Recensie

Recensie Vormgeving

Speelse kleurenzee waarin geheimen zijn te ontdekken

Tentoonstelling Met zijn felle kleurcombinaties en abstracte, aan de natuur ontleende patronen brak Theo Colenbrander (1841-1930) in zijn keramiek met alle tradities.

Theo Colenbrander, Kaststel ‘Pauw’, 1888, aardewerk, De Mesdag Collectie, Den Haag,
Theo Colenbrander, Kaststel ‘Pauw’, 1888, aardewerk, De Mesdag Collectie, Den Haag, Foto Erik en Petra Hesmerg
    • Arjen Ribbens

Aardbeien, flodders, mopjes, ribjes, vlinders en wormpjes. Om goed met zijn plateelschilders te kunnen communiceren, bedacht industrieel ontwerper Theo Colenbrander (1841-1930) honderden namen voor zijn versieringsmotieven.

De bloemrijke namen zijn als wandversiering aangebracht in een van de zalen van Mesdag & Colenbrander, een bijzondere keramiek-expositie in De Mesdag Collectie in Den Haag.

Dat museum, niet te verwarren met het nabijgelegen Panorama Mesdag, is gevestigd in het voormalig woonhuis van Hendrik Willem Mesdag en zijn echtgenote Sientje, een bemiddeld kunstenaarsechtpaar dat in de tweede helft van de negentiende eeuw een grote kunst- en kunstnijverheidsverzameling aanlegde, bedoeld voor hun huis en voor het naastgelegen privé-museum dat ze in 1887 openden.

Theo Colenbrander, Wandbord met tekst ‘La Richesse du Coeur est Le Soleil de L’Existence’, ontworpen voor Hendrik Willem Mesdag, 1889, aardewerk, Gemeentemuseum Den Haag, Foto Erik en Petra Hesmerg

De Mesdags waren gevierde kunstenaars. Hij is bekend van zijn zeegezichten en het cilindervormig panoramaschilderij van het Scheveningse strand en de Noordzee; zij schilderde landschappen en stillevens. Waarom juist deze brave Haagse School-kunstenaars zulke gepassioneerde verzamelaars werden van de expressionistische keramiek van Colenbrander is een raadsel.

Met zijn felle kleurcombinaties en de abstracte, aan de natuur ontleende decoratiepatronen brak Colenbranders met alle tradities van de toenmalige sierkunst. In een paar jaar tijd verzamelden de Mesdags 130 van zijn ontwerpen, waaronder diverse meerdelige kaststellen. Zelfs op de zwart-witfoto’s van hun interieur, die voor de tentoonstelling bijna levensgroot zijn uitvergroot, is te zien dat de keramiek contrasteert met de antieke meubels.

Over Colenbrander is weinig bekend. Een bescheiden man die een opleiding tot architect volgde en werkte als technisch tekenaar op het ministerie van Oorlog. In 1883 ging hij als ontwerper aan de slag bij de dat jaar opgerichte ’s-Gravenhaagsche Kunstaardewerkfabriek, drie jaar hernoemd tot de Haagsche Plateelbakkerij Rozenburg. Als hoofdontwerper bezorgde Colenbrander het bedrijf aanzien. Maar de directie vond de veeleisende ontwerper lastig. Toen zij hem na vijf jaar beperkingen oplegde, nam hij ontslag. Als interieurontwerper ging Colenbrander verder, ook voor de Mesdags. Onderdeel van de expositie is een kopie van een groot tapijt dat hij voor hen ontwierp.

Bewonderaars van Colenbrander zouden 33 jaar later speciaal voor hem in Arnhem Plateelbakkerij Ram oprichten. Hoe vitaal de 80-jarige ontwerper nog altijd was, demonstreerde hij door nog met een stroom aan virtuoze nieuwe ontwerpen te komen.

Voor de expositie is de uiteengevallen Colenbrander-collectie van de Mesdags deels weer bijeengebracht. Ze is aangevuld met zogeheten biscuitmodellen, de proefstukken waarop Colenbrander met potlood en aquarelverf zijn ontwerpen aanbracht, als voorbeeld voor de plateelschilders.

De vazen, borden en pullen zijn dicht op elkaar als een soort berglandschap opgesteld in glazen vitrines. Bezoekers kunnen om de vitrines heenlopen en de keramiek van alle kanten bekijken. Fijn, want bij Colenbrander valt veel te ontdekken. Hij priegelde wel met piepkleine versieringen, maar de greep op het totaalbeeld raakte hij nooit kwijt. Het mooie is dat de speelse kleurenzee op zijn vazen en borden bij aandachtige beschouwing steeds minder abstract is en geheimen begint prijs te geven.