Vastgoedman Muermans wil nu de cel niet meer in

Onroerend goed Hij was een kleine vis in de geruchtmakende vastgoedfraude Klimop. Na drie schikkingspogingen en tien jaar later werd Harry Muermans toch veroordeeld. Onredelijk, vindt hij. Hij vecht zijn celstraf aan.

„Ik liet de zaak voorkomen. Het had zo lang geduurd allemaal, buiten mijn schuld om. Dat zou de rechter wel inzien”, dacht ik. „Nou, dat heb ik geweten”, zegt Harry Muermans.
„Ik liet de zaak voorkomen. Het had zo lang geduurd allemaal, buiten mijn schuld om. Dat zou de rechter wel inzien”, dacht ik. „Nou, dat heb ik geweten”, zegt Harry Muermans. Foto Chris Keulen

Voor de mannen en de enkele vrouw die ertoe doen in de Nederlandse onroerendgoedwereld is de grote vastgoedfraude uit 2007 een anekdote, een boek dat ze hebben gelezen, een theatervoorstelling die ze ooit zagen. De hoofdrolspelers zijn overleden, weer vrij, of zitten het staartje van hun gevangenisstraf uit.

Zo niet de 72-jarige Limburgs vastgoedondernemer Harry Muermans. Elfenhalf jaar na de grootste actie van de fiscale opsporingsdienst FIOD ooit is hij nog steeds aan het armpje drukken met het Openbaar Ministerie (OM) en de Rijksoverheid over zijn betrokkenheid bij de zaak-Klimop. Die draait om grootschalige corruptie bij de handel in commercieel onroerend goed van Bouwfonds en Philips Pensioenfonds.

Drie keer in het afgelopen decennium dacht Muermans, in de jaren negentig een van de bekendste vastgoedmannen van Limburg, dat hij dicht bij een schikking was met het OM. Dat hij een streep kon zetten onder de zaak die hem zoveel problemen opleverde, zowel zakelijk als privé. Maar drie keer ging de schikking niet door.

In 2009 werd zijn zaak afgesplitst van die van de hoofdverdachten, net als de dossiers van tientallen andere ‘kleine vissen’. Met vrijwel al die kleintjes werd geschikt, maar niet met hem. In 2014 volgde een serieuze poging tot een vergelijk. Dat mislukte, net als circa een jaar geleden toen schikkingsonderhandelingen tussen het OM en Muermans’ advocaten stukliepen op de precieze bewoording van de overeenkomst en het bijbehorende persbericht.

En dus moest Muermans in november 2018 alsnog voor de rechter verschijnen, een decennium nadat hij voor het eerst als verdachte van vastgoedfraude was aangemerkt. In Roermond werd hij veroordeeld tot negen maanden onvoorwaardelijke gevangenisstraf, vanwege witwassen en valsheid in geschrifte. Eigenlijk had dat een jaar moeten zijn, vond de rechter – maar vanwege de lange doorlooptijd ging er wat van af.

Die drie maanden aftrek is een fooi, vindt Muermans. Donderdag staat de Limburger daarom opnieuw voor de rechter, nu als eisende partij. Hij probeert de Haagse rechtbank ervan te overtuigen dat de Nederlandse staat onredelijk lang heeft gedaan over zijn berechting.

Dat hij, Harry Muermans, geen dader is, maar slachtoffer van een falend systeem. Hij verwijst daarbij naar het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens, dat zegt dat verdachten „binnen een redelijke termijn” moeten weten waar ze aan toe zijn. En tien jaar, dat is volgens hem onredelijk lang.

Jaren onzekerheid

Een gevangenisstraf is een onverteerbaar vooruitzicht voor de kleermakerszoon uit Roermond. Vandaar een hoger beroep en alle procedures. Vandaar ook dat hij zijn verhaal wil doen in de krant. Niet om zijn onschuld te bepleiten, maar om aandacht te vragen voor wat het met een verdachte doet – jaren onzekerheid.

Maar als Muermans binnenstapt in een zaaltje aan de Amsterdamse Zuidas, is hij toch vooral vastgoedman. De parkeergarage is niet goed aangelegd, zegt hij stellig. De belijning is niet goed, de draai die je met je auto moet maken onlogisch. En wanneer is de renovatie nou klaar?

Daarna gaat het vooral over zijn zaak, over alle vertraging en de bijna-schikkingen die zijn leven beheersen. „Mijn gezondheid, mijn huwelijk, de relatie met mijn kinderen: alles heeft eronder geleden”, zegt Muermans. „Zakelijk is het helemaal vreselijk. Ik ben al tien jaar alleen maar aan het verkopen. Iets nieuws ontwikkelen is er bijna niet bij.”

Dat komt, zegt Muermans, door de banken. Veertig jaar lang zagen die de Roermonder graag komen, totdat de Volkskrant in 2009 als eerste publiceerde dat Harry M. uit Roermond de zeventiende verdachte was in de indertijd uitdijende vastgoedfraudezaak. „Mijn bedrijfsjurist adviseerde me niets te zeggen en af te wachten. Dat was een kapitale fout.”

De vier banken waar Muermans klant was, hadden ook de krant gelezen. „Ik had in totaal voor zo’n 180 miljoen euro aan kredietruimte. Bij Van Lanschot, bij de FGH Bank, bij ING. Voordat mijn naam in de krant kwam, was het meneer Muermans voor en na. Daarna draaiden ze één voor één de kredietkraan dicht.”

