Scenografie van Dood in Venetië, maquette van Jan Versweyvelds toneelbeeld.

Foto’s Jan Versweyveld

Hoe Jan Versweyveld zijn spectaculaire decors maakt: ‘Ik zoek altijd de essentie van een plek’

Interview Scenograaf Jan Versweyveld bepaalt al ruim dertig jaar het toneelbeeld voor voorstellingen van Ivo van Hove. Hoe doet hij dat? „Je zou het niet zeggen, maar ik hou van chaos.”

Hoe breng je Venetië op het toneel? In de kleur goud, zegt scenograaf Jan Versweyveld. „Het goud staat voor de pronkzucht en decadentie van de stad. Met goud roep je ook het spel met de zon op, en de weerspiegeling van het licht in de kanalen. Door de weerkaatsing ontstaat de illusie van vloeibaarheid. Het goud keert terug in verschillende vormen: de vloer, het meubilair en in een muziekinstrument dat dient om watergeluiden te maken, bij wijze van bruitage [geluidsdecor, red.].”

Over een week is de première van Dood in Venetië van Internationaal Theater Amsterdam, naar het boek van Thomas Mann uit 1912 en in de regie van Ivo van Hove. Voor Van Hove ontwerpt Versweyveld (1958) al sinds de jaren tachtig als scenograaf de decors en het licht. Hun samenwerking heeft een lange rij onvergetelijke toneelbeelden opgeleverd, die uitblinken in ruimtelijkheid, transparantie en vernuftigheid. Als Van Hove als regisseur een estheticus wordt genoemd, dan is dat voor een groot deel op het conto van zijn partner te schrijven.

Door hun internationale producties stijgt de roem van Versweyveld even hard als die van Van Hove en hun agenda puilt uit. Rondom Dood in Venetië werken ze in Parijs bij de Comédie-Française aan Electra/ Orestes (première eind april) en op voorspraak van Anna Wintour, hoofdredacteur van de Amerikaanse Vogue, ontwerpt Versweyveld de jaarlijkse modetentoonstelling in het MoMA (opening begin mei). Maar dat laatste is lekker dichtbij, in New York, waar het paar woont.

Jan Versweyveld. Foto Henri Verhoef

Dood in Venetië, tot een nieuwe toneeltekst bewerkt door schrijver en acteur Ramsey Nasr, kent twee locaties. De andere is München. Versweyveld: „Ik zoek naar de essentie van een plek. In ons verhaal, en dat vind ik er mooi aan, schrijft Thomans Mann in München zijn boek, dat is gebaseerd op herinneringen of wellicht fantasie. Die wereld roept Venetië op. Voor dat deel heb ik simpelweg een schrijftafel neergezet, op een klein podiumpje in het midden van een groter geheel, Venetië. Een klein vierkant in een groot vierkant.” Zomaar een schrijftafel? „Jawel. Biedermeier-achtig. Een bastaard. Van hout. Dat contrasteert mooi met het goud in Venetië.”

In Venetië woont hoofdpersonage Gustav von Aschenbach in Grand Hotel des Bains aan het strand. „De hotelkamer wordt verbeeld door een rij hangende kostuums, want voor elke gelegenheid verkleedt hij zich: het ontbijt, de thee, het lezen van de krant, het strand, het diner. Dat dwangmatig confirmeren aan de normen van de bourgeoisie voltrekt zich als een ritueel. Het is ook mooi, omdat het in schril contrast staat met zijn plotse verliefdheid op een kind, een jongetje.”

Geen gewoon zand

De verboden verliefdheid van Von Aschenbach op de jonge Tadzio vormt het hart van het verhaal. Von Aschenbach gaat er geestelijk en fysiek aan onderdoor. Zijn koortsige verlangen wordt weerspiegeld door de uitbraak van een cholera-epidemie in de stad.

