Recensie

Recensie Film

Een eenmans ‘Pussy Posse’

Komedie Matthew McConaughey zoekt in ‘The Beach Bum’ de relaxte vibe van Lebowski, maar oogt eerder als een vervelende, verwende puber van middelbare leeftijd.

Flierefluiter Moondog (Matthew McConaughey) beleeft picareske avonturen als hij zijn best moet doen om een erfenis te krijgen in ‘The Beach Bum’.
Flierefluiter Moondog (Matthew McConaughey) beleeft picareske avonturen als hij zijn best moet doen om een erfenis te krijgen in ‘The Beach Bum’. Foto Atsushi Nishijima

Als Harmony Korine (45) met een nieuwe film komt, ga je rechtop zitten. In 1997 verraste de vuilnis-esthetiek van zijn debuutfilm Gummo, over ‘white trash’ dat leeft van de kruimels van de wegwerpmaatschappij. Een wereld van hondmensen die Korine tot een extreem voerde in Trash Humpers (2009), waarin bejaarden met vuilnisbakken copuleren.

Toch was er altijd ook een glamoureuze Harmony Korine. In de jaren negentig was hij kernlid van Leonardo DiCaprio’s fameuze ‘Pussy Posse’, die in groepsverband joeg op starlets en fotomodellen. Korines gruizige stijl leende zich prima voor parfumreclames en muziekvideo’s. Dus was het gelikte Spring Breakers in 2012 best een logische volgende stap: een MTV-satire over vier studentes die tijdens ‘spring break’ in Miami in een soort afvalrace uitvechten wie zich het best staande houdt in een neon-nachtmerrie van geweld, hedonisme en extreme consumptie.

In The Beach Bum keert Korine terug naar Miami, opnieuw een luguber epicentrum van Amerikaanse wansmaak. Hoofdpersoon is Moondog (Matthew McConaughey), een literaire cultheld die het te druk heeft met drinken, snuiven, blowen, seks en luieren om nog een letter op papier te krijgen. Hooguit reciteert hij een lullige haiku over zijn penis.

Moondogs onbezorgde bestaan als ‘beach bum’ wordt bedreigd als zijn steenrijke echtgenote Minnie (Isla Fisher) plots overlijdt en testamentair bepaalt dat hij zijn miljoenenerfenis pas krijgt als hij eindelijk zijn grote Amerikaanse roman schrijft. Waarna de flierefluiter in picareske avonturen belandt: hij ontsnapt uit een ontwenningskliniek, vaart mee in een superjacht met pornomodellen en een toeristenboot waarvan de kapitein haaien met dolfijnen verwart.

Als schelmenfilm die lyriek zoekt in hedonisme, ultraconsumptie en popcultuur heeft The Beach Bum zijn momenten, maar grosso modo is de film vooral melig en neerbuigend. McConaugheys luie charme irriteert vooral. Zijn Moondog mist de ontwapende kindsheid van James Franco’s gangsta Alien uit Spring Breakers, is geen relaxte loser als Lebowski, geen paranoïde gonzo-held als Hunter S. Thompson. Hij doet vooral denken aan de huidige Johnny Depp: een verwende puber van middelbare leeftijd die niet beseft hoe vervelend zijn quasi-rebelse poses zijn geworden. In de film draagt iedereen Moondog op handen. Als kijker snap je dat niet.

Wellicht is The Beach Bum een parodie op de celebrity die niks om bezit geeft omdat hij alles heeft en doet wat hij wil omdat er altijd een vangnet is. Maar de film verheerlijkt eerder de levenshouding van Moondogs agent Lewis (Jonah Hill): ‘Weet je wat er zo fijn is aan rijk zijn? Je kan mensen als vodden behandelen en dat hebben zij maar te pikken.’ The Pussy Posse dus, maar wel een kwart eeuw te oud om nog charmant te zijn.