Ben (Benjamin) Smith, Bestuursvoorzitter van Air France-KLM

Foto Olivier Middendorp

‘Ik wil zeker zijn dat we met iedereen in de top op dezelfde lijn zitten’

Ben Smith Topman Ben Smith van Air France-KLM heeft de leiding van het bedrijf gewijzigd. „De besluitvorming was te complex, het is nu logischer en eenvoudiger.” KLM-topman Pieter Elbers moest zich daarnaar schikken.

Twee weken heeft Benjamin Smith vorige zomer nagedacht over de vraag of hij bestuursvoorzitter van Air France-KLM wilde worden. Zijn twee voorgangers stapten voortijdig op, na salarisconflicten met personeel van Air France. „Sommige vrienden en collega’s vonden het nogal een uitdaging. Anderen zeiden dat ik gek was. Ik zag een prachtige kans om twee luchtvaartmaatschappijen die ik al mijn hele leven volg nog succesvoller te maken dan ze al zijn.”

Inmiddels is de Canadese Smith ruim zes maanden in functie. In die periode sloot hij cao’s met de Franse vakbonden voor piloten, cabine- en grondpersoneel. Ook zorgde hij voor veel onrust bij KLM, waar de vrees voor verlies van zelfstandigheid nog steeds groot is. Smith verwierf vorige maand nationale bekendheid in Nederland als de man die KLM-topman Pieter Elbers weg zou willen sturen. De Nederlandse staat kocht een deel van Air France-KLM (de groep), om de belangen van KLM en Schiphol te kunnen beschermen.

In zijn eerste half jaar hield Smith zich schuil voor de pers. Nu geeft hij in het KLM-hoofdkantoor in Amstelveen zijn eerste Nederlandse interview. In Frankrijk verschijnt tegelijk een artikel in weekblad Le Point. Waarom nu pas? „Ik wil me prettig voelen bij wat ik te vertellen heb. Drie maanden geleden was dat nog niet het geval, nu ben ik zeker van wat ik wil zeggen.” Van onwennigheid is volgens Smith geen sprake. „Als operationeel directeur van Air Canada sprak ik vaak met de vakpers en analisten.” Smith spreekt zacht en formuleert voorzichtig. Geen type dat met de vuist op tafel slaat.

Waarom moest Pieter Elbers weg?

„Zijn termijn zou na vier jaar worden verlengd. Dan is het logisch om zijn mandaat te evalueren. Ik heb slechts een klein deel van zijn eerste termijn meegemaakt. Ik wilde zeker weten dat we met iedereen in de top van de groep op dezelfde lijn zaten. Toen ik die garantie had, was er geen kwestie meer.”

Heeft u aan de board of directors, de toezichthoudende top van Air France-KLM, voorgesteld om Elbers niet opnieuw te benoemen?

„Dat punt hebben we nooit bereikt. De raad heeft unaniem ingestemd met zijn herbenoeming en daar ben ik erg blij mee.”

Dat u Elbers nog maar kort had meegemaakt, is een formeel argument. U wist natuurlijk dat KLM het onder zijn leiding goed doet.

„KLM doet het goed, maar de groep niet. Moeten er dingen veranderen? Moet de groep anders worden bestuurd? Welke bijdrage kan Pieter daaraan leveren? Over dat soort vragen hebben we gesproken. Hoe werd de groep in het verleden bestuurd? Hoe wil ik het vanaf nu? Zitten alle sleutelspelers op één lijn? Dat was een groot discussiepunt, niet alleen met Pieter Elbers. Het was voor mij cruciaal om deze discussie snel te voeren.”

Kort na uw aantreden ging u al de confrontatie aan met KLM omdat u een plaats wilde in de raad van commissarissen van KLM. Waarom is dat zo belangrijk?

