Leden van diverse motorclubs rijden gezamenlijk een route.

Bas Czerwinski/ANP

Hoe pak je motorclubs aan?

Motorclubverbod Om motorbendes weg te krijgen, zijn andere regels nodig. „Als je in Duitsland met een motorjasje loopt, word je direct bestraft.”

Als hij de medewerkers van justitie diep in de ogen kijkt, zegt Jan Brouwer, dan bekennen ze: „Jan, je hebt gelijk: deze aanpak is niet efficiënt.”

Brouwer is hoogleraar Recht en Samenleving aan de Rijksuniversiteit Groningen. Hij onderzocht met zijn collega’s van het Centrum voor Openbare Orde en Veiligheid de effecten van het ‘motorclubverbod’. Deze donderdag wordt het onderzoek gepubliceerd.

Sinds 2012 staat het aanpakken van Outlaw Motorcycle Gangs (OMG) hoog op de politieke agenda. Toenmalig minister van Justitie Ivo Opstelten (VVD) begon met de bestrijding van de motorbendes. Nederland telt er zo’n tien, volgens het Landelijk Informatie en Expertise Centrum. Die hebben in totaal bijna tweeduizend leden. 85 procent heeft een strafblad, blijkt uit Leids onderzoek.

Doel van de aanpak van Opstelten: motorclubs tegenwerken. Door vergunningen in te trekken, evenementen te weigeren en clubhuizen te sluiten. Daarnaast probeert het Openbaar Ministerie deze motorclubs via het civiel recht te verbieden, omdat ze een gevaar voor de openbare orde zouden zijn en geweld en andere vormen van criminaliteit zouden stimuleren. Jan Brouwer en zijn collega’s moesten onderzoeken wat dit verbod tot nu toe heeft opgeleverd.

Andere regels nodig

Het antwoord: weinig. Het verbieden van motorclubs kost veel geld en mankracht, zegt Brouwer, dat kunnen we beter besteden aan onderzoek naar strafbare feiten van de individuele leden.

Andere conclusie: de wetgeving die in Nederland wordt gebruikt om motorclubs te verbieden, is te veel toegespitst op politieke partijen (de exteem-rechtse partij CP’86 werd eind jaren negentig verboden) en daarom ongeschikt voor motorclubs. „Om het bestaan van een motorbende te beëindigen, heb je andere regels nodig”, zegt Brouwer. „Regels die sneller en eenvoudiger toepasbaar en vooral beter handhaafbaar zijn.”

In het buitenland bestaat die wetgeving al, zegt Brouwer. In Duitsland en Frankrijk is concreet in de wet opgenomen wat een motorclub na een verbod niet mag.

Zo kent de Duitse wet bijvoorbeeld het Kennzeichenverbot. „Vlaggen, spelden, uniformen, leuzen en begroetingsvormen” zijn verboden”, schrijven de onderzoekers. Daar wordt in Duitsland echt op gehandhaafd. „Als je daar met een motorjasje loopt, word je direct bestraft”, zegt Brouwer. In Nederland gebeurt dat nauwelijks.

Onterechte weigering

Het onderzoek pleit ervoor de Nederlandse wet te herzien en daarin concreet op te nemen wat verboden is. Dat kan zorgen voor meer duidelijkheid bij burgemeesters. Die overtreden in de strijd tegen motorclubs in hun gemeentes nu soms de regels, zegt Jan Brouwer. Evenementen- of bouwvergunningen van motorclubleden worden soms onterecht geweigerd, hetzelfde geldt voor sollicitaties als particuliere beveiliger.

Burgemeesters dreigen bovendien cafés te sluiten als ze erachter komen dat leden van motorbendes daar vergaderen. „Ik heb verschillende tapes thuisliggen waarop te horen is hoe de cafébaas door de burgemeester onder druk wordt gezet.”

Een medewerker van het OM vroeg Brouwer eens of hij „wel aan de goede kant staat”. In het verleden appte een No Surrender-leider de Groningse hoogleraar, nadat hij zich kritisch had uitgelaten over het optreden van de interim-burgemeester in Emmen. De leider stuurde: „Mooi dat u het voor ons opneemt, meneer Brouwer.”

Ik ben een onpartijdige wetenschapper, zegt Brouwer, „en dit is een uitgebalanceerd rapport”. Als de nieuwe wet er komt, zal dat voor motorclubs binnen een paar jaar grote consequenties hebben, zegt hij. Wat volgens hem ook zou helpen: de minister de mogelijkheid geven om een motorclub per direct te verbieden. De beslissing wordt dan achteraf getoetst door de rechter. Een wetsvoorstel hiertoe ligt bij de Tweede Kamer.

Brouwer: „Ik maak me eerder zorgen dat er over een tijdje een hele stoet motoren voor mijn deur staan.”