Werken op flexplekken? Begin er gewoon niet aan

Japke-d. vraagt door De gemeente Apeldoorn krijgt flexplekken en zegt zich daarop goed te hebben voorbereid. Doe het niet, zegt

Tomas Schats

Als er íéts vaak misgaat op kantoor, dan is het wel werken op flexplekken. En toch zie ik nog overal werkgevers die eraan beginnen. Zoals afgelopen weekend, toen ik op Twitter werd geattendeerd op een artikel in de Stentor, waarin de gemeente Apeldoorn trots aankondigde dat het stadhuis wordt verbouwd en dat er straks 250 mensen extra kunnen worden gehuisvest, naast de huidige 1.100. Daartoe worden alle binnenmuren gesloopt en gaat het personeel straks „meer in open ruimtes werken op flexplekken”, vertelde de verantwoordelijk opdrachtgever namens de gemeente, Hilly Jager.

Op zo’n moment denk ik: als je zoiets met trots vertelt als werkgever, dan weet je blijkbaar niet dat open ruimtes funest zijn voor de concentratie, slecht zijn voor het brein en dat ze de kans op een burn-out vergroten.

En dan weet je blijkbaar ook niet dat overal in Nederland werknemers worstelen met de naweeën van flexen – te weinig werkplekken op drukke dagen, gammele vloeren door het verdwijnen van muren. Om over de onvrede van mensen die hun vaste werkplek hebben opgegeven voor een onzeker bestaan als flextijger nog maar te zwijgen. Dus ik belde Hilly Jager om te vragen of ik wellicht iets verkeerd had begrepen.

Ik heb het vast verkeerd begrepen.

„Nou, daarop is het antwoord alvast ja!

Jullie gaan niet flexibel werken?

„Ja, dát wel, maar niet in zo’n vreselijke kantoortuin. We gaan van een kantoor met aparte kamertjes en vaste plekken naar een kantoor met grotere ruimtes en flexplekken. Maar dat wil niet zeggen dat onze ambtenaren straks in een struggle for life terechtkomen.”

Ik voorspel alvast dat het chaos wordt.

„Nou, wij denken dat dit zeker niet zal gebeuren. We gaan namelijk voor veel verschillende ruimtes zorgen, voor verschillende werkzaamheden. Er komen stilteruimtes, belcellen, ruimtes waar mensen in groepjes kunnen werken en ruimtes waar mensen kunnen praten zonder dat ze anderen storen.”

Alle muren worden gesloopt!

„Ja, maar die worden deels ook weer opgebouwd! We wilden de hokjesgeest doorbreken. Maar het wordt echt niet één grote ruimte.”

Ik hoor werkgevers vaak zeggen dat het afbreken van aparte kamertjes de samenwerking bevordert. Maar bewezen is dat nog nergens.

„Wij denken dat dat wél gebeurt. Dat zien we overigens ook nu al op onze tijdelijke locatie.”

Ik las ooit een, weliswaar zeer beperkte studie, die suggereerde dat mensen zich juist meer terugtrekken door flexibele plekken.

„O, die studie ken ik niet.”

Flexplekken wordt meestal ingevoerd als meer mensen in een gebouw moeten.

„Hier was de aanleiding dat het kantoor verouderd was en we een opener stadhuis wilden. Maar ja, er komen inderdaad meer mensen in het gebouw. Maar we máken ook meer oppervlak, door de souterrains te gebruiken.”

Ik vrees dat er straks op de dinsdagen, maandagen en donderdagen niet voldoende werkplekken zullen zijn.

„Als dat zo blijkt te zijn, kunnen we de indeling nog makkelijk aanpassen.”

Ik vraag Jager of we samen de checklist zullen doornemen met de tien voorwaarden voor een goed kantoor, die ik ooit van gebouwenonderzoeker Wim Pullen kreeg. Allereerst: niet meer dan acht werknemers per ruimte op minstens vijf vierkante meter per persoon. Er moeten ramen open kunnen, de werknemers moeten zelf de zonwering en de temperatuur kunnen bedienen en werknemers moeten de mogelijkheid hebben om onderling afspraken te maken over geluidsoverlast. In al die zaken is voorzien, belooft Jager.

Er wordt ook voor geluiddemping gezorgd, zegt ze, én er komen geen wandelpaden achter werkplekken om de rust te bewaren.

Is er ondanks dit alles nog weerstand bij het personeel tegen de flexplekken?

„Ja. Er zijn mensen die hechten aan een eigen werkplek, anderen zijn bezorgd dat ze zich straks niet meer kunnen concentreren.”

Mijn advies: begin er gewoon niet aan.

„Haha, dat weet ik. En jouw naam is in de voorbereiding ook zeker wel eens gevallen. Maar wij geloven dat we de bezwaren voldoende hebben ondervangen.”

Wanneer beginnen jullie ermee?

„We hopen vóór de kerst.”

Ik hoor graag in 2020 hoe het bevalt.

„Daar hou ik je aan.”

Jeuktweets van de Week

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.