„We hebben drie raden met toezichthouders: van de groep, van KLM en van Air France. Toen ik aantrad, zat ik in geen van drieën. In mijn contract heb ik laten vastleggen dat ik snel in de raad van commissarissen van de groep zou komen. Een zetel in de andere twee raden is voor mij logisch en belangrijk. Alle strategische beslissingen over KLM en Air France komen daar voorbij. Daar wil ik bij zijn. Het zou juist raar zijn als ik dat niet zou willen.”

In Nederland wordt het gezien als een ruil: Elbers mag blijven, in ruil voor uw commissariaat bij KLM en de toezegging dat de groep verder integreert.

„Nee, van een ruil is geen sprake. Mijn enige doel was en is vereenvoudiging van de managementstructuur. Daarom was deze discussie nodig. Het duurde iets langer dan ik had gehoopt, maar nu is het klaar.”

Is de reorganisatie van de top echt klaar? Vorige week was hier weer onrust over de verwijdering van KLM-directeur René de Groot uit de group executive committee, het bestuurlijke team van Air France-KLM.

Met – zeer lichte – stemverheffing: „Dit maakt me echt boos. Voordat ik kwam, zaten er twaalf mensen in dat team, van wie vier Nederlanders. Nu zijn het er elf, met drie Nederlanders. Vanaf half mei zijn dat er weer vier, op een totaal van twaalf. Twee Fransen hebben plaats gemaakt voor een Canadees en een Australiër. Het is belachelijk dat we er op deze manier naar kijken, maar het aantal Nederlanders daalt niet. Iedereen in dit team heeft verantwoordelijkheden op groepsniveau, niemand is verbonden aan een van de twee maatschappijen.”

Was u verbaasd over de ophef in Nederland over de positie van Elbers, binnen en buiten KLM?

„Er is veel geschiedenis sinds de fusie in 2004… Ik zal je vertellen wat me heeft verbaasd toen ik begon. In Frankrijk bleek het beeld te heersen dat de groep en Air France hetzelfde zijn. En de meeste KLM’ers denken dat ook. Voor veel mensen bestaat Air France-KLM helemaal niet, er is alleen Air France en KLM. Alsof het een joint venture is, wat het niet is.

„Dat misverstand is misschien ontstaan omdat de baas van de groep in het verleden ook vaak de baas van Air France was. Ik heb die functies in de eerste maanden ook even gecombineerd, maar ik wil geen bestuurlijke rol binnen Air France of KLM. Dat is nog niet eerder vertoond en het wordt nog niet volledig begrepen door iedereen.”

Misverstanden zijn er volop binnen Air France-KLM, net als wederzijds wantrouwen. Ongelijke prestaties zorgen voor scheve ogen. Air France haalde vorig jaar een winst van 266 miljoen euro, KLM ruim 1 miljard. De Franse klacht is dat Schiphol is gegroeid ten koste van luchthaven Parijs Charles de Gaulle. Smith: „Schiphol is een geweldig succesverhaal, volledig ingericht op transitverkeer. Charles de Gaulle is onhandig ontworpen.” Andersom vrezen KLM’ers dat hun winst verdwijnt naar Air France. Smith: „Dat is onzin. Ik daag iedereen uit om te bewijzen dat dat gebeurt.”

Smith ziet het als zijn taak om de 30.000 werknemers van KLM en de 50.000 werknemers van Air France duidelijk te maken dat beide maatschappijen profiteren van hun verbintenis. Dat niet iedereen daarvan overtuigd is, is volgens hem te wijten aan onbekendheid met de voordelen van het gezamenlijk optrekken. Als zelfstandige maatschappij had KLM de omzet niet kunnen verhogen van 6,4 miljard euro in 2004 naar 11 miljard euro in 2018. Smith: „Als iemand denkt dat de groep niet heel goed is voor beide maatschappijen, begrijpt diegene niet hoe de groep werkt.” Tot zijn verbazing was Smith een van de eerste werknemers met een groepscontract. Ook werknemers die op groepsniveau werken, hebben een contract van KLM of Air France. „Dat moet anders.”

