Dominic Schrijer vindt helemaal niet dat de binnenvaart een slecht of oubollig imago heeft. „Maar het is te onbekend.”

Foto Robin Utrecht

‘Toekomst van de binnenvaart is goud’

Interview | Dominic Schrijer Meer vervoer moet verplaatst worden van de weg naar het water, vindt de regering. Maar dan moet de branche wel steun krijgen voor verduurzaming, zegt de voorzitter van brancheorganisatie Koninklijke BLN-Schuttevaer.

Onlangs voer Dominic Schrijer een stukje mee op een binnenvaartschip, van de Kreekraksluizen bij Bergen op Zoom naar de Volkeraksluizen bij Willemstad. Het was een koppelverband, een groot schip. De bemanning had containers opgehaald in Antwerpen. Schrijer: „Ik vond het heel mooi om te zien, zo’n bemanning met zes jonge gasten. Ze kiezen voor een oerhollands beroep, in een sector met een mooie toekomst. Dan denk ik: wat jammer dat niet meer jonge mensen daar voor kiezen.”

Tien jaar geleden was Schrijer nog wethouder Sociale Zaken in Rotterdam en lijsttrekker voor de lokale PvdA. Velen voorzagen een toekomst in de landelijke politiek. Het liep anders. Schrijer stapte in 2011 op na een conflict met partijgenoten over bezuinigingen die hij weigerde uit te voeren. Twee jaar later werd hij burgemeester van Zwijndrecht.

Sinds februari is hij voorzitter van de Koninklijke BLN-Schuttevaer, de brancheorganisatie van de binnenvaart. Zijn politieke ambities zijn voorbij. „Ik ben slapend lid van de PvdA, ik spreek geen mensen uit de partijtop meer.”

Zijn nieuwe werkplek is een verdieping in een toren aan de Oude Maas in Zwijndrecht. Schepen varen voorbij, de spoorbrug steekt af tegen de wolkenlucht, aan de overkant ligt Dordrecht. Veel Hollandser wordt het niet. „Wist je dat de Oude Maas de drukste binnenvaartroute van Europa is? Dit is de hoofdroute van Antwerpen en Rotterdam naar het Duitse achterland.” Schrijer loopt naar een wandkaart: „Van Werkendam tot de Maasvlakte is het één groot ecosysteem van scheepsbouw en andere maritieme bedrijven. Zwijndrecht is de thuisbasis van de binnenvaart, het is de dominante sector in deze regio.”

Klimaatdoelen

Nederland heeft met ruim 8.000 schepen de grootste binnenvaartvloot van Europa. Circa 34 procent van het goederenvervoer gaat over het water, variërend van natte bulk (zoals olie of gas) tot droge bulk (grind, veevoer), tot containers (van alles) en stukgoed (auto’s, machines). Het is een relatief schone vorm van transport. Schepen verschillen sterk in omvang, maar een gemiddeld binnenvaartschip vervoert de lading van 52 vrachtwagens en stoot 30 procent minder CO2 uit. Vanwege klimaatdoelen streeft de regering naar verplaatsing van vervoer van weg naar water.

Het marktaandeel van de binnenvaart is al jaren constant, ondanks de groeiende aandacht voor schoon vervoer. Schrijer verklaart het uit gehechtheid aan wegvervoer en relatieve onbekendheid van vervoer over water. „We moeten de logistiek verder verbeteren, verschillende soorten vervoer beter combineren. Wegvervoer blijft nodig voor voor- en natransport, maar we kunnen slimmere keuzes maken en goederenstromen meer bundelen. Dikke en lange transportlijnen lenen zich voor water en spoor, korte en dunne lijnen voor de weg.”

