Recensie

Recensie Beeldende kunst

Veertig kunstenaars over Michael: martelaar, held en antiheld

Expositie Michael Jackson Veertig kunstenaars tonen hun visie op Michael Jackson in een expositie in Bonn. Waar ook de misbruikzaak nonstop wordt besproken.

David LaChapelle, An Illuminating Path (1998)
David LaChapelle, An Illuminating Path (1998) Foto David LaChapelle

Bij de Bundeskunsthalle Bonn wordt Michael Jackson op een voetstuk gezet. De dag voor de opening van de tentoonstelling Michael Jackson: On The Wall op 22 maart, wordt een gouden beeld van de King of Pop met zijn aapje Bubbles geïnstalleerd en een gigantisch schilderij van Jackson te paard aan de muur gehangen. Het beeld van de Amerikaanse beeldhouwer Paul McCarthy lijkt rechtstreeks uit een spotprent te zijn gestapt, met een uitvergroot hoofd en uitgerekte schoenen. Het schilderij van Jackson van Kehinde Wiley, de ‘hofschilder’ van Obama, is geïnspireerd door Rubens Filips II te paard en blinkt uit door zijn oog voor detail.

Samen met meer dan veertig andere kunstenaars laten ze hun licht schijnen op popster Michael Jackson (1958-2009).

Paul McCarthy, Michael Jackson and Bubbles

Foto Martin Meissner/ AP

Michael Jackson: On The Wall is een initiatief van de National Portrait Gallery in Londen, waar de tentoonstelling vorig jaar te zien was. Dat was voordat de documentaire Leaving Neverland uitkwam, waarin onlangs nieuwe aantijgingen van seksueel misbruik van minderjarige jongens door Jackson naar voren kwamen. Sinds die film wordt het ondersteunen van Jacksons artistieke nalatenschap breed betwist; op verschillende plekken is Jacksons muziek van afspeellijsten gewist en in een Kindermuseum in Indianapolis zijn kunstwerken afkomstig van Jackson verwijderd.

De expositie in Bonn lijkt hierdoor te zijn ingehaald door de actualiteit, maar de directeur van de Bundeskunsthalle Rein Wolfs ziet dat anders. „We hebben een tentoonstelling die cultuurgeschiedenis laat zien en ik zou het volkomen verkeerd vinden om deze geschiedenis uit te wissen. Niet het werk of de persoon Michael Jackson staat hier op de voorgrond, maar het fenomeen door het oog van de kunstenaars. Dit is geen biografische tentoonstelling.”

Kehinde Wiley, Equestrian Portrait of King Philip II (Michael Jackson) (2010)

Foto Jeurg Iseler, Courtesy Stephen Friedman Gallery, London en Sean Kelly Gallery, New York

Schuld en onschuld

Toch onderkent het museum in een statement, met zwarte letters op een rode muur naast de ingang, dat het onmogelijk is om de biografische aspecten van Jackson los te zien van de door hem geïnspireerde kunst. Wolfs: „We voelen de verantwoordelijkheid van het museum om het moeilijke onderwerp, seksueel misbruik, niet te vermijden.”

De Bundeskunsthalle ondervangt dit door podiumdiscussies te organiseren waarin de controverse ter sprake zal komen en door medewerkers het publiek te laten bijstaan. „Er zal voortdurend een live-speaker in de tentoonstellingsruimte aanwezig zijn, die het gesprek proactief met mensen in gesprek gaat over de huidige situatie en te kijken naar hoe je op verschillende manieren het werk kan interpreteren. De tentoonstelling is bij uitstek een platform om langer dan de mediahype rondom Leaving Neverland vragen te bediscussiëren. Maar het is ook belangrijk om niet te vergeten dat we te maken hebben met aantijgingen en niet met een veroordeling.”

