waar Nederland op onderdelen ook baat bij heeft.

In het uiterste geval zou Nederland een beroep kunnen doen op de ‘noodremprocedure’ waarna het vraagstuk wordt voorgelegd aan de Europese regeringsleiders. Los van de vraag of de bezwaren dan wel zullen worden gehonoreerd geeft het inzetten van de nucleaire optie een verkeerd politiek signaal af. In de divers samengestelde Europese Unie is het voor de lidstaten vaak een kwestie van geven en nemen. Er zijn vele lusten, maar soms ook lasten zoals nu voor Nederland bij de uitbreiding van de WW-rechten. Dan resteert er voor een land weinig anders dan zich neerleggen bij de meerderheid. Minister Koolmees heeft dan ook terecht afgezien van de noodremprocedure.

Tegelijk hebben andere lidstaten die geen bezwaar hadden er verstandig aan gedaan de regeling niet door te drukken. Een werkgroep gaat nu eerst de zorgen van de minderheid nog eens bekijken. Het is zeker geen garantie voor resultaat. Maar de consensusmachine die de Europese Unie is, heeft voorlopig gewerkt.