Streeft u naar een grotere rol voor de groep, ten koste van zelfstandigheid van de twee maatschappijen?

„Ik streef vooral naar een logisch en eenvoudig besluitvormingsproces. Daar ontbrak het aan. Daarom moesten we het bestuur in de top van het bedrijf aanpassen en hebben we nu een ceo-comité met de bestuursvoorzitters van KLM en Air France, de financieel directeur van de groep en mijzelf. De besluitvorming binnen de groep moet eenvoudiger en daadkrachtiger, dat is heel belangrijk.”

Wilt u naar een model waarbij KLM en Air France fungeren als operating carriers, die geen eigen strategische beslissingen nemen?

„De strategische beslissingen worden voortaan genomen in het ceo-team, met een sterke inbreng van de twee maatschappijen. Het is zaak dat dat nieuwe model voor iedereen helder wordt. We zijn geen twee bedrijven die samenwerken in een joint venture, het gaat verder dan dat. Een voormalig KLM-topman [Leo van Wijk, mede-oprichter van Air France-KLM, MD] zei onlangs in een interview dat het makkelijke deel van het samenvoegen in de eerste fase sinds 2004 is gebeurd, en dat ze de moeilijke fase aan hun opvolgers hebben overgelaten. In die fase zitten we nu. Onze Europese concurrenten IAG en de Lufthansa Group hebben dit al achter de rug. Ze lopen op ons voor qua organisatiestructuur en presteren daarom beter.”

Presteren ze niet beter omdat hun lonen lager zijn?

„Wij zijn duurder, dat klopt. Maar met onze lonen kunnen we wel degelijk meer marktaandeel en hogere marges halen.”

U wilt besluiten over nieuwe vliegtuigen verleggen van de maatschappijen naar de groep. Kunnen ze dat niet beter zelf doen?

„Natuurlijk weet KLM het beste wat ze willen met hun vloot, maar het onderhandelen met Boeing en Airbus gaat beter als we onze wensen op elkaar afstemmen. De aanschaf van nieuwe vliegtuigen is bedrijfsmatig heel ingrijpend, ik wil zeker weten dat het op de meest kosteneffectieve manier gebeurt. Dat betekent niet dat we compromissen gaan sluiten.”

U heeft de nog jonge Air France-dochter Joon stopgezet, de naam van de andere dochter Hop gewijzigd. Wilt u nog meer veranderen in de merken, bijvoorbeeld bij Transavia?

„Transavia is geweldig. De Nederlandse en Franse tak delen het merk, maar we gaan ze niet samenvoegen. Op termijn wil ik wel één persoon voor commercie en het merk Transavia, die dan ook in het ceo-comité komt. Aan de merken Air France en KLM gaan we niets veranderen, ze zijn ijzersterk en heel erg verbonden met de beide landen. We moeten wel vooruit blijven kijken. Staat KLM voor een merk waar de volgende generatie passagiers ook mee wil reizen? We moeten zorgen dat KLM voorop blijft lopen op het gebied van duurzaamheid, dat wordt voor passagiers een belangrijke factor.”

Lees ook: Van liefde was eigenlijk nooit sprake

We spraken vooral over interne kwesties. Wat is de grootste uitdaging buiten Air France-KLM?

„Eerlijke concurrentie met maatschappijen die veel ruimte krijgen om in Europa te opereren. Ik weet nog niet precies hoe de recente overeenkomst tussen de Europese Unie en Qatar uitpakt, maar het is wel reden tot zorg. We willen weer de nummer één van Europa worden, maar dat kan alleen met een eerlijk speelveld.”

Correctie donderdag 28 maart 2019: In een eerdere versie van dit artikel stond dat het group executive committee uit elf leden bestaat, waarvan vier Nederlanders. Dat zijn er op dit moment drie, vanaf half mei weer vier.