Het thema schuld en onschuld is een onderdeel van veel geëxposeerde werken, hoewel de meeste voornamelijk een hommage aan Jackson zijn. Zoals de gevallen glitterhandschoen in de foto die David LaChapelle maakte in 2009, na het overlijden van Jackson. In American Jesus: Hold me, Carry me boldly, ligt Jackson als een martelaar in de armen van Jezus. Een moderne Piëta. LaChapelle bekritiseert de menselijke neiging om iemand eerst op een voetstuk te zetten en daarna neer te halen. Een heksenjacht, noemde hij de rechtszaken tegen Jackson destijds.

Michael Jackson op foto’s van David LaChapelle op de expositie in Bonn.

Foto FRIEDEMANN VOGEL/ EPA

De felle esthetiek van LaChapelles kleurenfoto’s zetten een schijnwerper op het imago dat voor Jackson zo belangrijk was; een volwassen kind dat de ultieme prijs betaalde voor zijn roem.

Andy Warhol ging LaChapelle voor in zijn fascinatie voor Jackson. Warhol en Jackson ontmoetten elkaar in het artistieke broeinest Studio 54 in het New York van de jaren tachtig. Warhol vulde een van zijn talloze tijdscapsules met items die hem aan Jackson deden denken. Die capsule staat in een kamer vol met tekeningen, schilderijen en foto’s die je mee terugnemen naar de tijd waarin Jackson als soloartiest van start ging. Dawn Mellors grof geschilderde Thriller, waarin het lijkt alsof een zombie-Jackson met uitpuilende ogen achter je aan zit, valt op.

Zwart zelfbewustzijn

Lees ook uit NRC’s ArtToo-special: Moeten vieze mannen weg uit het museum?

Tussen de roodleren jasjes, soepele benen en grote kapsels op de expositie, valt de foto van een klein wit huis met twee slaapkamers bijna in het niet. Het is de plek van waaruit het Afro-Amerikaanse gezin Jackson met acht kinderen de weg naar bekendheid wist te vinden.

De roem en de fans van Jackson, die na de documentaire weer van zich lieten horen, komen in de tentoonstelling duidelijk aan bod. Candice Breitz laat zestien Duitse fans het hele Thriller-album van Jackson nazingen in een video-instalatie. Dan Mihaltianu toont beelden van fans in extase tijdens het concert van het album Dangerous in Boekarest, ooit voor veel Roemenen de eerste directe ervaring met popcultuur uit het Westen.

Mark Flood, Michael (1984).

Foto Courtesy Stefan Simchowitz

Dat Jackson voor velen de American Dream belichaamde, komt duidelijk naar voren in de kamer met Afro-Amerikaanse kunst. Er is verering, zoals de door Faith Ringgold beschilderde deken waarin Jackson tussen burgerrechtenactivisten zoals Martin Luther King en Rosa Parks wordt geplaatst, en maatschappelijke kritiek. David Hammons installatie Which Mike do you want to be like? bestaat uit drie verschillende microfoons die op onbereikbare hoogte zijn opgesteld. Myke Tyson, Michael Jordan en Michael Jackson zijn hier de aspiraties waaruit een zwarte man kan kiezen: sporter of entertainer.

„Zwart zelfbewustzijn spreekt uit de tentoonstelling en dat is goed”, zegt directeur Rein Wolfs. „Aan het einde zie je hoe dat zwart eigenlijk verdwenen is uit het gezicht van Michael Jackson. Dat is een interessante tegenstelling met werken die juist dat zwarte bewustzijn thematiseren.”

In de laatste zalen van de tentoonstelling lijken Jackons afbeeldingen vooral uit maskers te bestaan. Gary Hume’s schilderij Jackson lijkt rechtstreeks uit een aflevering van Southpark te zijn gewandeld, het karikaturale gezicht dat uit een paar dik aangezette strepen bestaat, lijkt griezelig veel op het gezicht van de echte Jackson in zijn laatste levensfase. De persoon wordt naarmate de tentoonstelling vordert steeds duidelijker een construct, en dat laat meer ruimte voor vragen. En dat, alle kunstwerken en essays in de catalogus ten spijt, de echte Man in the mirror altijd een mysterie is gebleven.

Rechts: Gary Hume’s Michael (2001) op de tentoonstelling in Bonn.

Foto Laurin Schmid