Verdachten ontkennen moord Iraniër Motamed

Moordaanslag Almere Anouar B. en Moreo M. worden verdacht van de moord op vluchteling Ali Motamed. De AIVD denkt dat Iran erachter zit.

Het gebouw van de AIVD in Zoetermeer. De inlichtingendienst heeft sterke aanwijzingen dat Iran achter de moord op Ali Motamed zit. Foto Lex van Lieshout / ANP
Het gebouw van de AIVD in Zoetermeer. De inlichtingendienst heeft sterke aanwijzingen dat Iran achter de moord op Ali Motamed zit. Foto Lex van Lieshout / ANP

Eigenrichting die de landsgrenzen overschrijdt. Zo omschreef slachtofferadvocaat Richard Korver dinsdagmiddag de moordaanslag op Ali Motamed. Deze 56-jarige elektricien is op 15 december 2015 doodgeschoten toen hij ‘s ochtends in zijn witte Eneco-bus wilde stappen om te gaan werken. Gealarmeerd door sirenes zagen zijn vrouw en zoon hoe hij op straat in een plas bloed lag voor hun huis in Almere.

Al op weg naar het ziekenhuis vertelt zijn vrouw de recherche dat Ali Motamed niet zo maar een Iraanse vluchteling was die begin jaren negentig hier asiel heeft gekregen, zo blijkt uit een reconstructie van Het Parool uit 2018. Ali Motamed is de valse naam van Mohammad Reza Kolahi Samadi. Hij is ex-lid van de Mujahedeen-Khalq, een oppositiegroep die door Iran verantwoordelijk wordt gehouden voor een bomaanslag waarbij 73 doden vielen.

Dat had Motamed tegen zijn vrouw verteld een paar jaar na de geboorte van hun enige zoon. Hij wilde zijn verleden ook aan hem uitleggen, maar pas als hij 18 jaar was. Zo ver is het niet gekomen. Motamed stierf in het ziekenhuis aan verwondingen aan zijn hoofd. Volgens zijn vrouw zit de Iraanse geheime dienst achter de moordaanslag op haar man. Hij zou de jaren voor de liquidatie in doodsangst hebben geleefd.

Sancties

De mogelijke betrokkenheid van de Iraanse geheime dienst hangt als een groot vraagteken boven de strafzaak tegen de twee verdachte schutters: Anouar B. en Moreo M. Deze twee Amsterdammers hebben volgens justitie de aanslag uitgevoerd na bemiddeling van Naoufal F., een moordmakelaar uit de Amsterdamse onderwereld die vorig jaar tot 18 jaar cel is veroordeeld voor het organiseren van een andere moordaanslag. Hij wordt apart vervolgd voor zijn betrokkenheid bij de aanslag op Ali Motamed.

De grote vraag is wie de opdrachtgever is geweest die Naoufal F. heeft benaderd. De Nederlandse regering heeft begin 2019 sancties aangekondigd tegen Iran op basis van „sterke aanwijzingen” van de AIVD dat Iran bij deze liquidaties betrokken is. Wat die aanwijzingen concreet zijn is niet bekendgemaakt. Toch is dat volgens de verdediging van belang omdat de verdachten iedere betrokkenheid ontkennen, en direct bewijs in de vorm van bijvoorbeeld camerabeelden of DNA-sporen ontbreekt.

De rechter wijst een verzoek van de verdediging om nadere toelichting van de dienst af. De AIVD heeft eerder laten weten dat informatie over deze zaak op dit moment niet kan worden gedeeld, en dat recht heeft de dienst als de staatsveiligheid in het geding is.

Daarmee zijn de vragen van de verdediging over de mogelijke betrokkenheid van de Iraanse geheime dienst vooralsnog van tafel. De zaak wordt behandeld op basis van de feiten in het dossier.

PGP-telefoons en bluetooth

Cruciaal daarin is informatie over twee PGP-telefoons. Die waren volgens de recherche in bezit van twee mannen die in Almere, vlak voor de liquidatie, met een gestolen BMW verkenningen hebben uitgevoerd. Diezelfde BMW is na de aanslag met hoge snelheid vertrokken en vlak daarna even verderop in brand gestoken.

Volgens de recherche kan een van die telefoons na een technische analyse worden toegeschreven aan Anouar B. De route van de PGP-telefoon werd vergeleken met de route van de Volkswagen Polo van de vriendin van Anouar B. Dat gebeurde op basis van de plekken waar de PGP-telefoon contact heeft gemaakt met het mobiele netwerk, en de plekken waar het bluetoothsignaal van de Polo de meetpunten heeft aan gestraald die Rijkswaterstaat gebruikt voor het voorspellen van files. Die routes kwamen overeen.

Ander bewijsmateriaal vormt de inhoud van PGP-berichten die door de recherche zijn ontsleuteld, de bijnamen van de verdachten die in adresboeken van weer andere PGP-telefoons zijn gevonden en een serie afgeluisterde gesprekken van een bevriende crimineel die vlak voor de liquidatie is aangehouden. Uit al die gegevens concludeert de recherche dat de verdachten de liquidatie op Ali Motamed hebben uitgevoerd. Het zijn kleine stukjes bewijsmateriaal die volgens de recherche „in samenhang heel belastend voor u zijn”, zo hield rechtbankvoorzitter Ruud Veldhuisen de verdachten voor.

Wat niet helpt is dat de verdachten geen verklaring hebben willen geven voor bepaalde opmerkelijke bevindingen. Zo is de nacht voor de moord bij een benzinepomp in Duivendrecht met de bankpas van verdachte Anouar B. 1,5 liter benzine betaald. „U snapt dat de recherche denkt dat die benzine is gebruikt voor het in brand steken van de vluchtauto?”, aldus de rechter. B. had grote moeite de vraag te beantwoorden.

Ook het strafblad van de verdachten is niet in hun voordeel. Moreo M. is veroordeeld voor doodslag, poging doodslag, afpersing, diefstal met geweld en verboden wapenbezit. „Dat stemt somber”, zei Veldhuisen aan het einde van de behandeling. Het Openbaar Ministerie maakt vrijdag de strafeis bekend.