Lafawndag.

Foto Mathilde Agius

Lafawndah: ‘Ik wil een eiland zijn waar anderen kunnen aanmeren’

Interview Lafawndah vertolkt haar avant-garde pop deze week live op Rewire. Ze maakte een album over de pijn van racisme waarmee ze een alternatieve wereld schept.

Ze is gefascineerd door het concept ‘ancient future’ zegt de Iraans-Egpytische Lafawndah over Ancestor Boy, de titel van haar debuutalbum. „Ik geloof niet in vooruitgang als lineair proces. We worden onbewust beïnvloed door onze historische context. Door gebeurtenissen die van generatie op generatie overgaan en al jaren met ons meereizen.”

De titeltrack klinkt alsof een krijger Wakanda-stijl (uit de film Black Panther) uit zee verrijst en aankomt bij een plek waar hij (of zij) een alternatief universum vindt. Toevallig is dat dus precies wat de Iraans-Egyptische Yasmine Dubois voor ogen had, zegt ze in een hotel in Amsterdam.

Westerse pop is te veel gericht op perfectie

Geboren tussen twee culturen en opgegroeid in een blanke buitenwijk van Parijs heeft ze altijd tussen de regels en landsgrenzen gezweefd. Nu heeft ze de muzikale ‘tools’ gevonden om zelf een alternatieve ruimte te scheppen, „een eiland waar de anderen kunnen aanmeren,” zegt ze. Op ‘Blueprint’ zingt Yasmine Dubois het ook letterlijk, met dramatische uithalen à la Björk: „I am an island.”

Het is een typische Lafawndah-track: theatraal, gelaagd, mystiek, ritmisch en krachtig waarin ze de luisteraar vraagt: „Heb jij wel eens in een kamer gestaan waarin je de enige was die anders was?”

Drums zijn de basis voor haar muziek waarin ze invloeden van Arabische en Perzische pop verwerkt. Ze zingt poëtische flarden, vaak hoog en ijl (‘Tourist’) soms fluisterend in het Frans (‘Vous et Nous’). De krachtige drumroffels ontsporen regelmatig in woelige stroomversnellingen, alsof je bij een optreden van ronddraaiende muzikanten in het soefi-gebergte bent (‘Storm Chaser’).

Het doel van de strijdbare drumroffels is mensen bijeen te roepen, zegt Yasmine Dubois. „Probeer de anderen te vinden. We zijn ons hele leven in de hoek gedrukt en verdeeld. Daarom moet je zorgen dat je de anderen vindt.”

Lafawndah Foto Mathilde Agius

Geen perfectie

Als ik haar vraag wie ‘de anderen’ zijn denkt ze na. „Alle mensen die niet zijn geboren in een positie van macht”, zegt ze voorzichtig.

Lang voelde ze zich jaren ongelofelijk eenzaam in Frankrijk. „Racisme is een ziekte waarmee de hele wereld is besmet. Het gebeurt op verschillende manieren in Frankrijk, soms onderhuids, soms openlijk. De manier waarop ik bijvoorbeeld ben benaderd door docenten was echt straffend. Ik haalde hoge cijfers maar het was alsof ze niet wilden geloven dat iemand van kleur ook succesvol zou kunnen zijn.” Daarover zingt ze in ‘Blue Print’: „I upset the statistics/ I don’t fit the Blueprint.”

Ze herkent de verhalen van andere Arabische vrouwen in Frankrijk. „Als je een paper inlevert als student is het ‘waarom heb je dit onderwerp gekozen, ben je een terrorist? Je bent altijd te luidruchtig, te emotioneel, te veel.”

Haar verhuizing naar New York na haar studie in Parijs gaf helderheid. Door de afstand en de andere wereld om haar heen vond ze de woorden om haar pijn te omschrijven. Zo kon ze zelf ook de muzikale tools ontwikkelen voor het scheppen van een alternatieve realiteit. „Ik maak muziek omdat de dingen die ik in de wereld wilde zien daarin ontbraken. Ik wil me gezien, begrepen en vertegenwoordigd voelen.”

Lees ook dit interview met Kelly Moran, die op Rewire optreedt met een ‘geprepareerde’ piano: Kelly Moran eist op Rewire schroeven tussen de pianosnaren

Ze begon ooit met muziek omdat ze zich stoorde aan de traditionele rol van de vrouwelijke stem in Westerse popmuziek. Die vindt ze vaak te gelikt. „Westerse pop is te veel gericht op perfectie. Het is alsof de muziek zich uitstrekt als een zijden tapijt waarop de vrouwelijke stem zich kan neervlijen. Ik ben opgegroeid met Perzische pop, die is veel rauwer. Een stem mag een snik hebben of bijna breken, dan ontstaat spanning.”

Ze werkte als curator in Mexicaanse galeries en had vriendjes in de filmindustrie. Op de albumhoes verrijst ze, gekleed als Renaissance-koningin, als moderne Venus uit het water bij Marseille. Die beeldtaal is een belangrijk deel van haar werk, net zoals ze ook haar eigen video’s regisseert. Je hoort de theatrale kwaliteit ook in de fantasierijke collages en de dromerige buitenaardse sferen die ze schept.

Toch hebben de nummers op Ancestor Boy ook een intieme, beladen, soms erotische kwaliteit die doet denken aan Sevdaliza of Kelela. Op Uniform vertaalt Yasmine Dubois het effect van opgroeien tussen twee culturen naar de onzekerheid die ze voelt tegenover een geliefde: „I would never know/ I would never know which colour/ which colour/ They want,/ they want to see me in.”

Op die manier maakt ze grote thema’s klein, persoonlijk en indringend.

De nummers zijn gemaakt in New York, Los Angeles, Mexico City, Londen en Parijs. Hoog op de lijst met bedankjes staat Cosmic Jackie, een medium dat ze twee jaar geleden raadpleegde toen ze twijfelde aan alles. Cosmic Jackie gaf haar het advies te stoppen met het ‘automatiseren’ van haar drums. En ze moest met muzikanten in de studio gaan zitten. „Als je hen laat spelen en aanstuurt als een dirigent, ga je vliegen, zei ze.”

Het medium kreeg gelijk. Yasmine Dubois werkte samen met de Japanse percussionist Midori Tadaka aan het nummer ‘Le Renard Blue’, een prachtig modern klassieke compositie met marimba-spel en korte film. Voor haar album Ancestor Boy dook ze de studio in met onder meer saxofonist John Hassle (te horen op ‘Joseph’), Jamie Woon, de Londens producer Gaika, cellist Patrick Belaga en haar vaste muzikale partners Valentina Magaletti and Joao Pais Filipe. De nummers zijn alle dertien heel verschillend, maar klinken toch compleet eigen.

Tegenwoordig is Londen thuis. „Op een plek zijn waar nazaten van immigranten van over de hele wereld samenkomen en het goed doen is bevrijdend”, zegt Yasmine Dubois . „Niet door dokter te worden of advocaat, maar door hun eigen pad te bewandelen. Ik zie mensen nieuwe banen en titels creëren, succes hebben en erkenning krijgen. Het is heel inspirerend.”