In migrantenstad Bursa hapert de solidariteit

Syriërs in Turkije In Turkije, dat vier miljoen Syriërs opvangt, ontstaat wrevel over hun vaak slechte integratie. „De Syriërs hebben kolonies gevestigd in onze buurten.”

Syrische meisjes in de Turkse stad Kayseri. Van de Turken vindt 86 procent dat Syrische vluchtelingen terug naar Syrië moeten.
Syrische meisjes in de Turkse stad Kayseri. Van de Turken vindt 86 procent dat Syrische vluchtelingen terug naar Syrië moeten. Foto Diego Cupolo/NurPhoto

Mustafa Ari kijkt naar zijn handen. Ze zitten vol schrammen, korsten en littekens sinds hij enkele weken geleden in Bursa werd overvallen. „Als ik mijn vingers beweeg, doet het pijn”, zegt de taxichauffeur, die door zijn collega’s ‘Pala’ wordt genoemd vanwege zijn enorme, grijze druipsnor. „Er zitten nog steeds stukjes metaal in. Die konden de artsen er niet uit halen.”

Het was half twee ’s nachts toen een Syrische klant naar Ari’s taxistand kwam. „Hij stapte in en ik reed weg”, vervolgt Ari zijn verhaal. „Er leek niets aan de hand, totdat hij halverwege de rit plotseling zijn bestemming veranderde. Daardoor moesten we door een verlaten buurt, die je ’s avonds beter kunt mijden. Hij zei: ‘stop hier’. Toen ik de auto stilzette, greep hij me plotseling vast en zette hij een pistool op mijn hoofd.”

„Ik dacht: als hij schiet, dan explodeert mijn hoofd. Ik greep het pistool beet en duwde het naar beneden. Op dat moment haalde hij de trekker over. Ik voelde grote druk tegen mijn borst, en pijn in mijn handen, maar ik zag geen bloed. Toen begreep ik dat het een soort zelfgemaakte stengun was. De overvaller had niet verwacht dat ik me zou verzetten.”

Het incident voedt Ari’s weerzin tegen de aanwezigheid van miljoenen Syriërs in Turkije. „Alle gekwalificeerde Syriërs zijn naar het Westen vertrokken”, zegt hij bits. Zijn collega’s knikken instemmend. „Wij zitten opgescheept met de achterblijvers: criminelen en mensen zonder professie, die niets bijdragen aan onze samenleving.”

Turkije heeft opmerkelijke gastvrijheid getoond bij de opvang van vluchtelingen. Sinds het begin van de oorlog heeft het zo’n vier miljoen Syriërs opgevangen, meer dan ieder ander land. Toenmalig premier Erdogan steunde de Syrische opstand en noemde de vluchtelingen „onze Syrische moslimbroeders”. Veel kiezers steunden zijn beleid, zeker zijn conservatief-religieuze achterban.

Bedelende Syrische kinderen

Inmiddels is de stemming omgeslagen. En dat kan Erdogans AK-partij stemmen gaan kosten bij de lokale verkiezingen zondag. Turken zien de sociale, economische en demografische gevolgen van het opendeurbeleid. Nu de economie na jaren van groei in een crisis verkeert, liggen de banen in de grote informele sector niet meer voor het oprapen. Op plekken met veel Syriërs kampen scholen en ziekenhuizen met capaciteitsproblemen. De integratie verloopt moeizaam. In grote steden zijn bedelende Syrische kinderen een vertrouwd onderdeel van het straatbeeld.

„In provincies met een hoog percentage Syriërs is de criminaliteit de afgelopen jaren flink gestegen”, zegt Nigar Göksel, Turkije-directeur van de denktank International Crisis Group, die onderzoek deed naar de problemen bij de integratie van Syriërs. „Vooral de jeugdcriminaliteit in het zuiden en zuidoosten neemt toe. De cijfers tonen geen direct verband met vluchtelingen. Maar we zien dat er Syrische getto’s ontstaan, waar jongeren worden gerekruteerd door drugs- en smokkelbendes.”

Veel Turken zijn negatiever gaan denken over Syriërs, ongeacht op welke partij ze stemmen. In 2014 vond nog 39 procent dat de vluchtelingen een zorg zijn en teruggestuurd moeten worden, inmiddels is dat 86 procent, blijkt uit onderzoek van de Bilgi Universiteit in Istanbul en het Duitse Marshall Fund.

Deze stemming overheerst ook in Bursa, al is het van oudsher een stad van migranten. Eind negentiende eeuw arriveerden er veel vluchtelingen uit de Balkan en andere delen van het afbrokkelende Ottomaanse Rijk. Later volgden Bulgaarse Turken die uit hun land waren gezet, Koerdische arbeidsmigranten uit het zuidoosten, en nu Syrische vluchtelingen die op zoek zijn naar werk in de auto-, voedsel- en textielindustrie.

Ibrahim El-Hsas, een Syrische bakker uit Aleppo, kwam drie jaar geleden met zijn vrouw en acht kinderen naar Bursa. De eerste maanden werkte hij in de auto-industrie, daarna opende hij een banketbakkerij. Het is een simpele zaak, met een foto van de ka’aba in Mekka aan de muur, en veelkleurige koekjes, baklava en andere zoetigheden in de vitrine.

Nauwelijks contact met Turken

„Ik voel me nog steeds niet thuis in Bursa, vooral niet in deze buurt”, zegt El-Hsas. Hij woont in Osmangazi, een wijk in het centrum die populair is bij Syriërs en Turkse arbeiders vanwege de lage huren. Maar de Syriërs van zijn leeftijd hebben nauwelijks contact met Turken. „De jongeren passen zich sneller aan. Ze spreken beter Turks en hebben Turkse vriendjes. Wij ouderen hebben die niet.”

