Van Engelshoven: ‘Vaste boekenprijs moet gehandhaafd blijven’

Onderzoek In drie rapporten is voor het eerst gekeken naar impact én economisch belang van boeken. De minister van OC&W is overtuigd.

Boekhandel Donner in Rotterdam
Boekhandel Donner in Rotterdam Foto Walter Herfst

„In ieder geval moet de Wet op de vaste boekenprijs, die zo belangrijk is voor het vak, gehandhaafd blijven”, zei minister Ingrid van Engelshoven (D66, Onderwijs, Cultuur en Wetenschap) nadat ze woensdagmiddag drie rapporten over zowel de economische- als culturele impact van het boek in ontvangst nam. Daarmee reageerde ze door de telefoon op haar uitspraak van die middag in boekhandel Donner in Rotterdam dat „het zaak is dat overheid en boekenmarkt elkaar versterken.” In de rapporten (in opdracht van kennisplatform KVB Boekwerk) is voor het eerst gekeken naar de emotionele én de economische impact van de boekensector. Ze gaan in op ‘het economisch belang van het boekenvak’, ‘de maatschappelijke impact van boekhandels’ en ‘de impact van het boek’. De uitkomst van de rapporten zal niet verrassen: het boek doet ertoe.

De rapporten zijn een antwoord op het onderzoek dat de voorganger van Van Engelshoven, voormalig OC&W-minister Jet Bussemaker, bepleitte toen in 2015 de Wet op de vaste boekenprijs ter discussie stond. Volgens die wet bepaalt de uitgever de prijs van een boek en moeten alle boekhandelaren die hanteren. Doordat de prijs van bestsellers zo kunstmatig hoog wordt gehouden, kunnen uitgevers ook titels uitgeven die een hoge culturele waarde hebben, maar geen commercieel succes zijn. Het was aan de sector om zijn waarde te bewijzen; elke vier jaar rapporteert de minister van Cultuur namelijk over de doeltreffendheid van de wet.

In 2015 werd besloten dat de Wet op de vaste boekenprijs gehandhaafd bleef, maar Bussemaker koppelde daar wel de eis aan vast dat het „boekenvak zich moest aanpassen aan de veranderende leescultuur”.

Lees ook de column van Lotfi El Hamidi over het gebrek aan boekhandels in Rotterdam

Volgens Van Engelshoven is dat gebeurd: „Boekhandels verleiden mensen beter om te komen en te blijven; ze zijn aantrekkelijker voor jong publiek. Ze werken ook steeds vaker samen met bibliotheken. Schrijvers trekken meer aandacht op festivals die goed bezocht worden en bij uitgeverijen is meer aandacht voor nieuwe genres als het spoken word.”

‘Culturele ervaring’

Het eerste rapport dat de minister in ontvangst nam, is gebaseerd op iets wat al vaker is gezegd: lezen van fictie vergroot de empathie. Hoewel het rapport niet duidelijk maakt of er misschien eerder van een correlatie dan van een causaal verband sprake is, wordt in dit onderzoek wel benadrukt dat fictie de empathie meer vergroot dan non-fictie. Lezen zet aan tot nadenken – meer dan films en games.

Het tweede rapport, dat over de maatschappelijke impact van boekhandels gaat, is een pleidooi voor de fysieke boekhandel en leest als één grote aanklacht tegen online winkelen.

Wat fysieke boekhandels bieden, wordt verteld aan de hand van vragen aan bezoekers van boekwinkels. Zij ervaren door een boekhandel lopen als een „complete ervaring”, of een „culturele ervaring”. Boekhandels trekken bovendien relatief veel mensen, en zijn dus graag gezien in winkelgebieden. Dat de verkoop van boeken via fysieke boekhandels daalt, terwijl die online juist stijgt, daar gaat het rapport verder niet op in.

Half miljard omzet

Het derde en verreweg omvangrijkste onderzoek dat de KVB presenteert, gaat over het ‘Economisch belang van het boekenvak’. Hierin wordt geprobeerd het belang van het boek in harde cijfers om te zetten.

Zo’n 25.000 mensen zijn werkzaam in de sector. In totaal werd er in 2017 bijna een half miljard euro omgezet in de boekenbranche, uitgaand van auteurs/vertalers, uitgevers en boekhandelaren samen. Auteurs en vertalers samen hadden naar schatting ruim 34 miljoen aan omzet – waarbij opgemerkt moet worden dat slechts 0,7 procent van de schrijvers een minimuminkomen aan boekverkopen alleen verdient, zoals bleek uit onderzoek van KVB Boekwerk dit najaar.

Dat is meer dan de Nederlandse film- en muziekindustrie samen, minder dan in de Nederlandse game-industrie. Maar, zo becijfert het instituut SEO Economisch Onderzoek dat dit onderzoek uitvoerde: de toegevoegde waarde (die tussen de 213 en 218 miljoen euro wordt geschat), ligt boven die van de Nederlandse „leer- en schoenenindustrie of die van de Nederlandse kledingindustrie”.

„De rapporten komen op een goed moment”, stelt Van Engelshoven, die dit voorjaar een brief wil sturen over het cultuurstelsel. Volgens haar bevestigen de uitkomsten dat het boek een positieve impact heeft op burgerschapsvaardigheden en empathisch vermogen, maar vooral ook het belang van fysieke boekhandels in steden. „Ik hoop dat veel steden en gemeenten dat zien, en ik zal ze daar ook zeker op wijzen.”

Lees ook: Slechts enkeling leeft van zijn boeken

Deze versie is in de eerste alinea geüpdatet