Mounir Samuel

Foto Irwan Droog

Mounir Samuel: ‘Ik wil dat homo’s zich hetero wanen, en moslims christen’

Interview De Egyptisch-Nederlandse Mounir Samuel (29) speelt een voorstelling die de grenzen van de hokjesgeest opzoekt. In zes ‘dagen’ pelt hij identiteiten van zich af.

De berichten „stromen alweer binnen” op zijn telefoon. „‘Ga terug naar Congo’, een man aan een strop.” Mounir Samuel vertelt het wat afwezig met zijn jas nog aan als hij de koffietent bij station Amsterdam Sloterdijk binnenwandelt. Het is de ochtend na de Provinciale Statenverkiezingen, waarin Forum voor Democratie de grootste partij werd. Hij bestelt een cappuccino en een „ticket to paradise”.

„De tijd haalt mijn voorstelling telkens in”, begint hij. „Eerst Christchurch, toen Utrecht en nu dit.” Donderdag gaat En toen schiep God Mounir in première, waarin de Egyptisch-Nederlandse Samuel (29) de grenzen van de Nederlandse hokjesgeest opzoekt, om die uiteindelijk te laten vervagen. Samuel komt uit Amersfoort, „de geboorteplaats van Mondriaan, het symbool van de hokjesgeest”. Zijn kostuum op het podium is een kruising van een Egyptische vlag en een Mondriaan-schilderij.

Het is de eerste theatervoorstelling van de journalist, schrijver en opiniemaker, die bij Pauw & Witteman bekend werd als politicoloog, later als Midden-Oostencorrespondent en door zijn transitieproces naar man. Hij identificeert zich als genderqueer, christen, trans, maar ook met niets van dat alles. „Je kan tien bijvoeglijke naamwoorden voor mijn naam plakken en dan heb ik nog niet eens een beroep of karakter.”

Mounir Samuel: „Je kan tien bijvoeglijke naamwoorden voor mijn naam plakken.” Foto Irwan Droog

Onder regie van Hesdy Lonwijk (onder andere Feuten) gaat Samuel in een „hedendaags scheppingsverhaal” op zoek naar een „nieuwe Adam: niet man of vrouw, maar mens”. In zes ‘dagen’ pelt Samuel identiteiten van zich af. Totdat hij, op de zevende dag, bij zijn ziel is. Bij de ware vrijheid.

Samuel wil het ‘identiteitsdenken’ bij het publiek doorbreken. „In de voorstelling zijn man en vrouw gelijk aanwezig”, zegt hij. „Wit en zwart zijn gelijk aanwezig. Nederland en Egypte. Moslim en christen. Door die gelijkwaardigheid vallen ze weg. Het laat zo de betrekkelijke irrelevantie van die identiteiten zien.”

Wat blijft er na dag zes over?

„De persoonlijkheid. In mijn geval: wat er was vóórdat het 4-jarige kind zich bewust werd van de kleur van zijn vachtje, voordat de 12-jarige verliefd werd op een meisje, voordat hij zich christen ging noemen.

„Een mens kan op de zesde dag aankomen, maar op de zevende dag heb je elkaar nodig. Je pelt jezelf helemaal af, en vanuit dat mens-zijn maak je de connectie met alles om je heen. Je gaat eerst naar binnen, dan naar buiten. Daarom heb ik het ook naar het theater gehaald. Je kunt je niet verstoppen achter een boekcover.”

Geloof, gender, geaardheid… Is dat niet heel veel voor één voorstelling?

„Nee, de chronologie van die zeven dagen is heel helder. Het is overweldigend, maar niet verwarrend.”

Hij bestelt een soort kruising tussen een jus d’orange en een gemberthee. Met honing.

Is Egypte het tegenovergestelde van Amersfoort?

„Ja. En dat is het gekke. Iemand zoals ik kan daar niet veilig bestaan. Maar als mens, als karákter, Mounir met z’n rennen en z’n drukte, val ik compleet op m’n plek. We hebben de voorstelling zo gemaakt dat het publiek zich ook verstikt gaat voelen in Amersfoort. Dat publiek wil naar Egypte.”

Wat wilt u met de voorstelling zeggen?

„Ik wil dat iedere persoon die binnenkomt even z’n primaire identiteit vergeet. Als jij homo bent, dan hoop ik dat je zo gefascineerd bent door mijn liefdesspel met vrouwen dat je je even hetero waant. Als je wit bent, je je even zwart voelt. Als je moslim bent, je geraakt wordt door die christen die vol overgave God aanbidt.”

Is uw relatie met het geloof veranderd door deze voorstelling?

„Ja. Ik heb de ziel nog meer losgekoppeld van religie als instituut en van religieuze hypocrisie. De voorstelling neemt religie compleet op de korrel, zowel christendom als islam - en dat gaat ver, daar kan Maarten ‘t Hart nog wat van leren – maar het eert God, het goddelijke.”

Wat heeft u zelf geleerd tijdens het maakproces?

„Ik heb me gerealiseerd hoe groot de impact is van alle stemmen die ik hoor. Dat ik hier niet kan zitten zonder te denken hoe ik zit, kijk, praat. Dat superbewuste. Ik ben nog niet op de zevende dag, maar wel verder dan dag één.”

En toen schiep God Mounir’, première: 28/3, Podium Mozaïek, Amsterdam. Daarna tournee. Inl: mounirsamuel.nl