Verzetsgroep tegen Noord-Koreaans regime bekent inval ambassade Madrid

Op 22 februari werd de Noord-Koreaanse ambassade in Madrid door tien man binnengevallen en werd mogelijk gevoelige informatie buitgemaakt.

De Noord-Koreaanse ambassade in Madrid.
De Noord-Koreaanse ambassade in Madrid. Foto Mariscal/EPA

Een verzetsgroep die het regime van de Noord-Koreaanse leider Kim Jong-un omver wil werpen, heeft dinsdag de verantwoordelijkheid voor de inbraak van afgelopen maand bij de Noord-Koreaanse ambassade in Madrid opgeëist. De groep heet Cheollima Civil Defense (CCD), maar staat ook bekend als Free Joseon. De Spaanse justitie heeft de Verenigde Staten om de uitlevering van twee leden van de groep gevraagd.

De inval bij de ambassade vond op 22 februari overdag plaats, enkele dagen voor de mislukte top in Hanoi waar Kim Jong-un en president Donald Trump elkaar spraken over de denuclearisatie van Noord-Korea. Tien mannen vielen de ambassade in Madrid binnen, zo bleek dinsdag uit het onderzoek van de hoge rechter in Madrid. Zij bonden het personeel vast, sloegen hen en dwongen hen om documenten, mobiele telefoons, laptops en andere gegevensdragers af te staan. Ook probeerden ze het personeel tevergeefs ervan te overtuigen om te deserteren. De CCD bood de afgepakte gegevens vervolgens aan bij de Amerikaanse FBI.

Politie afgewimpeld

De Amerikaanse overheid heeft alle betrokkenheid bij de inval in de ambassade ontkend. De Spaanse hoge rechter José de la Mata denkt dat alle leden van de groep nu in de VS zijn en heeft aangekondigd ook om hun uitlevering te gaan vragen. De indringers zouden maximaal 28 jaar cel kunnen krijgen. In een rapport van de Spaanse hoge rechter worden de namen van drie groepsleden genoemd, onder wie een Amerikaan en een Zuid-Koreaan. Adrian Hong Chang, een Mexicaanse staatsburger die in de VS woont, zou de aanvoerder zijn geweest van de tien inbrekers.

Lees ook: Kims halfbroer was niet machiavellistisch genoeg

De Spaanse krant El País schrijft dat Hong Chang zich voordeed als Noord-Koreaanse diplomaat toen de politie arriveerde bij de ambassade van Noord-Korea. Hong Chang zou de politie hebben afgewimpeld en net hebben gedaan alsof er niets aan de hand was op de ambassade. Vervolgens zou hij op een vliegtuig naar Lissabon gestapt zijn en daarna zijn doorgevlogen naar de VS. Daar zou hij de buitgemaakte informatie met de FBI hebben gedeeld.

Hanoi-top

De Cheollima Civil Defense liet in 2017 voor het eerst van zich horen na de moord op Kim Jong-nam, de halfbroer van de Noord-Koreaanse leider. Hij werd op het vliegveld van de Maleisische hoofdstad Kuala Lumpur vermoord. De CCD zette een videoboodschap online van de zoon van Kim Jong-nam en daarnaast zou de groep zijn familie in veiligheid hebben gebracht. Daarna was het lang stil rond de groep, tot de inval bij de ambassade in Madrid vorige maand.

Wat de groepering met de inval precies wilde bereiken is niet bekend. Mogelijk probeerde de CCD informatie te verkrijgen over de voormalige Noord-Koreaanse ambassadeur in Spanje, Kim Hyok-chol, die tegenwoordig Noord-Koreas hoofdonderhandelaar is in de onderhandelingen met de VS.

In een verklaring op hun website zegt de CCD: “Deze schertsvertoning van doen alsof het regime een normale regering is, moet stoppen - het regime is gewoon één gigantische criminele onderneming.” De groep ontkent dat medewerkers van de ambassade zijn vastgebonden en geslagen. Ook zegt de groep dat de inval niets te maken had met de Hanoi-top. Verder zegt de CCD dat er niet werd samengewerkt met de FBI of in opdracht van een ander land werd gehandeld.

“We erkennen en bieden onze excuses aan voor het eventuele ongemak dat is veroorzaakt voor de autoriteiten van Spanje, die in een moeilijke situatie zijn terechtgekomen”, aldus de CCD in de verklaring. De verzetsgroep geeft in de verklaring op hun site toe dat leden van de groep informatie hebben gedeeld met de FBI, “onder onderling overeengekomen vertrouwelijkheidsafspraken”. “Deze informatie is vrijwillig en op hun verzoek gedeeld, niet op ons verzoek. Die afspraken lijken te zijn geschonden.”