Recensie

Recensie Beeldende kunst

SF-expo is kinderkamer vol met je favoriete speelgoed

Tentoonstelling Een grote sf-expo in de Kunsthal laat zien dat de toekomst eigenlijk een heel ouderwets idee is. En dat ons toekomstbeeld vooral door strips en films als Star Wars en Star Trek is bepaald.

Mr. Spock in een ander ruimtepak in Star Trek: The Motion Picture (1979)
Mr. Spock in een ander ruimtepak in Star Trek: The Motion Picture (1979) Foto Mel Traxel/ Paramount Pictures

Wanneer is de toekomst eigenlijk uitgevonden? Volgens de sciencefictiontentoonstelling A Journey Into the Unknown in de Kunsthal in Rotterdam leven we in de meest toekomstige aller tijden. „Overal om ons heen is sciencefiction”, leest de introductietekst naast een levensgrote replica van H.R. Gigers ‘Alien’, het monster dat de Zwitserse kunstenaar ontwierp voor de gelijknamige sciencefictionfilm van Ridley Scott. Maar is dat ook zo? Of leven we eigenlijk in een hyperversie van het verleden?

De eerste Alien-film kwam uit in 1979, en zelfs als je geen sciencefictionfan bent, dan ken je het verhaal als een moderne mythe. Over dat enorme goederenruimteschip in een tijd dat commerciële ruimtevaart net zo gewoon is als olietankers en oceaanstomers nu, dat op de terugweg naar de aarde een vreemd wezen oppikt dat (bijna) voor de uitroeiing van de gehele bemanning zorgt. Denk de toekomst weg, de uitvindingen en de fantasieën en het is een verhaal zo oud als de Odyssee. Die vreemde spanning, tussen iets wat je eigenlijk al heel goed kent maar dan in een speculatieve setting, de toekomst of parallelle werelden met hun eigen natuurwetten als toneel voor heden en verleden, is het uitgangspunt van de expositie die eerder in het Barbican in Londen te zien was.

Darth Vader (David Prowse/ James Earl Jones) in Star Wars: Episode IV: A New Hope (1977), met rechts Prinses Leia (Carrie Fisher)

Foto LUCASFILMS

Hoewel de geboorte van sciencefiction meestal begin negentiende eeuw wordt gesitueerd, met Mary Shelley’s Frankenstein (1823) als startpunt van het fantaseren over wetenschap, technologie, ruimtereizen en vreemde wezens, zijn er diverse bronnen die gezegd hebben dat een van de oudste literaire werken – het Mesopotamische Gilgamesj-epos uit 2100 voor onze jaartelling – eigenlijk al pure sf was. Volgens de Franse sf-connaiseur en verzamelaar Pierre Versins „omdat het de strijd tussen de menselijke rede en onsterfelijke vragen behandelde”. Mens versus eeuwigheid en oneindigheid dus. Daar zie je al snel een ruimteschip bij.

Als in de Kunsthal iets duidelijk wordt, is het dat echt futuristisch of utopisch denken – voorbij de grenzen van „waar geen mens ooit eerder ging” – zoals ze in Star Trek zeggen – behoorlijk lastig blijkt. We kunnen de wereld mooier maken (utopisch), of lelijker (dystopisch). Maar de meeste sf-dromen zijn uitvergrotingen van ons eigen heden en houden ons een spiegel voor.

Hebberig

A Journey Into the Unknown leunt zwaar op het beeld van de toekomst zoals we dat uit de populaire cultuur kennen, van Star Wars (Darth Vader-maskers) tot Jurassic Park (dino’s), van Jules Verne (talloze boekomslagen), ruimtepakken (van Mr. Spock uit Star Trek tot Interstellar en Paul Verhoevens Starship Troopers) tot Russische sf (ansichtkaarten over Moskou in de 23ste eeuw – verdacht herkenbaar). In totaal wel 800 verschillende artefacten, parafernalia en gadgets. Een tot het plafond volgestouwde Wunderkammer met strips en filmclips.

Het magazine Amazing Stories, april 1926.