Op 1,8 miljoen inwoners telt Bursa zo’n 160.000 geregistreerde Syriërs en naar schatting evenzoveel zonder papieren. Ze wonen in goedkope flats of in de krakkemikkige huizen die de arbeidsmigranten illegaal hebben gebouwd. Veel ramen zijn afgeplakt met oude kranten. In sommige wijken hebben vrijwel alle winkels Arabische belettering: bakkers, kebabzaken, juweliers, reisbureaus. Veel Turken klagen daarover.

„Historisch gezien hebben de Turken in Bursa vluchtelingen altijd verwelkomd”, zegt taxichauffeur Ari. „Maar de Syriërs zijn onverenigbaar met de Turkse samenleving. Alle andere vluchtelingen kwamen naar onze winkels, dreven handel met ons. Dat geldt niet voor de Syriërs. Zij hebben kolonies gevestigd in onze buurten. Ze spreken geen Turks, en ze doen geen moeite om te integreren.”

De onvrede over Syriërs is een thema in de verkiezingscampagne. Onder druk van nationalistische partijen zoals IYI, die zich heeft opgeworpen als spreekbuis voor de onvrede, heeft de AKP haar retoriek gewijzigd. De nadruk ligt niet meer op solidariteit, maar op het feit dat de Syriërs tijdelijke gasten zijn die snel zullen terugkeren naar eigen land.

„Istanbuli’s moeten weten dat de Syriërs hier niet permanent zijn”, zei oud-premier Binali Yildirim, de AKP-kandidaat voor het burgemeesterschap van Istanbul, de regio met de meeste Syriërs (559.000). „Er zijn al 295.000 Syriërs terug naar huis. We zullen niet toestaan dat de rest illegale dingen doet. Nul tolerantie. We zullen ze bij hun oor grijpen en het land uitschoppen.”

Die 295.000 Syriërs zouden zijn teruggestuurd naar Jarablus en Afrin, gebieden in Noord-Syrië die onder controle staan van het Turkse leger en een los verband van Syrische rebellengroepen. Daar zijn Turkse bouwbedrijven druk bezig nieuwe scholen, ziekenhuizen en overheidsgebouwen neer te zetten.

„Onze Syrische broeders zijn in staat om hun leven weer op te pakken in een gebied van 400 vierkante kilometer van Afrin tot aan Jarablus”, zei Erdogan onlangs. „Hetzelfde model kan worden toegepast in gebieden ten oosten van de Eufraat.” Maar de meeste Syriërs in Turkije komen niet uit Jarablus, Afrin of het noordoosten – dus waarom zouden ze zich daar willen vestigen?

„Ik verwacht niet dat de regering ineens onder dwang grote aantallen Syriërs uit zal zetten”, zegt analist Nigar Göksel van de Crisis Group. „Het is grotendeels verkiezingsretoriek. De regering moet met een verhaal komen om de onvrede te temperen. Maar daarmee wekt ze verkeerde verwachtingen.”

Geweldsincidenten verdrievoudigd

Göksel waarschuwt dat de spanningen tussen Turken en Syriërs stijgen. Uit onderzoek van de Crisis Group blijkt dat het aantal geweldsincidenten in de tweede helft van 2017 is verdrievoudigd vergeleken met dezelfde periode in 2016. Zeker 35 mensen kwamen daarbij om, onder wie 24 Syriërs.

Veel incidenten halen echter niet het nieuws. Lokale journalisten vertellen dat ze onder druk worden gezet om niet over problemen met Syriërs te schrijven – zodat de gemoederen niet verder verhit raken. „De regering zet de media onder druk om ‘verantwoordelijk’ te zijn in hun berichtgeving”, zegt Göksel. „Het is begrijpelijk dat ze de xenofobie niet wil aanwakkeren. Maar de regering moet de problemen wel onderkennen. Het gebrek aan openheid werkt geruchten in de hand.”

Dat gebeurde vorig jaar in Bursa. Na een vechtpartij tussen een Turk en een Syriër braken er hevige rellen uit. „Het was geen ernstig incident, maar het gerucht ging dat de Turk was vermoord”, zegt banketbakker El-Hsas. „Ik belde onmiddellijk mijn zoon om de bakkerij te sluiten, want de Turken waren al begonnen met plunderen. De straat hierachter werd compleet vernield.”

Na het incident waren veel Syrische families bang om de straat op te gaan. „Twee dagen na de rellen kwam de politie langs”, vertelt El-Hsas. „Ze zeiden dat het beter was mijn zaak een tijdje te sluiten. Het zal niet de laatste vechtpartij zijn geweest. Maar als je kijkt hoeveel Syriërs hier wonen, dan valt het aantal incidenten best mee.”

De regering is terughoudend met het maken van plannen voor de integratie van Syriërs omdat ze hen wil aanmoedigen terug te keren en een boos electoraat vreest. In 2016 leidde een plan om 300.000 Syriërs versneld burgerschap te geven tot zoveel kritiek dat het een stille dood stierf. Wel is Ankara begonnen om Syriërs werkvergunningen te verlenen, 32.000 tot nu toe, zonder daar veel ruchtbaarheid aan te geven.

Maar veruit de meeste Syriërs blijven afhankelijk van laagbetaald werk in de informele sector. Dat bemoeilijkt hun integratie. Uit onderzoek blijkt dat ongeveer de helft van de Syriërs wil terugkeren, maar alleen als de oorlog voorbij is en er een ander regime aan de macht is.

„Als de dienstplicht zou worden afgeschaft, zou ik morgen teruggaan”, zegt El-Hsas. „Dat geldt voor de meeste Syriërs. We zijn hier omdat we geen andere keus hadden. Maar ons land heeft ons nodig.”