Veel deelnemers en hoge opsporing darmkanker bij bevolkingsonderzoek

Zo’n 3,85 miljoen mensen tussen de 55 en 75 jaar kregen een uitnodiging om hun ontlasting te laten onderzoeken. De ‘poeptest’ blijkt beter te werken dan verwacht.

Een pakket met een ontlastingstest dat wordt gebruikt voor het bevolkingsonderzoek naar darmkanker.
Een pakket met een ontlastingstest dat wordt gebruikt voor het bevolkingsonderzoek naar darmkanker. Foto Lex van Lieshout/ANP

Het bevolkingsonderzoek naar darmkanker heeft meer deelnemers aangetrokken dan vooraf werd verwacht. Ook zijn er vaker poliepen of darmkankers opgespoord tijdens de eerste vier jaar van het onderzoek, dat sinds 2014 loopt. In een evaluatierapport noemt het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) het bevolkingsonderzoek woensdag “een succes”.

Een grote groep Nederlanders van 55 tot 75 jaar oud kregen tussen 2014 en 2017 een uitnodiging om deel te nemen aan het onderzoek. Van de 5,3 miljoen genodigden stuurden er 3,85 miljoen een ‘poeptest’ op, waarbij de ontlasting wordt getest op de aanwezigheid van bloed - een mogelijke aanwijzing voor darmkanker. Het opkomstpercentage van 72 procent is flink hoger dan de verwachte 60 procent, aldus Jaap van Delden, hoofd van het Centrum voor Bevolkingsonderzoek bij het RIVM.

De test, waarvoor deelnemers elke twee jaar werden uitgenodigd, is ook effectiever dan gedacht. In 85 procent van de gevallen werd de aanwezige darmkanker, die in een vroege fase relatief goed behandelbaar is, opgespoord. De onderzoekers hadden dat opsporingspercentage op 75 procent geschat. Bij bijna 0,4 procent van de deelnemers werd uiteindelijk darmkanker geconstateerd, bij 2 procent werden grote poliepen (die mogelijk uitgroeien tot tumoren) gevonden.

Voortijdig opsporen, minder sterfgevallen

Het RIVM vermoedt dat in 2030 het aantal gevallen van darmkanker met bijna eenvijfde kan worden teruggebracht. Doordat het bij een ziekte in een vroeg stadium wordt vastgesteld, zou het aantal sterfgevallen bovendien met eenderde kunnen afnemen. In 2017 overleden ruim vijfduizend Nederlanders aan de ziekte. Van de ruim 14.200 darmkankerpatiënten was 95 procent ouder dan vijftig jaar.

De bedoeling is dat het bevolkingsonderzoek in deze vorm de komende jaren blijft. Het RIVM verwacht dat het ertoe leidt dat diagnoses eerder kunnen worden gesteld, en mensen minder zware behandelingen moeten ondergaan. De kosten van het bevolkingsonderzoek worden geschat op 2.200 euro per gewonnen levensjaar, en vallen dus ruim onder de grens van 20.000 euro dat in Nederland is vastgesteld voor een goede screening.

Iemand met darmkanker kan bloed of slijm in de ontlasting hebben, of last hebben van vermoeidheid door bloedarmoede. Darmkrampen, pijn of een veranderde stoelgang kunnen ook symptomen zijn. In sommige gevallen blijven de symptomen voor lange tijd uit.