Recensie

Recensie Theater

Nederlands Dans Theater laat je duizelend achter

Dans In topchoreografieën zijn de dansers van het Nederlands Dans Theater ronduit overrompelend. De twee hernemingen van Second Nature veroorzaken een ware gelukssensatie.

Beeld uit de voorstelling ‘Take Root’.
Beeld uit de voorstelling ‘Take Root’. Foto Rahi Rezvani
    • Francine van der Wiel

Wat is het toch verrukkelijk de zaal te verlaten, lichtelijk duizelend door een dosis schoonheid en kwaliteit. Nu zijn de dansers van het Nederlands Dans Theater altijd fantastisch, maar in topchoreografieën zijn ze ronduit overrompelend.

Bij Second Nature zijn het de hernemingen die de gelukssensatie veroorzaken: Solo Echo (2012) van Crystal Pite en Bedroom Folk (2015) van het duo Sharon Eyal & Gai Behar. Hedendaagse choreografieën met uiteenlopende stijlen: die van Pite is vloeiend, gebonden, eindeloos omhoog- en omlaag spiralend als de sneeuwvlokken die neerdalen tijdens deze romantische maalstroom van organische bewegingen; die van Eyal & Behar strak, staccato en meestal synchroon, als een dwangmatige clubdance die nu en dan even met klassieke passen en sprongen verandert in het corps de ballet uit Het Zwanenmeer – eindeloos boeiend, zelfs dat onopgeloste einde.

Take Root van broer en zus Marne en Imre van Opstal, nog aan het begin van hun carrière als choreografen, vormt een somber slotakkoord. Zij tonen een benauw(en)de wereld zonder ankerpunten. Alice Godfrey, die bij aanvang haar torso uit alle macht aanspant om adem te krijgen, is de eerste verwijzing naar de verloren, pastorale idylle, die later in het stuk wordt gesymboliseerd door een bosweg op een doek van Van Ruisdael. De dreigende tonen van Amos Ben-Tals compositie zijn de tweede verwijzing, de muur op het toneel een derde, het herhaaldelijk neervallen van lichamen een vierde. Die muur gaat er natuurlijk aan, waarna een behoedzaam duet hoop op een betere toekomst verbeeldt.

Het maakt Take Root nogal voorspelbaar. Veel (jonge) choreografen uiten in vergelijkbare stukken hun zorg om de verloren greep op het bestaan. In Take Root wordt die vertaald naar een losse structuur, maar die losheid komt ook over als willekeur. Wel tonen de makers hun potentieel, met soepel geconstrueerde bewegingsfrasen, en met name het slotduet toont een prachtige ontwikkeling.