Luchino Visconti’s verfilming (1971) van het boek wilde Versweyveld niet terugzien, want dat zou hem maar belasten. Hij maakte in Venetië zijn eigen filmbeelden, die in de voorstelling worden vertoond. Niet voor niets geldt hij als de man die begin jaren negentig misschien wel als eerste videobeelden in het theater gebruikte. „Op film krijg je ook de grauwe, duistere kant van Venetië te zien. De beelden zijn gemaakt vanuit de soms vertroebelde blik van Von Aschenbach.” Ze worden geprojecteerd op een Venetiaans gordijn. „Het is een gordijn dat beweegt, dus ook daarin keert dat idee van vloeibaarheid terug.”

Dood in Venetië is muziektheater, met onder meer nieuwe muziek, gecomponeerd door Nico Muhly, uitgevoerd door het Concertgebouworkest. Versweyveld: „Het speelveld voor toneel is even groot als de ruimte voor de 42 muzikanten erachter. Ze vormen een soort heel grote hotelband. Het gordijn dient om hen af te schermen en als het ware privacy te genereren.”

Op de vraag hoe hij het strand gaat vormgeven, antwoordt hij: „Door zand uit te strooien.” Hij grinnikt geamuseerd, omdat het zo eenvoudig is. Is dat niet te rommelig voor zijn doen? „Je zou het niet zeggen, maar ik hou van chaos. In verschillende scenografieën creëer ik chaos. Maar goed, ik vind zand een sober gegeven. Bovendien moet het strand meer nog dan het hotel een plek zijn waar alles op de juiste plaats staat. Met strandstoelen uitgemeten, op rijen. Het is een zeer gemanicuurde ruimte. Ook het zand wordt op een soort rituele manier aangebracht op de vloer.”

Maar zand is niet gewoon zand. „We zochten zacht zand, dat niet krast op onze ‘gouden’ vloer, van messing. Maar dat bestaat bijna niet in Nederland. Dat hebben we uit België moeten halen. Nederlands rijnzand is scherp zand, geschikt voor cement, om te metselen. Het lockt zich, kggg. Belgisch zavel is slecht om te metselen, al gebeurt het wel, omdat het goedkoop is, maar dan kun je na tien jaar de voegen uitkrabben. De kleur van zavel is ook geschikter: goudgeel.”

De zee is aanwezig door het waterinstrument, een langwerpig aquarium. „Daaruit komen roeispaangeluiden, klokkend water, et cetera. Het is benauwd in Venetië, de stad is aan het rotten. Dat hoor je aan de luchtbellen die ploffen. Blurbs.”

In India Song (1999) spoot Versweyveld geuren de theaterzaal in om India dichterbij te halen, maar zo relevant is de geur van rotting deze keer niet. De mogelijke inzet van zulke middelen is één van de redenen dat het werk als scenograaf onvergelijkbaar is met dat van andere vormgevers. „In mijn vak gaat het voor een groot deel over dynamiek, over flexibiliteit, over het ritme van de voorstelling. Tijd is een belangrijke factor: hoe bouw ik in dertig seconden een restaurant op het toneel en hoe krijg ik het even snel weer weg? Als een architect een huis bouwt, is dat geen bekommernis.”

Dood in Venetië gaat op 4 april in première in Carré, Amsterdam. Daar t/m 13 april. Inl: ita.nl

Jan Versweyveld over drie van zijn decors

Decor van ‘The Fountainhead’: ‘Donald Judd was mijn inspiratiebron.’Foto Jan Versweyveld

The Fountainhead, ITA (2014)

Deze voorstelling, naar de filosofische roman van Ayn Rand, speelt zich af in de architectenwereld. Versweyveld: „The Fountainhead is het summum van het samenbrengen van honderden ideeën, locaties en functies in één beeld. Voor de inrichting was het minimalisme van de kunstenaar Donald Judd mijn inspiratiebron. Hij heeft in New York een oude fabriek, een pand met gietijzeren kolommen, ingericht als zijn woning. Zo ontstond de combinatie van een zen-ruimte, met houten vloer, met de actie van een architectenbureau en met de luxe van de loft van de krantenmagnaat, de tegenspeler van de hoofdpersoon in het verhaal.”

