STRP zoekt theater tussen mens en machine

Festival Theater kan tegengif bieden voor technologie-fatalisme. Dat gebeurt volgens curator Gieske Bienert op het festival STRP in Eindhoven, waar de ontmoeting tussen kunst en technologie centraal staat.

De voorstelling Motus Mori van KatjaHeitmann.
De voorstelling Motus Mori van KatjaHeitmann. Foto Hanneke Wetzervan KatjaHeitmann - foto Hanneke Wetzer

Theater is minder georiënteerd op voortschrijdende technologie dan andere kunstvormen. Dat komt wellicht doordat de live aanwezigheid van acteurs een grondbeginsel van theater is.

Toch zit er juist in de ontmoeting tussen theater en technologie veel artistiek potentieel. Het menselijke element kan mooi contrasteren met het technische, anorganische en het ongrijpbare van het digitale. Jonge theatermakers als Davy Pieters en het collectief Urland werken bij voorbeeld met die spanning.

Zaterdag begint in Eindhoven het negendaagse festival STRP waar de ontmoeting tussen kunst en technologie centraal staat. Gieske Bienert (1977) is curator en adjunct directeur. Haar loopbaan staat in het teken van de dwarsverbanden tussen theater, performance en e-culture (kunst rondom technologie). Ze begon als programmamaker bij het Eindhovense performancecollectief United Cowboys en werkte daarna bij het theater Plaza Futura als ‘crossover-programmeur’.

Sinds 2015 cureert Bienert STRP. „Mijn aandacht ging altijd al uit naar innovatie en het samenbrengen van kunstdisciplines.” Ze stimuleert dwarsverbanden door artistieke invalshoeken met elkaar te confronteren. „Zo ontstaan nieuwe vormen die een nieuwe blik op de werkelijkheid bieden. De kracht van theater en performance is dat het mensen op een andere manier raakt, een zachtere manier, dan de eerder harde, technische uitstraling van e-culture. We wilden bij STRP bekijken hoe we met de combinatie een meer toegankelijke ervaring voor het publiek teweeg zou kunnen brengen.”

Je ziet het volgens Bienert bij voorbeeld in het werk van choreograaf Katja Heitmann, die op STRP 2017 in haar voorstelling Pandora’s Dropbox de grens opzocht tussen mens en machine: „Zes danseressen bewegen strak en als robots door de publieke ruimte, maar hun lichaam verraadt hen door kleine trillingen of het vloeien van tranen. Die spanning tussen het lichamelijke en anorganische roept empathie op en betrekt de toeschouwer meer dan wanneer er alleen technologie te zien is.”

Dit jaar staat het Zweedse theatercollectief Lundahl & Seitl op het festival. „Zij werken in Eternal return met virtual reality, 3D-geluid en fysieke objecten en performers om je zintuigen conflicterende informatie te geven, waardoor je op je eigen invulling wordt teruggeworpen.”

De spanning tussen het lichamelijke en anorganische roept empathie op

Bienert ziet parallellen tussen hoe we in de maatschappij naar technologie kijken en de kunst die erover gemaakt wordt. Eerst was innovatie een doel op zich. „Nu wordt meer de vraag gesteld over wat de technologie nu eigenlijk voor de mens betekent. De focus verschuift van ‘kijk eens naar wat er allemaal is’ naar ‘wat is de impact hiervan, en welke rol kunnen creativiteit en verbeelding hierin spelen.”

Politiek bewustzijn

Dat betekent volgens Bienert dat er binnen e-culture meer nadruk komt te liggen op het verhaal dat een werk vertelt en de wereld die het schetst: zaken waar theatermakers van nature in gespecialiseerd zijn. Theatermakers doen ook meer aan onderzoek op dit gebied.

Ze vindt het interessant dat daardoor een sterker politiek bewustzijn in de kunst sluipt. „Ik zie STRP ook meer als een kunstenfestival dat over de disciplines heen werkt. Naarmate technologie steeds alomtegenwoordiger is wordt de focus daarop als artistiek medium minder van belang. Het festival mag steeds meer een filosofisch karakter krijgen, waarbinnen op verschillende manieren wordt stilgestaan bij ethische vragen rond de impact van technologie. Daarbij helpt het ook dat we een producerend festival zijn, wat betekent dat je continu in gesprek bent met de kunstenaars en hen dus bij het nadenken over het festival kunt betrekken.”

Voorstelling Augmented Reality Tour Billenium van Uninvited Guests.

Foto Jon Aitken.

De centrale vraag is volgens Bienert: hoe willen we onze gezamenlijke toekomst vormgeven en hoe kunnen we daar een actieve rol in spelen in plaats van technologische ontwikkelingen lijdzaam te ondergaan? Dat betekent dat je niet louter in gevaren moet denken. „Je moet zin hebben in de toekomst om alternatieven te bedenken voor de wereld die de grote techgiganten ons opleggen. Hoe maken we de toekomst weer wild & exciting?”

Een goed voorbeeld daarvan vindt ze het werk van het Britse collectief Uninvited Guests: „Zij organiseren Augmented Reality Tour Billennium, een rondleiding in de directe omgeving van het festival. Het publiek kijkt echter uitsluitend via hun telefoonscherm naar de realiteit, en door middel van animaties worden ze meegenomen in een mogelijke toekomst. Vervolgens gaan de makers daarover met publiek in gesprek, en hun antwoorden worden direct in de animatie verwerkt, zodat er collectief een architectonisch toekomstbeeld wordt gecreëerd. Zij laten de meerwaarde van theater en verbeelding zo uitstekend zien: als je je bij iets betrokken voelt werkt dat activerend.”