Recensie

Recensie

De aard van de vogel: van showpik tot misbaksel

Vogelboek Het dwarse vogelboek rangschikt vogels in geheel nieuwe categorieën. Herken de angsthazen, narcisten en designvogels.

Categorie Vechtersbazen: Zilvermeeuw
Categorie Vechtersbazen: Zilvermeeuw Foto Siegfried Woldhek

Vogelboeken, elk jaar verschijnen er meer. Vogels – en ook vogels kijken tegenwoordig; de vogelaar is allang geen nerd meer – worden steeds populairder. Om tussen al die vaak prachtig uitgegeven boeken op te vallen, moet je iets bijzonders doen. Dat deed Siegfried Woldhek met Het dwarse vogelboek dat maandag verschijnt.

Dat Woldhek naast cartoonist en illustrator voor NRC ook vogelaar is, was bekend (ooit was hij directeur van Vogelbescherming), maar niet veel mensen wisten dat hij vogels niet alleen tekent, maar ook fotografeert. Het boek bestaat voornamelijk uit beeld: foto’s van vogels over de hele wereld; uit de hand genomen „snapshots” zoals hij het zelf noemt, maar dan wel van een kwaliteit die niet onderdoet voor die van een professioneel fotograaf.

Maar bijzonderder nog is de hele opzet van deze uitgave. Woldhek liet de vaste indeling van vogelsoorten los en creëerde er gewoon zelf een, met 18 ‘families’: zie daar, de showpikken („tjongetjonge, wat zijn ze mooi. En wat komen ze daar graag voor uit”), de narcisten („houden zich bij voorkeur op bij het water, want op het land hebben ze geen spiegelbeeld”), de angsthazen die massaal samenklitten („je zou er gek van worden, maar zij voelen zich kennelijk senang als ze massaal door elkaar heen kunnen tetteren”) of juist de vechtersbazen („moet dat nou?”).

Vergaap je aan de designvogels („alle vorm- en kleurregisters opengetrokken”), met als tegenhanger die arme misbaksels („waar evident iets fout is gegaan met de kleur of de vorm”) – alhoewel je vraagtekens kunt zetten bij het toevoegen van de scholekster aan deze sneue categorie. Woldheks ironische toelichting maakt niet alleen helder hoe hij tot deze verzamelingen kwam, ook komt hij met veel interessante feiten en weetjes; of het nu gaat over eten, vliegen, zingen of – valt dat even tegen – de liefde: ook die romantische vogelstelletjes blijken vreemd te gaan bij het leven.

Bovenal moedigt dit boek de lezer aan om „zintuigen te openen” en beter, ánders naar vogels te kijken. Door de belangrijkste verschillen en overeenkomsten te zien begrijp je hun gedrag beter, en zal je ze ook eerder herkennen. Al is dat laatste eigenlijk niet van belang: ook als je de naam niet weet moet je gewoon genieten van wat je ziet, vindt Woldhek, die een hekel heeft aan het zogenoemde twitchen en dit „jagen en jakkeren” op zoveel mogelijk soorten beschouwt als „een karikatuur van vogelkijken”. Naar vogels moet je kijken. Laat hun veren je ogen strelen, schrijft Woldhek.

Siegfried Woldhek: Het Dwarse Vogelboek. Podium, 176 blz, 29,99 euro