Aanleiding voor de FIOD om Muermans op de korrel te nemen, was een lucratieve deal die hij had gesloten met Philips Pensioenfonds en Bouwfonds over een nieuw kantoorpand aan de Amsterdamse Zuidas. Volgens het OM werd daarbij een deel van de miljoenenwinst stiekem doorgeschoven naar Wil F., als directeur van de vastgoedtak van het pensioenfonds indertijd opdrachtgever. Omkoping, aldus het OM, dat zich daarbij vooral baseerde op verklaringen van de hoofdverdachte, Bouwfondsdirecteur Jan van V. die tot zeven jaar werd veroordeeld. Muermans heeft deze lezing altijd bestreden.

Wat wel klopt: Muermans was jarenlang de vastgoedpartner van het Pensioenfonds. Ook kende hij Wil F. goed. „Natuurlijk. Ik heb goed verdiend aan het Philips Pensioenfonds, maar dat ging altijd eerlijk”, zegt hij daarover. „Zij hielpen mij, en ik hielp hen, door slechtlopende projecten van ze over te nemen.”

Zoals een winkelcentrum in Chicago. „Ik kocht dat eind jaren negentig. Philips was dolblij dat ik ze uit de brand hielp: 40 procent stond leeg. Twee weken na de overdracht vertrok tot overmaat van ramp de grootste huurder, een supermarkt. Door hard werken, renoveren en de aantrekkende economie kon ik het vier jaar later goed verkopen”, zegt Muermans. „De opvallende boekwinst die ik maakte, had niets te maken met voordeeltjes die ik van Philips zou hebben gekregen.”

Klimop werd Clematis

Voor het OM had vervolging van Muermans in de zaak-Klimop geen hoge prioriteit. Zijn zaak belandde niet op de stapel met Bouwfonds-mannen als Jan van V. en ‘ome Nico’ Vijsma – hoofdrolspelers van de vastgoedfraude. Hun zaken werden in 2011 allemaal in lange en drukbezochte zittingen voor de rechter in Haarlem gebracht.

De dossiers van tientallen minder belangrijke verdachten, onder wie makelaar en televisiepresentator Harry Mens, werden afgesplitst. Mens, en ook andere bekende vastgoedmannen als Harry Hilders (van het Haagse bedrijf Urban Interest), schikten met het OM en met Bouwfonds en het Philips Pensioenfonds. Mens voor driekwart miljoen, Hilders voor circa 40 miljoen – indertijd een van de grootste schikkingen ooit.

Maar het OM en Muermans schikten niet. Zijn zaak verhuisde, van het parket in Zwolle naar dat in Den Bosch, later naar Haarlem en uiteindelijk Roermond. Ook kreeg het justitie-onderzoek een nieuwe naam – Klimop werd Clematis, een andere klimplant – zonder dat verder iets veranderde.

Muermans probeerde intussen de strafzaak van tafel te krijgen, ook om zijn bedrijf te redden. Herhaaldelijk diende hij een zogeheten ‘verzoekschrift einde strafzaak’ in, omdat hij zijn berechting onredelijk lang vond duren. Zonder enig resultaat.

Wel werd in 2014 en voorjaar 2018 onderhandeld over een schikking. Muermans voelde zich bij deze laatste poging gesterkt door ontmoetingen met Wil F., de oud-directeur van het Philips Pensioenfonds. Die trof hij in de periode dat F. het laatste deel van zijn vijf jaar celstraf uitzat. F. overleed in november 2018 aan de gevolgen van een longontsteking, kort voor hij vrij zou komen.

„Wil zat in een halfopen regime”, zegt Muermans. „Samen met een gemeenschappelijke vriend zijn we een paar keer uit eten geweest. Hij vertelde over de schikking die hij had getroffen. Hij moest de gevangenis in, maar had bedongen dat hij zijn huis en pensioen mocht houden en dat zijn advocaten uit de ontnemingsvordering betaald werden. Dat gaf me hoop. Dat er toch met het OM te praten viel.”

In april 2018 leek er overeenstemming over de financiële aspecten van een schikking. Muermans: „Een ton genoegdoening voor het OM en circa 8 voor Philips.” Maar over de verwoording van de deal werden ze het niet eens.

Breekpunt was de vraag of Muermans „de schuld” zou erkennen of „de feiten” die het OM over de zaak had aangedragen. Muermans: „Na al die jaren moest ik hierover in een paar dagen beslissen. Ik durfde het niet aan. Als zoiets slecht op papier staat, lig ik er definitief uit bij de banken. Toen heb ik de zaak maar voor laten komen. Het had zo lang geduurd allemaal, buiten mijn schuld om. Dat zou de rechter wel inzien, dacht ik. Nou, dat heb ik geweten.”

Terugfluiten

Na tien jaar wachten en het desastreuze vonnis in Roermond zit er voor Muermans weinig anders op dan door te vechten. Hij weet inmiddels meer over schikkingen en het Wetboek van Strafrecht dan hem lief is en citeert moeiteloos recente uitspraken waarin rechters het OM terugfluiten als een zaak te lang heeft geduurd.

„Het afgelopen decennium is het klimaat voor schikkingen – onder druk van de politiek, die vond dat boeven hun straf konden afkopen – sterk veranderd”, zegt hij. „Dat is begrijpelijk, maar ik ben daar slachtoffer van. Andere verdachten in de zaak-Klimop hebben jaren geleden geschikt. Waarom zou ik dat jaren later niet mogen, terwijl het gaat om dezelfde verdenkingen, uit dezelfde tijd? Ik heb ooit de rechtbank in Maastricht gebouwd. Ik vond het een eer om zo’n imposant overheidsgebouw te mogen ontwikkelen. Maar ik ben diezelfde overheid met hele andere ogen gaan bekijken.”