Een bijzonder aspect was dat hij hoofdrolspeler Ramsey Nasr moest leren tekenen als een architect. En het tekenen moest weer adequaat in beeld gebracht. „Een auteur kan een personage alles laten doen, tot aan steen hakken in een groeve. Dat moet een scenograaf vertalen in een coherente ruimte waarin acteurs kunnen ademen en leven. Dat wordt nog wel eens vergeten. Niet dat er geen gevaar mag zijn. Acteurs weten dat ze kunnen excelleren door uitdagingen die ik creëer. Dan help ik ze ook.”

Decor van ‘A view from a bridge’: ‘We lieten 500 liter bloed regenen in die kubus.’Foto Jan Versweyveld

A view from a bridge , The Young Vic (2015)

„David Lang, die ons in Londen had uitgenodigd, koos dit stuk van Arthur Miller uit 1955. Het moest een bekende tekst zijn, omdat Ivo nog te onbekend was. Ivo zag het totaal niet zitten. Hij vond het te well written. Ik vond het fantastisch, rijk en gelaagd.

„Als scenograaf probeer ik de tekst tot zijn volle glorie op het toneel te brengen. Maar deze liefdestragedie speelt zich af in het milieu van dokwerkers en de vraag was wat te doen met het realisme en het naturalisme in de tekst. Ivo had een vragenlijst opgesteld: hoe doen we dit, hoe doen we dat? Ik bedacht een alternatieve vorm: een doosje dat open en dicht gaat. Meer was het niet. Een huis van vijf bij tien meter, dat kon worden opgetakeld. Als een steen in het bos waar je onder kan kijken. De afmetingen waren gebaseerd op de footprint van huizen in Red Hook, de wijk in New York, waar het zich afspeelt.

„Uit die abstractie volgde het idee om de tekst te benaderen als een Griekse tragedie. Op het einde breekt dan een moment van chaos los. De chaos waar ik zo van hou. We lieten 500 liter bloed regenen in die kubus. Normaal wordt de verteller vermoord door wie hij verraden heeft, maar voor ons had de gehele omgeving schuld. Iedereen had bloed aan de handen en dus moest iedereen dood. Daarom laten de goden op iedereen een zondvloed los van bloed. Zo gaan die dingen.

„Voor het bloed werd op Broadway, waar dit ook speelde, een indrukwekkende installatie gebouwd in het gigantisch ondertoneel. Een soort fabriek, want het bloed moest gezuiverd worden en elke week vervangen. Als scenograaf moet je bedenken hoe je ideeën kan realiseren. Dat benadruk ik als ik lesgeef: je kan wel dromen, maar als je geen plan van aanpak hebt, sta je zwak in het gesprek met de technici. Als je doorschiet, stuit je op een muur. Maar je moet voldoende hoog springen, opdat mensen geprikkeld worden.”

Decor voor Les Damnés: ‘Het woord ritueel komt veel voor in mijn werk.’Foto Jan Versweyveld

Les Damnés , Comédie-Française (2016)

„De oranje vloer is intuïtief gekozen. Voor mij was het de kleur van vuur, van gloeiend ijzer. Het verhaal van Les damnés, over een familie van staalmagnaten in de jaren dertig, draait rond de ijzerverwerkende industrie in het Ruhrgebied. De hoogovens waren de motor van de oorlog. Daar kwam het ijzererts binnen en kwam het als mitrailleur weer naar buiten.

„De oranje vloer was het centrale element in een cascade van andere elementen. Aan de rechterkant een groot platform waar alle acteurs plaatsnamen aan het begin van de voorstelling. Dan had je een zone waar ze zich transformeerden in het personage. Dat werd gefilmd en getoond op de videowall aan de achterzijde. Dan had je het centrale speelveld zelf, waar alles gebeurde en die verschillende locaties weergeeft, en dan had je de plek waar mensen naartoe werden geleid als het was afgelopen: de dood. Zo werd de cyclus van het leven omvat, met de oranje vloer als brandend middelpunt en rituele plek.

„Het woord ritueel komt veel voor in mijn werk. Theater is voor mij een plek waar mensen naartoe komen om een bepaald ritueel mee te maken. In Les damnés nam het publiek deel aan een ritueel van zuivering.”