Vooral laagopgeleide werknemers, bijvoorbeeld in de horeca of transport, volgen geen cursussen. Ze denken vaak dat ze het niet nodig hebben.

Foto Amber Beckers/Hollandse Hoogte

‘Veel mensen denken: ik kan dit toch niet’

Andries de Grip Een kwart van alle werkenden heeft tijdens zijn of haar loopbaan nog nóóit een cursus gevolgd. „Als je dan ontslagen wordt, ben je kansloos.”

Nederland doet het niet slecht, als het om bijscholing gaat. Ruim de helft van de werkenden volgt iedere twee jaar een cursus. „Daar kun je best tevreden mee zijn”, zegt Andries de Grip, hoogleraar economie en directeur van het Researchcentrum Onderwijs en Arbeidsmarkt (ROA) in Maastricht.

Totdat je inzoomt op de groep die in zijn of haar loopbaan nog nooit een cursus heeft gevolgd. Dat blijkt een kwart van alle werkenden te zijn, staat in een maandag gepubliceerde ROA-studie. „Vrij schokkend”, noemt De Grip die ontdekking.

Het gaat vooral om laagopgeleiden. Zij werken bijvoorbeeld in de transportsector of de horeca en denken dat ze geen cursus nodig hebben.

Ten onrechte, zegt De Grip. „De samenleving verandert snel. Veel simpele banen worden complexer, waardoor je veel moet bijleren.” Bovendien zijn het juist deze banen, die door automatisering kunnen verdwijnen. „Als je dan ontslagen wordt, terwijl je nog nooit een cursus hebt gevolgd, ben je kansloos. Dan móét je je wel laten omscholen.”

Wat is de reden dat deze mensen geen cursus volgen?

„Ze zien er tegenop. Het zijn vooral mensen die het op de basis- en middelbare school ook al niet makkelijk hebben gehad. Vaak hebben ze alleen een vmbo-diploma. Dan kunnen ze een negatief zelfbeeld hebben: ‘Ik kan nou eenmaal niet leren.’ Ik denk dat dit reuze meevalt, als ze maar op een praktische manier leren.”

Wat voor scholing kunnen zij gebruiken?

„Dat kan van alles zijn. Een cursus om beter te worden in je eigen vak tot algemenere bijscholing, zoals het verbeteren van je taal-, schrijf- of rekenvaardigheid.”

Waarom zou een werkgever zo’n cursus aanbieden, die niet direct met iemands functie te maken heeft?

„Omdat je werknemers op die manier ‘inzetbaar’ houdt. Als je dat niet doet, zit je op een gegeven moment met oudere werknemers die hun werk niet meer goed kunnen uitvoeren, maar die je óók niet zomaar kunt ontslaan.”

...en die zullen ook niet vrijwillig weggaan, als ze slechte baankansen hebben.

„Ja, dan zullen ze blijven zitten tot ze het werk echt niet meer volhouden en bijvoorbeeld door ziekte of arbeidsongeschiktheid uitvallen.”

Lees ook: Over tien jaar is half Nederland niet meer geschikt voor zijn werk

Sommige werknemers schrikken al zodra ze het woord ‘leren’ horen, staat in uw rapport. Hoe krijg je hen toch zover?

„Het begint met preventie in het basis- en middelbaar onderwijs: zorg ervoor dat scholieren positieve ervaringen hebben met leren. En werkgevers kunnen ervoor zorgen dat een ongeschoolde werknemer al in zijn eerste jaar een training krijgt, zodat hij op dat gebied eigenwaarde krijgt: ‘Ik kan wél leren.’ Hoe langer je daarmee wacht, hoe moeilijker het is om iemand daarvan te overtuigen.

„Je kunt de drempel ook verlagen met praktische, praktijkgerichte cursussen. En door zulke cursussen voor een groep collega’s aan te bieden. Dan kunnen ze elkaar op sleeptouw nemen. Dat kan bovendien goed zijn voor de sfeer in de organisatie.”

U ontdekte dat werknemers die méér feedback krijgen van hun baas, minder cursussen volgen.

„Ja, daar waren we zelf ook verbaasd over. Je zou juist denken dat feedback een positief effect heeft, omdat het je motiveert om jezelf te verbeteren. Dat positieve effect vonden we ook wel als collega’s veel feedback gaven.

„Ik denk dat het komt door de manier waarop leidinggevenden kritische feedback geven. Als de toon niet constructief genoeg is, kunnen mensen toch gaan denken: ‘Ik kan dit niet.’ En dan gaan ze zichzelf ook niet proberen te verbeteren met een cursus.”

Zo te horen moeten werkgevers nog veel anders doen. Is het realistisch dat zij dat ook gaan doen?

„Er wordt nu al veel verbeterd, maar het gaat nog te langzaam. Het zijn vooral de organisaties met veel hoogopgeleiden die zich hiermee bezig houden. Daar zie je vaker een leercultuur ontstaan. En er wordt meer aan ‘taakroulatie’ gedaan – mensen wisselen er regelmatiger van functie. Dat verrijkt de organisatie én de werknemers. Zulke dingen zouden werkgevers dus ook wat meer voor laagopgeleiden moeten doen.

„Juist bedrijven met veel laagopgeleiden kunnen voordeel halen uit het aanbieden van cursussen, omdat hun concurrenten dat niet doen. McDonald’s heeft bijvoorbeeld een goed scholingsprogramma. Dat is aantrekkelijk voor nieuw personeel, en het draagt bij aan hun kwaliteit.”