Wordt Europa straks een lappendeken aan tijdzones?

De Europese lidstaten bepalen komende maanden of ze kiezen voor zomer- of wintertijd. Of toch beide willen behouden. „Niemand wil een lappendeken van tijdzones in de EU.”

Leden van het Europese Parlement tijdens de stemming over zomer- en wintertijd dinsdag 26 maart.
Leden van het Europese Parlement tijdens de stemming over zomer- en wintertijd dinsdag 26 maart. Foto Vincent Kessler/Reuters

Hoe laat is het straks in Europa? De Europese lidstaten gaan daar de komende maanden over onderhandelen, nadat het Europees Parlement dinsdag instemde met het afschaffen van het in de EU vastgelegde verschil tussen zomer- en wintertijd.

Per 2021 moet het zover zijn. Dat betekent dat de klok nog minimaal vier keer wordt verzet. Aanstaande zaterdag op zondag (naar zomertijd), aankomende herfst, en dan volgend jaar nog twee keer. In het voorjaar van 2021 wordt de klok alleen verzet in landen die voor zomertijd kiezen.

Belangrijkste bezwaar tegen het verzetten van de klok is het verstoren van het bioritme van mens en dier. Dat leidt al jaren tot pleidooien voor het afschaffen van de Europese richtlijn die bepaalt dat alle EU-landen twee keer per jaar de klok moeten verzetten, op de laatste zondagen van maart en oktober.

Niet representatief

Vorige zomer deden 4,6 miljoen mensen in de EU mee aan een online enquête van de Europese Commissie over zomer- en wintertijd. Van de deelnemers bleek 84 procent voorstander te zijn van het stoppen met het verzetten van de klok. Het onderzoek was echter niet representatief : zo was bijna 70 procent van de deelnemers Duits.

Toch kwam Commissievoorzitter Jean-Claude Juncker in september met het voorstel naar de uitkomst ervan te luisteren. „Er is geen applaus wanneer de EU-wet voorschrijft dat Europeanen de klok twee keer per jaar moeten verzetten”, concludeerde hij. Dus: „Lidstaten moeten zelf beslissen of hun burgers in zomer- of in wintertijd leven.”

Nu heeft Europa een lange geschiedenis van tijdsverschillen. Vanaf de oliecrisis begin jaren zeventig begonnen landen de zomertijd in te voeren om energie te besparen. Ze kozen daarvoor lang niet allemaal dezelfde datum. Vanaf 1980 begon de Europese afstemming. En in 1996 volgde de Europese richtlijn met de verplichte wisseldagen.

Grotere afstemming werd destijds gezien als een logische stap in de ontwikkeling van de Europese interne markt. Nu rechtvaardigde Juncker de terugkeer naar nationale tijden met het streven naar draagvlak onder de bevolking. De lidstaten konden dat moeilijk afwijzen. In oktober bleek dat de meeste lidstaten ook wel voor het afschaffen van zomer-en wintertijd zijn, maar dat er veel praktische bezwaren aan het veranderen kleven.

Vliegtuigmaatschappijen gaven bijvoorbeeld aan zeker 18 maanden nodig te hebben om zich in te stellen op de nieuwe tijd. Luxemburg zat ermee dat de helft van de bevolking in Duitsland, België en Frankrijk werkt. Een uurtje verschil met de buren zou dramatische gevolgen hebben voor het dagelijkse leven daar.

En hoe te kiezen tussen winter- en zomertijd? Onder meer Denemarken en België kondigden consultaties aan onder de bevolking. Andere landen, waaronder Nederland, wilden ook consultaties, maar geen referendum-achtige toestanden.

Nog belangrijker: er moet een manier gevonden worden om allemaal op min of meer dezelfde tijd uit te komen. Des te meer omdat de EU toch al drie standaard tijdszones heeft: Ierland, het Verenigd Koninkrijk en Portugal hebben de West-Europese tijd, 17 landen waaronder Nederland de Midden-Europese tijd en acht landen, van Griekenland tot Finland, de Oost-Europese tijd. Bij verschillende keuzes voor winter- of zomertijd zouden de tijdsverschillen oplopen. Tussen Ierland en het VK dreigt dat sowieso, omdat de Britten uit de EU stappen.

Het gevolg was uitstel. Op verzoek van de lidstaten verschoof de Europese Commissie de plannen van eind 2019 naar 2021. Dat zou tijd moeten laten voor overleg, afstemming en voorbereiding.

Intussen zien alle lidstaten „de noodzaak van een coöperatieve aanpak”, aldus Eurocommissaris Bulc dinsdag. „Niemand wil een lappendeken van tijdzones in de EU.”

In juni gaan de Europese transportministers het er weer over hebben.