Opinie

Overheid, voorkom vooral ziekten bij jongeren

Preventieakkoord De overheid maakt de verkeerde keuzes om de gezondheid te bevorderen. Negeer de wetenschap niet langer en besteed meer geld aan preventie, betoogt

Idil Toffolo

Zodra het Planbureau voor de Leefomgeving en het Centraal Planbureau aantoonden dat het concept- Klimaatakkoord de doelstellingen van de regering niet zou halen en de rekening vooral bij de burger zou belanden, stelde de regering haar doelstellingen bij. Met de feiten viel niet te polderen. De burger zou een lagere energierekening krijgen, het bedrijfsleven een hogere, in de vorm van een CO2-heffing.

Ook het Preventieakkoord komt niet in de buurt van de doelstellingen die de regering zelf stelde, en het is duidelijk dat het weinig bijdraagt aan de gezondheid van de bevolking. Bovendien is helder wat er gedaan zou moeten worden om de gezondheidsdoelstellingen van de overheid wel te halen. De wetenschap wijst de weg. In december verscheen een studie, die twee zaken aantoonde: allereerst dat het beperken van roken, hoge bloeddruk en overgewicht op jonge leeftijd zorgt dat men op oudere leeftijd minder ziek wordt. Ten tweede toonde het aan dat ziekten als Alzheimer en kanker zich enigszins aan deze voorzorgen onttrekken. Kortom, de overheid zou moeten investeren in het voorkomen van roken, hoge bloeddruk en overgewicht op jonge leeftijd, en in het achterhalen van factoren die het risico verhogen om ziekten als kanker te krijgen.

Volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) zijn de kosten van de gezondheidszorg tussen 1998 (30 miljard) en 2016 (73 miljard) meer dan verdubbeld. In 2040 zullen die uitgaven volgens het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieuhygiëne (RIVM) stijgen tot meer dan 174 miljard. De oorzaak van deze explosieve ontwikkeling is volgens het RIVM bijna onvermijdelijk omdat die voor tweederde toe te schrijven is aan wetenschappelijke vooruitgang en welvaartstijging, en voor eenderde aan vergrijzing en bevolkingsgroei. Aan het eind van een mensenleven, wanneer iedereen met chronische ziekten kampt die kostbare behandelingen behoeven, worden de meeste kosten gemaakt. Zonder overigens met al te veel gezondheidswinst. Er zit dus niets anders op dan ziekten proberen te voorkomen, in plaats van te genezen.

De overheid weet dat, maar vindt het veiliger om belanghebbenden een akkoord te laten uitvechten. De voedsel- en drankindustrie werden betrokken bij de gesprekken. Dat bleef niet zonder gevolgen. Het RIVM rekende het effect van het Preventieakkoord door en concludeerde dat het akkoord op geen enkele manier zou bijdragen aan het verminderen van alcoholgebruik of het terugdringen van het aantal mensen met overgewicht. Zelfs bij het positieve effect op ons rookgedrag hoort een kanttekening. Hoewel het roken door het akkoord met 5 procent zal afnemen, is dit effect niet gelijk over de bevolking verdeeld. Mensen met goede opleidingen en een hoog inkomen zullen niet meer aan roken beginnen, terwijl de minst bedeelden en vooral minder bedeelde jongeren wél gaan roken.

Een radicale wijziging

Juist in 2018, toen het Preventieakkoord tot stand kwam, liet de regering zich over dit onderwerp adviseren door de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid. Hoogleraren Marianne de Visser en Dennis Broeders brachten een doorwrocht rapport uit, de WRR Brief 7. Zij benadrukten de ongelijkheid in gezondheid tussen mensen met hoge en lage inkomens.

De Visser en Broeders adviseren het beleid radicaal te wijzigen. Je kunt niet wat gezondheid bij de één afhalen en dat er bij een ander bij doen, stellen zij. De overheid moet volgens hen vooral de groep met een mindere gezondheid helpen.

Lees ook: Laat artsen over de zorgkosten beslissen.

Want neem nu het roken, volgens De Visser en Broeders een van de belangrijkste oorzaken van latere gezondheidsproblemen. Als de overheid het huidige beleid om het roken te ontmoedigen doorzet, daalt het aantal rokers onder mensen met een lage sociaal-economische status (SES) van 35 naar 25 procent. Onder mensen met een hoge SES daalt het percentage rokers van 25 naar 10 procent. Dat betekent dat het verschil in kansen op gezond oud worden tussen lage en hoge SES zou toenemen.

De Rotterdamse hoogleraar Johan Mackenbach toonde aan dat het verschil in gezondheidsrisico tussen rijk en arm in Nederland de afgelopen decennia toenam. De Visser en Broeders stellen drie prioriteiten voor om deze ontwikkeling een halt toe te roepen. Allereerst bepleiten ze een nadruk op aanpak in het begin van de levensloop (van de periode van vlak voor de zwangerschap tot en met het 18de levensjaar). Ten tweede vragen ze om extra aandacht voor degenen met de grootste gezondheidsachterstand, zoals mensen met een lage SES. Ten derde pleiten ze ervoor dat de overheid zich vooral richt op de oorzaak zijn van een groot deel van de ziektelast in Nederland: roken, overgewicht, een ongezond eet-en beweegpatroon, en problematisch alcoholgebruik.

Ik pleit ervoor om net als bij het concept-klimaatakkoord het Preventieakkoord open te breken en de lijn van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid te volgen. Er moet meer geld komen om tieners en jong volwassenen van het roken, drinken en ongezond eten af te houden. Het schuiven met bestaande geldpotten is dan niet genoeg. De overheid heeft voor deze regeringsperiode 170 miljoen euro uitgetrokken en daarna 20 miljoen per jaar voor preventie en gezondheidsbevordering. Dat steekt schril af tegen de 73 miljard die in een enkel jaar (2016) aan de gezondheidszorg wordt uitgegeven. Als de overheid echt verandering wil, moet het minstens een miljard per jaar aan preventie en gezondheidsbevordering uitgeven.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.