Is de MacBook Air nog de beste laptop voor de massa?

Laptoptest NRC test de beste alternatieven voor de nieuwe MacBook Air. Is het nog altijd zo’n revolutionaire laptop?

Het binnenwerk van de nieuwe Apple MacBook Air
Het binnenwerk van de nieuwe Apple MacBook Air

Hoeveel er precies van verkocht zijn, is niet bekend. Maar de MacBook Air, Apples variant op de betaalbare laptop, was een decennium lang een bestseller. Sinds 2008, het introductiejaar van de Air, verdubbelde de verkoop van alle Apple-computers van 9 miljoen naar 18 miljoen per jaar.

Jarenlang bleef het herkenbare ontwerp van de MacBook Air vrijwel ongewijzigd, tot eind vorig jaar eindelijk weer een nieuwe versie op de markt kwam. De ‘2018 Air’ moet opboksen tegen veel betere concurrenten dan zijn voorganger destijds. Met name Aziatische laptopmakers leveren inmiddels net zulke gedegen gebouwde, fraai vormgegeven notebooks als Apple’s instap-laptop, blijkt uit een test die NRC samen met testlab Hardware.Info uitvoerde.

Toen Apple-oprichter Steve Jobs op 15 januari 2008 de MacBook Air uit een bruine envelop tevoorschijn toverde was het een van de allerdunste laptops die je kon kopen. Die eerste versie was prijzig (vanaf 1.799 dollar, een upgrade naar een snellere SSD-schijf kostte nog eens 1.000 dollar). De dvd-lezer ontbrak en de behuizing was uit één stuk aluminium gefreesd: het bleek een robuust en licht ontwerp.

Dankzij de lange batterijduur van tien uur, een groot muisvlak en een prettig toetsenbord werd de MacBook Air een laptop voor de massa, al liepen de processorsnelheid en de schermkwaliteit de laatste jaren achter op de concurrentie. De prijs van ruim 1.000 euro werd gecompenseerd door een goede inruilwaarde: voor een gebruikte MacBook Air van vier jaar oud betaal je nu nog 600 euro .

Bij dunne en lichte laptops wordt vaak op het aantal aansluitingen bezuinigd. De HP Spectre x360 uit deze test is wat dat betreft een positieve uitzondering.

Beperkt en duur

Tot zover de lofzang. Want Apple is zijn status als toonaangevende laptopmaker aan het verspelen. Dat bleek al bij een eerdere vergelijkende test met de MacBook Pro: ten opzichte van de Windows-concurrentie heeft Apple weinig snelheid te bieden, zijn de aansluitmogelijkheden beperkt en is de aanschafprijs hoog. Vooral dat laatste weerhoudt Mac-gebruikers te upgraden. De nieuwe MacBook Air is ruim 200 euro duurder dan zijn voorganger en het prijsverschil met de (veel snellere) MacBook Pro is nog maar klein.

De belangrijkste reden om in een Apple-laptop te investeren is Mac OS: wie blindelings de weg weet in dit besturingssysteem of andere Apple-apparaten in huis heeft, maakt niet makkelijk de overstap naar Windows. Maar Mac OS begint wel wat sleets te raken. Concurrent Windows 10 heeft bijvoorbeeld aanraakbediening standaard ingebouwd en daarvan profiteert elke notebook met touchscreen, zoals Microsofts eigen Surface Laptop 2.

Aanraken is er bij de MacBook Air niet bij en Mac OS staat nog met beide benen in het muistijdperk. Een TouchBar, een smalle ‘aanraakstrook’ die als gimmick op de MacBook Pro zit, ontbreekt bij de Air. Je hebt alleen toegang tot een handvol iOS-apps, die je met muis en toetsenbord moet bedienen.

Apple presenteert iPads met een los toetsenbord inmiddels als een waardig laptop-alternatief. Maar mobiel besturingssysteem iOS blijft onoverzichtelijk als je snel tussen meerdere programma’s wilt wisselen. Deze focus op iOS roept wel de vraag op hoe veel energie Apple blijft steken in Mac OS; dat is belangrijk om te weten als je laptop nog jaren mee moet. Dat maakt de keuze tussen de MacBook Air 2018 en een van de scherp geprijsde concurrenten nog lastiger.