Foto Agence Martienne

Dat film en sf zo’n gelukkig huwelijk hebben komt omdat, op de literaire voorlopers na, hun ontwikkeling bijna parallel loopt. De eerste openbare filmvertoning vond min of meer gelijktijdig plaats met de publicatie van H.G. Wells The Time Machine (1895), wat na de gothic sf-horror van Mary Shelley vaak genoemd wordt als de geboorte van de moderne sf-roman. Die mix van technologie en moderniteit die de late negentiende eeuw kenmerkte, is de voornaamste drijfveer achter het genre.

De echte gouden jaren van de toekomst waren natuurlijk de jaren vijftig. Met de komst van de Koude Oorlog, de bijbehorende wapenwedloop, de race om de ruimte tussen Sovjet-Unie en VS, resulterend in de echte space age gaf het genre uitdrukking aan allerlei angsten en onzekerheden. Van een Russische invasie tot de gevaren van een atoomoorlog. Het waren jaren waarin ‘Invaders from Mars’ stand-ins werden voor het Rode Gevaar en ‘The Day the Earth Stood Still’ de gevolgen van een wereldwijde nucleaire oorlog onderzocht.

Maar ondanks alle angst en paranoia behield het genre z’n optimisme. Als ruimtehondje Laika z’n reis overleefde, dan lag vakantie op Venus in het verschiet. Op diverse posters is te zien hoe zelfs reclamemakers hun producten in een futuristisch jasje verkochten. Zo werd zoiets gewoons als Seagram’s whisky opeens een levenselixer „voor de man van morgen”.

In de jaren zeventig was er een opleving, al werden de verhalen, na Vietnam en Watergate, grimmiger en de beelden grauwer. Tegelijkertijd werd de sf-film met Steven Spielbergs Close Encounters of the Third Kind en George Lucas’ Star Wars (beide 1977) pas toen mainstream.

Ansichtkaart On the first Lunar cosmodrome van Andrey Sokolov en Aleksey Leonov (1968)

Foto Moscow Design Museum

Ansichtkaart

Het is heerlijk om door de verduisterde zalen te dwalen. Het is een kinderkamer vol met je favoriete speelgoed. Maar er mist van alles. Niet dat je nog meer dingen zou willen zien. Of juist wel, maar dan andere. Wat mist is context (wat deels wordt goedgemaakt door de essays in de catalogus van het Barbican). Vooral meer wetenschappelijke en sociologische context. Een visie op de stelling dat we in de meest toekomstige aller tijden leven. Want het kan niet genoeg zijn om te constateren dat de iconografie van sciencefiction (die als je alles bij elkaar ziet ook nog eens opmerkelijk eenvormig is, hoe zou dát komen?) ons leven blijvend heeft beïnvloed.

Interessant is ook de vraag wat voor sf er anno nu wordt gemaakt. De twee belangrijkste trends zijn waarschijnlijk klimaat en diversiteit. Maar het meest opvallend is natuurlijk dat Utopia definitief heeft plaats gemaakt door Dystopia. Wat we uit Hollywood zien komen zijn mengvormen tussen superheldenfilms en de ‘used future’-esthetiek die in de jaren tachtig in Blade Runner werd geïntroduceerd. De superhelden worden met hoogachting en afgrijzen bekeken – net zoals de goden in het Gilgamesj-verhaal. Wie over de toekomst van nu nadenkt lijkt minder geïnteresseerd in technologische vragen. Het gaat tegenwoordig veel meer over filosofisch-psychologische vragen: wat is een mens? Worden we overgenomen door gebiohackte betere versies van onszelf, veranderen we langzaam in cyborgs?

Hoe zou deze tentoonstelling er over 100 jaar uitzien. Ergens in de verre ruimtetijd of een parallel universum heeft iemand ons vast al een bericht gezonden – een ansichtkaart uit de toekomst. We verwachten hem elk moment in de bus.

Ruimteschip uit Stanley Kubricks 2001: A Space Odyssey.

Foto ronaldgrantarchive.com