Jim Cummings als getroebleerde politieagent Jim Arnaud in ‘Thunder Road’

‘Toxische masculiniteit is ook giftig voor mannen’

Jim Cummings De regisseur wilde met ‘Thunder Road’ graag iets zeggen over de Amerikaanse ‘tough guys’ bij de politie. „Het is knap als je niet doorslaat.”

Is de scène absurd, zielig, grappig? Politieman Jim begint met geknepen stem aan de lijkrede voor zijn moeder. Het ontaardt in een huilerige biecht die niemand wil horen. Erger nog: als hij de dvd-speler niet aan de praat krijgt, gaat Jim zelf het lied ‘Thunder Road’ van Bruce Springsteen loeien. Wankelt hij terug naar zijn stoel, dan ziet hij dat zijn dochtertje in het behang probeert te verdwijnen. De ceremoniemeester maakt de afgang compleet: „Mensen, iedereen rouwt op zijn eigen manier, er is geen goede of slechte manier.”

Iedereen maakte het wel eens mee: zo’n tenenkrommende speech op een huwelijk of begrafenis. Je weet niet zeker of de situatie gênant, zielig of grappig is, je wilt gewoon dat het ophoudt. In de kortfilm Thunder Road van acteur-regisseur Jim Cummings duurt de speech tien minuten: een virtuoze slalom op de rand van de overdrijving. Want Jim gaat nooit totaal ten onder, hij worstelt dapper tegen zijn controleverlies. Thunder Road won in 2016 de publieksprijs op het Sundance Film Festival.

De begrafenisspeech vormt de basis van de gelijknamige speelfilm waar Jims leven verder implodeert. Ik spreek via Skype Jim Cummings in Utah, waar hij een horrorfilm opneemt. De huilende politieman Jim herinnert mij aan komiek Stan Laurel, zeg ik. Een machteloos piepend jochie, triest grappig. Cummings: „Ik ben zelf een fan van Alan Partridge, het personage van Steve Coogan. Partridge schiet continu tekort bij zijn heroïsche zelfbeeld, maar geeft niet op, wat het nog erger maakt. Misschien is het geen toeval dat Coogan nu Stan Laurel speelt.” (In de film Stan &Ollie, red.).

‘Thunder Road’ draait om monologen. Nogal ongebruikelijk, hoe kwam u daarop?

„Dat is waar hè? Ik praat en praat maar. Maar herinnert u zich die scène uit Spielbergs Saving Private Ryan, waar Giovanni Ribisi met de dood voor ogen praat over zijn ongehuwde moeder? Hoe zij zich de hele dag kapot werkte, doodmoe thuiskwam en snakte naar een knuffel. En dat hij dan deed alsof hij sliep. ‘Ik weet niet waarom’, zegt Ribisi. Die scène is verpletterend. Zo’n grote kerel die in Frankrijk tegen de nazi’s vecht en dat speelt door zijn hoofd. Berouw over zoiets kleins.

„Monologen besparen me ook geld, moet ik bekennen. Ik filmde hier in Utah gisteren zo’n scène. Mijn dochter komt thuis en vindt mij stomdronken op de grond, bedekt met wit poeder. Ze vraagt: ‘Mijn god, wat is er gebeurd?’ En dan vertel ik dat ik uit razernij mijn auto tegen de lantaarnpaal reed en het poeder uit de airbag komt. Dat was best een dure scène geweest, nu dwing ik kijkers om die scène zelf in hun hoofd te maken, veel beter dan ik dat kan. Of Spielberg zelfs.”

Witl u via agent Jim iets zeggen over de ‘tough guys’?

„Gek genoeg werd dat in Amerika niet zo opgemerkt, maar uiteraard. Jim is de meest gedecoreerde agent van zijn korps, maar te trots om toe te geven dat hij in een crisis zit en hulp nodig heeft. Net als zijn eigen moeder, die ooit auditie voor ballet deed met een kapotte knie. Ik hinkel me daar wel doorheen. I’m fine! Alleen losers geven op toch?

„Ik groeide op tussen gasten als Jim, ik maakte video’s over het footballteam van mijn high school. Al die macho-poses voor de camera waren theater, ze waren zo onzeker als wat. Ik vond dat grappig en soms zielig. Toxische masculiniteit is ook giftig voor mannen. Het legt zoveel stress op hun schouders, het leidt tot verslaving en zelfmoord.”

Lees hier de recensie van ‘Thunder Road’

U deed voor ‘Thunder Road’ research bij de politie?

„In Texas. Ik had een mazzeltje: mijn broer heeft een relatie met de zoon van de hoofdcommissaris van Austin. Die werd een soort lieve oom, hij heeft op de filmset heel praktische feedback gegeven. Door hem kon ik met agenten op patrouille in moeilijke wijken. Dan leer je hun spreektrant, de codes. Maar het is een krankzinnige baan. Het is echt als in mijn film: zo eet je een broodje, zo sluip je met je pistool door een restaurant waar een gewapende man totaal is doorgedraaid.

„Ik herinner me een leuk moment. De agenten deelden snoep en stickers uit in een arme wijk, de kids waren heel leuk. We stappen met een warm gevoel in de patrouillewagen, komt er een melding: man in rolstoel dreigt zich van een viaduct op de snelweg te storten. Ik zag in een seconde die mondhoeken omlaag zakken. Terug naar normaal. Een idiote levensstijl toch? Knap als je niet doorslaat op een gegeven moment. Gelukkig hebben ze daar bij de politie zelf wel oog voor. Ik kreeg vanuit de politie geen boze reacties, wel positieve.”