Recensie

Recensie Beeldende kunst

Schilderijen uit een tijd toen oorlog nog ‘leuk’ was

Tentoonstelling Zijn beroemde familielid B.C. Koekkoek schilderde romantische ruïnes en statige bossen. Hermanus Willem Koekkoek koos voor het slagveld. In Kleve is zijn martiale werk te zien.

Hermanus Willem Koekkoek, Pruisische infanteristen doorzoeken een stad (Rue le Patre), 1890
Hermanus Willem Koekkoek, Pruisische infanteristen doorzoeken een stad (Rue le Patre), 1890
    • Bart Funnekotter

Een „fanatiek militarist en een aanbidder van de sabel”. Toen de Nederlandse kunstschilder Hermanus Willem Koekkoek (1867-1929) werd gevraagd voor een catalogus een korte biografie in te leveren, sprak hij in klare taal zijn bewondering uit voor het krijgsbedrijf. Koekkoek schilderde niets liever dan mannen in uniform, al dan niet verwikkeld in een gevecht. Zijn „onophoudelijk aanbidding voor het altaar van de militaire geschiedenis” was dé bepalende factor in het verloop van zijn carrière, noteerde hij.

Koekkoeks werk werd over de hele wereld verkocht, maar van zijn reputatie is een kleine eeuw na zijn dood niet veel meer over. Het genre van de militaire schilderkunst is bij het grote publiek onbekend en onbemind, en bij de nog resterende liefhebbers heeft Koekkoek het afgelegd tegen Jan Hoynck van Papendrecht (1858-1933), ’s lands bekendste schilder van martiale taferelen.

Hermanus Willem Koekkoek, Nederlandse artillerie (herfstmanoeuvres), 1892 Foto Peter Cox

Gelukkig wordt Koekkoek nu aan de vergetelheid ontrukt door een expositie van zijn werk in het B.C. Koekkoek Haus in het Duitse Kleve en de verschijning van een met honderden afbeeldingen verluchtigde biografie van de hand van Jos Hilkhuijsen, voormalig medewerk van het Nationaal Militair Museum. Tentoonstelling en boek zijn de moeite waard omdat ze ons een blik gunnen op de mentaliteit van een ander tijdsgewricht, toen oorlog nog leuk was en elke veldtocht een groot avontuur.

Schildersfamilie

Hermanus Willem Koekkoek was een telg uit een omvangrijke schildersfamilie. Zijn vader Willem maakte stadsgezichten, zijn opa Hermanus was marineschilder en zijn overgrootvader Johannes schilderde rivier- en strandgezichten. Landschapschilder Barend Cornelis Koekkoek (1803-1863) was de broer van deze Johannes en is de bekendste van alle Koekkoeks, met een eigen museum in Kleve, waar hij een groot deel van zijn leven woonde. Op de bovenste twee verdiepingen van dit pittoreske museum zijn nu veertig schilderijen te zien van Hermanus Willem, de enige Koekkoek die zijn muze vond op het slagveld.

Hermanus Willem Koekkoek, Pruisische artillerie, 1890. Foto Hans de Lijser

H.W. Koekkoek nam de kwast ter hand in een tijd waarin het impressionisme de figuratieve schilderkunst in het nauw dreef. Koekkoek trok zich echter niks aan van de laatste mode en schilderde zijn onderwerpen zo accuraat mogelijk, met veel oog voor detail. Elk knoopje van ieder uniform moest kloppen.

Bij kunstkenners die wars waren van de vernieuwingen van het impressionisme was Koekkoek vanaf zijn debuut meteen populair. Criticus David van der Kellen schreef in 1891 over het werk 1870 (Charge van de 7e Kurassiers bij de slag van Mars-la-Tour) dat er sprake was van een „buitengewone verbeeldingskracht”. „Leefden wij niet in een tijd, waarin men in de kunst alleen oog heeft voor kleur, toon, stemming en al het overige als bijzaak beschouwt, leefden wij niet in zulk een tijd, gewis, deze jonge artiest zou als een genie op handen gedragen worden, terwijl thans ten minste hier ten lande, nagenoeg niet de minste notie van hem genomen wordt.”

Dat laatste had wellicht ook te maken met de onderwerpskeuze van Koekkoek. Tot circa 1895 bestond zijn werk voor het grootste deel uit voorstellingen van de Frans-Duitse oorlog van 1870-1871, een conflict dat met zeventien schilderijen is vertegenwoordigd op de tentoonstelling in Kleve. Koekkoek verhuisde in 1903 naar Londen, waar hij tijdens een eerder verblijf zijn vrouw had leren kennen. In deze periode verlegde hij zijn aandacht naar het optreden van het Britse leger, met name tijdens de Boerenoorlogen (1880-1881 en 1899-1902), waarvan acht schilderijen te zien zijn. Het Nederlandse leger is het onderwerp van de overige twaalf schilderijen van de tentoonstelling. Bij gebrek aan oorlogen zijn de Nederlanders vooral op oefening en parade afgebeeld.

Hermanus Willem Koekkoek, Trompetter van de Veldartillerie (1897). Foto Hans de Lijser

Angst in paardenogen

Hilkhuijsen constateert in zijn biografie terecht dat Koekkoek geen zin had of niet in staat was emotie te leggen in de gezichten van de mensen die hij afbeeldde. Soms gebruikte hij hetzelfde gezicht – vastberaden mond, puntsnor, ogen verborgen onder de rand van een hoofddeksel – doodleuk voor verschillende militairen. Het ging hem duidelijk niet om de ziel van de soldaat, maar om zijn voorkomen en bewapening en de gevechtshandeling die hij verrichtte.

Als het aankwam op het schilderen van paarden, tapte Koekkoek echter uit een ander vaatje. Wie dicht bij de schilderijen komt en deze dieren in de ogen kijkt, ziet angst, paniek en opwinding. Deze paarden zijn échte levende wezens, die worden meegesleurd in de waanzinnige chaos van het slagveld.

Koekkoek was als stafartiest verbonden aan de London IIllustrated News, waarvoor hij in twintig jaar meer dan zeshonderd tekeningen maakte, waarvan een selectie in Kleve te zien is. Al die tijd kwam hij niet in de buurt van een slagveld. Koekkoek gebruikte zijn fantasie en ging voor inspiratie naar het exercitieterrein. Zijn schilderijen en tekeningen over waargebeurde gevechten maakte hij aan de hand van schetsen die door oorlogsartiesten naar Londen waren gestuurd.

Zijn gezin beleefde in de Britse hoofdstad een zeer gelukkige tijd, maar keerde in 1920 noodgedwongen terug naar Nederland. De opkomst van de fotografie en de collectieve afschuw over de slachting in de loopgraven van de Eerste Wereldoorlog hadden ertoe geleid dat er steeds minder vraag was naar Koekkoeks vaardigheden als tekenaar en schilder van krijgstaferelen. Oorlog was niet leuk meer.

Terug in zijn vaderland zette Koekkoek zich daarom noodgedwongen aan het schilderen van landschappen. Hij deed dat met forse tegenzin en was regelmatig depressief. Hij overleed in 1929 nadat hij een decennium had geleefd met de hoop zijn oude métier nog één keer te kunnen oppakken. Koekkoek sloot in deze tijd een brief aan zijn Londense kunsthandelaar af met de verzuchting dat alleen „een nieuwe oorlog alles weer echt goed zou maken”.

Het boek Hermanus Willem Koekkoek. Schilder en illustrator van oorlog en vrede (317 blz.) van Jos Hilkhuijsen is verschenen bij Vantilt (€ 29,95)

●●●●