De omslag naar elektrisch rijden gaat ook niet zonder steun van de overheid

Dominic Schrijer Koninklijke BLN-Schuttevaer

Om de groene voorsprong op wegvervoer te behouden moet de binnenvaart de komende jaren flink investeren in nieuwe technologie, met name motoren. Op korte termijn kan er nog worden bijgemengd met biobrandstof. Maar de huidige verbrandingsmotoren op diesel [EN590, dezelfde brandstof die vrachtwagens gebruiken, niet de zware stookolie waar zeeschepen op varen] zullen moeten worden vervangen door elektromotoren. En op lange termijn is waterstof de enige optie, schrijft onderzoeksbureau Panteia in een nog niet gepubliceerd rapport. Alleen dan kan de binnenvaart de ambitie om in 2050 klimaatneutraal te zijn waarmaken.

Schrijer ziet wel een paar obstakels. Onder de scheepseigenaren zijn veel kleine ondernemers, familiebedrijven. „Ze hebben de schrik van de crisis nog in de benen. De markt is ongewis, langer vooruitkijken dan drie of vier jaar is heel ingewikkeld. Een schip gaat veertig jaar mee, een nieuwe motor kost drie of vier ton. Zulke investeringen vergen een horizon van tien jaar. Dat botst dus.” Schrijer voorziet voor de komende tien jaar een overgangsperiode, waarin motoren worden verduurzaamd met katalysatoren, roetfilters en biobrandstof. Nieuwe motoren zijn nog niet beschikbaar, volgens Schrijer omdat de markt te klein is om lucratief te zijn voor fabrikanten.

‘Green Deal’

„Iedereen weet dat we naar elektrische aandrijving moeten, met batterijen of waterstof. Maar voorlopig is dat nog te duur voor individuele ondernemers. Er is geen businesscase, ze kunnen de investering niet doorberekenen aan hun opdrachtgevers. Daarom pleiten we bij de regering voor een vergroeningsfonds, om de transitie mogelijk te maken. Vergelijk het met de omslag naar elektrisch rijden, dat gaat ook niet zonder steun van de overheid.”

Het fonds moet onderdeel worden van de ‘Green Deal’ tussen overheid en sector die in juni gesloten moet worden, en een aanvulling zijn op drie bestaande fiscale regelingen. Een extra financiële complicatie is dat de energietransitie verlies aan inkomsten met zich meebrengt: het vervoer van fossiele brandstoffen zoals kolen zal afnemen.

Overheidsgeld voor de binnenvaart is volgens Schrijer goed te verdedigen. „Het gaat alleen om de transitie, de toekomst is goud. Dit is geen sector die aan het einde van zijn levenscyclus zit, integendeel. De behoefte aan transport neemt alleen maar toe. Deze vorm is schoon en goedkoop, want het water ligt er al. We kunnen alle kanten op, van de Middellandse Zee tot de Oostzee en van de Noordzee tot de Zwarte Zee.” Het grootste Europese knelpunt is volgens Schrijer achterblijvend onderhoud in Duitsland, aan vaarwegen, ligplaatsen en voorzieningen. Hij is vol lof over investeringen in België.

Ondanks de gouden toekomst heeft de binnenvaart moeite om jonge mensen te werven. Komt dat misschien door een oubollig imago? „Volgens mij heeft de binnenvaart geen slecht imago, maar is het te onbekend. Je wordt er niet mee geconfronteerd, je ziet het niet. Daar moeten we aan werken. Bijvoorbeeld met de Dag voor de Binnenvaart die de sector net voor het eerst heeft georganiseerd.” Op mbo-niveau zijn er landelijk vijf opleidingen voor de binnenvaart, een vmbo in Zwijndrecht begint na de zomer met een opleiding scheepvaarttechniek. Het loon is goed: een 19-jarige matroos verdient na 60 dagen opleiding 1.500 euro netto, vaak met een ritme van twee weken werken en twee weken vrij.

Lees ook: ‘Dit schip, dat is onze wereld’

In België wordt geëxperimenteerd met onbemande schepen. Wellicht lost het probleem van het personeelstekort zichzelf op. „Dat werkt alleen op kleine vaarwegen en kanalen waar schepen vaste routes varen. Voor distributie in de Randstad kan het een oplossing zijn. Het is goed om naar de mogelijkheden te kijken, maar het staat nog in de kinderschoenen.”