Belangrijkste prijs voor kinderboekillustraties naar Sylvia Weve

Kinderboekenprijs De Max Velthuijs-prijs voor kinderboekillustratoren gaat dit jaar naar Sylvia Weve. Voor het eerst gaat de prijs naar een tekenaar die de computer als voornaamste instrument gebruikt.

Illustratie van Sylvia Weve uit het boek ‘Doodgewoon’.
Illustratie van Sylvia Weve uit het boek ‘Doodgewoon’.

Illustrator Sylvia Weve is de winnaar van de Max Velthuijs-prijs 2019, de grootste oeuvreprijs voor kinderboekillustratoren. De jury prijst haar illustraties, die „trefzeker” zijn, „getuigen van flair en blinken uit in expressie”. De driejaarlijkse prijs kent een prijzengeld van 60.000 euro en is daarmee even groot als de P.C. Hooft-prijs, de voornaamste literaire onderscheiding.

Sylvia Weve (1954) ontvangt de prijs na bijna veertig jaar werk, sinds 1981, als illustrator van kinderboeken, voor kranten en tijdschriften en van boekomslagen. Ze maakte de tekeningen voor ruim 150 boeken, van onder meer schrijver Rindert Kromhout en dichter Karel Eykman. De laatste jaren werkt ze vooral samen met dichter Bette Westera. Uit die laatste samenwerking kwamen ook haar grootste artistieke successen voort: ze won het Gouden Penseel 2013 voor Aan de kant, ik ben je oma niet en deelde met Westera de Woutertje Pieterse Prijs 2015 voor Doodgewoon.

Illustratie van Sylvia Weve uit het boek ‘Aan de kant, ik ben je oma niet’.
Lees ook deze recensie van een recent boek dat Sylvia Weve maakte: Hoe de liefde goden en stervelingen verandert

Weve is de vijfde laureaat van de Max Velthuijs-prijs, na Mance Post, Thé Tjong-Khing, Wim Hofman en Dick Bruna. Ze is wel de eerste in dat rijtje die voor haar werk de computer als voornaamste instrument gebruikt. Haar vroegste illustraties kenmerkten zich nog door felle penseelstreken en expressieve lijnen. Wat ze maakte voor in De bloeddorstige badmeester van Hans Dorrestijn (1983) had een stevige, schetsachtige stijl, met humor en zwier.

Haar tekeningen moesten eruitzien alsof ze in één keer, vlug en expressief, op papier gezet waren, zei ze ooit in een interview, al betekende dat wel dat ze soms twintig versies maakte voor het helemaal goed was. Haar opleiding in grafische vormgeving, aan de kunstacademie in Arnhem, verraadde altijd al een bredere technische interesse. Sinds ze zo’n vijftien jaar geleden haar computer als tekendoos ging gebruiken, ontwikkelde ze een grafische stijl waarmee ze haar kunstenaarschap drastisch vernieuwde. „En het vergroot je vrijheid, je kunt van alles proberen zonder opnieuw te hoeven beginnen. Mijn composities zijn nu vaak voller dan vroeger, met de computer gaat dat makkelijker”, zei Weve in het boek Tekenaars (2010) van Joukje Akveld.

Bestudeerde losheid

Haar stijl van bestudeerde losheid, waarmee ze in de jaren tachtig vele commerciële opdrachten verwierf en publiceerde in zowel Playboy als Opzij, gooide Weve toen ook niet overboord. „In een tekening wil ik de motoriek van iemand terugzien”, zei ze. „Waarom is de saxofoon zo’n mooi instrument? Omdat je de ademhaling erdoorheen hoort, dat maakt het persoonlijk. Bij tekenen is het net zo.” Oók als ze digitaal werkte: de expressie en levendigheid mochten niet onder de techniek lijden.

Die nieuwe technieken leidden tot Ik leer je liedjes van verlangen (2010), waarin ze haar aquarellen met de computer bewerkte, waar ze elementen kon toevoegen, bijstellen of uitlichten. Zo wist ze verschillende technieken binnen één tekening te combineren, zonder ooit last te hebben van uitgelopen verf, foutjes of technische onmogelijkheid. Spectaculair was Aan de kant, ik ben je oma niet (2012), vrijwel volledig op de computer ontstaan, waarin Weve uit talloze kleurlagen en vormpjes de duizelingwekkendste composities optrok, met veel humor en verborgen verrassingen.

Al dat werk maakte ze bij teksten van dichter Bette Westera, met wie ze de laatste jaren een productief en veelzijdig duo vormt – en soms laat Westera zich inspireren door schetsen van Weve. Doodgewoon (2015), een dichtbundel over de dood die de Gouden Griffel ontving, was een staalkaart van Weves illustratietechniek: van zware olieverfachtige platen tot confetti-achtige computercomposities, afwisselend abstract en realistisch. Het werd het boek waarin, dankzij die veelheid, haar hart misschien wel het meest lag, zei Weve een jaar later.

Weves productiviteit verminderde na dat magnum opus absoluut niet; sinds 2015 maakte ze illustraties bij ruim tien nieuwe boeken, in evenveel verschillende stijlen. „Humoristisch, poëtisch, of een tikkeltje surrealistisch. Weve kan het en doet het. Ze kiest niet alleen waar het verhaal om vraagt, maar ook waar ze zelf zin in heeft”, aldus de jury van de Max Velthuijs-prijs. In september wordt de prijs aan Weve uitgereikt.