Een 2-onder-1-kap is geen 3-onder-1-kap

Deze rubriek belicht elke woensdag kwesties uit het bedrijfsleven waarover de rechter zich onlangs uitsprak. Deze week: fiscaal recht.

Illustratief beeld van een huis in de verkoop in Bloemendaal.
Illustratief beeld van een huis in de verkoop in Bloemendaal. Foto Remko de Waal/ANP

Hij was het niet eens met de hoogte van de WOZ-waarde die de gemeente Bloemendaal voor zijn twee-onder-een-kapwoning had vastgesteld. Bij de (te hoge) waardebepaling zou zijn huis zijn vergeleken met niet-geschikte panden die afwijken qua inhoud en oppervlakte van zijn perceel. Bovendien zijn dat gemoderniseerde woningen, en is zijn woning gedateerd. Volgens de man zou de WOZ-waarde meer in de buurt liggen van de prijs die zijn buurman onlangs voor zijn woning kreeg; de beide woningen zijn in hetzelfde jaar gebouwd, onderhouden, maar gedateerd, niet gemoderniseerd, noch uitgebouwd. Nee, de WOZ-waarde is niet te hoog, zegt de heffingsambtenaar: het huis van de buurman is een hoekwoning, en dus niet gelijkend op de twee-onder-een-kap. Bovendien, er is rekening gehouden met de gedateerdheid van de woning in vergelijking met de andere huizen.

De rechtbank Noord-Holland buigt zich over de kwestie. De rechter wijst erop dat het de heffingsambtenaar vrij staat om een woning met niet-gelijke woningen te vergelijken mits er met de verschillen rekening is gehouden met de bepaling van de waarde. Volgens de rechter is dat gebeurd. Bovendien is het huis van de buurman echt „een ander type huis” dan de woning van de man en dus ongeschikt als vergelijkingsobject. De WOZ-waarde blijft staan.

Uitspraak: ECLI:NL:RBNHO:2019:1933