Rosamund Pike als Marie Colvin in ‘A Private War’

Foto Paul Conroy

‘Een perskaart is niet langer een kogelwerend vest’

Interview Marie Colvin was een oorlogsjournalist die oog had voor de „gewone burgers die al te vaak het slachtoffer zijn van het kruisvuur van geopolitieke situaties”, aldus regisseur Matthew Heineman, die een biopic over haar maakte.

‘Niet schieten! Ik ben journalist!” Het is een veelzeggende scène aan het begin van A Private War, het speelfilmdebuut van de Amerikaanse journalist en documentairemaker Matthew Heineman (1983). Hij kreeg een Oscarnominatie voor zijn documentaire Cartel Land (2015), over de drugsoorlog op de grens tussen de Verenigde Staten en Mexico, en een Emmy voor zijn indrukwekkende docu City of Ghosts (2017) over de burgerjournalisten van ‘Raqqa is Being Slaughtered Silently’. En nu volgt hij in A Private War de sporen van Sunday Times-journalist Marie Colvin (1956-2012).

Colvin bevindt zich middenin een gewapend conflict in Sri Lanka, en in plaats van zich doodstil te houden, denkt ze haar huid te kunnen redden door rechtop in het zoeklicht ‘niet schieten’ te roepen. Tevergeefs. Heineman, tijdens een telefonisch gesprek: „Dat symboliseert voor mij een keerpunt. Tot die tijd was een perskaart misschien als een kogelwerend vest. Een bescherming. Zelfs in oorlogssituaties met hun desinformatie en hun propaganda betekende dat nog iets. Nu zijn we aanbeland in een tijdperk van soundbites en geïnstitutionaliseerd wantrouwen tegen journalistiek. In de Verenigde Staten hebben we een staatshoofd dat de pers in diskrediet brengt en demoniseert. Dat is een verontrustende trend. Vrije journalistiek is de grondslag van een vrije en onafhankelijke maatschappij.”

Een van de aanleidingen voor het maken van deze film is uw zorg over de teloorgang van de journalistiek, en de opkomst van fake news. Toch kiest u voor het indikken van haar leven via fictie, en niet voor documentaire.

„Probeer je nou antagonistisch te zijn? Marie Colvin is dood!”

Dat hoeft voor een documentaire toch geen bezwaar te zijn?

„Oke, je hebt gelijk, ik reageer fel. Er is eigenlijk geen verschil. Alles aan deze film is echt en uitputtend geresearcht. Maries beste vriend en intiemste medewerker fotograaf Paul Conroy was de hele draaiperiode op de set. Veel figuranten spelen zichzelf. Dat draagt bij aan de authenticiteit van de film. Ik wilde geen traditionele biopic maken, maar onderzoeken wat haar bewoog. In die zin is het bijna een psychologische thriller. Maar de belangrijkste reden om een speelfilm te maken was dat de film ook over Maries posttraumatische stress moest gaan. Dat is iets waar ik zelf ook ervaring mee heb. Niemand die beelden van oorlog heeft gezien kan die ooit vergeten. Dat is een innerlijk proces dat je op een of andere manier moet verbeelden. Ik vond het moeilijk om dat via een documentaire te doen.”

Lees hier de recensie van ‘A Private War’

Bent u erachter gekomen wat haar bewoog?

„Het standaardidee, een beetje een vooroordeel zelfs, is dat oorlogscorrespondenten thrillseekers zijn. Het is overduidelijk dat ze een opmerkelijk, maar ook complex persoon was. Ik denk niet dat ze verslaafd was aan gevaar. Ze was misschien verslaafd aan nieuws. Maar het belangrijkste is haar ontwikkeling van iemand die verslag legt als journalist tot een journalist die er keer op keer weer op uitgaat omdat ze de overtuiging voelt dat ze moet getuigen van wat er in de wereld aan de hand is. Ze heeft het meermaals gezegd: het gaat niet om haar, maar om de mensen over wie ze verhalen vertelt. Haar kracht was om de link te leggen tussen oorlogssituaties die – hoewel de keiharde realiteit – ver weg lijken, en de menselijke maat. Dat ze over mensen gingen die je zus of je broer zouden kunnen zijn. Door haar lezers in de schoenen te plaatsen van gewone burgers die al te vaak het slachtoffer zijn van het kruisvuur van geopolitieke situaties.”

Uw moeder is journalist, u heeft zelf als journalist gewerkt voordat u films ging maken, wat zijn in uw ogen de grootste uitdagingen voor het soort journalistiek waar ‘A private War’ over gaat?

„Behalve het feit dat er steeds minder tijd en geld is om in onderzoek te investeren, om mensen langdurig uit te zenden zodat ze een netwerk kunnen opbouwen en een situatie van alle kanten kunnen leren kennen? Marie was in die zin een ouderwetse journalist. Niet dat ze er niet meer zijn, maar steeds minder.”

In hoeverre opereerde Colvin op de grens van journalistiek en activisme?

„Je kunt het niet hard maken, maar er zijn voldoende verhalen over de impact van haar werk, bijvoorbeeld in Oost-Timor, waar je zou kunnen zeggen dat haar reportages de levens van duizenden mensen hebben gered. Dus ja, ze gebruikte haar platform ook om anderen tot actie aan te zetten.”

Fotograaf Paul Conroy was erbij toen journalist Marie Colvin stierf bij een mortieraanval in Syrië. Lisa Dupuy sprak hem over zijn film – maar raakte verstrikt in herinneringen aan een reportage waarbij zij zelf in levensgevaar was.

U heeft met ‘City of Ghosts’ ook een film over burgerjournalistiek gemaakt. Ligt daar de toekomst?

„Ik voel me niet echt gekwalificeerd om die vraag te beantwoorden. ‘Raqqa is Being Slaughtered Silently’ is eerder het gevolg van het verdwijnen van de traditionele journalistiek, dan een antwoord. Of is dat dan ook meteen een antwoord? Ik weet het niet.”