De vliegende olifant Dumbo blijft een tijdloos sprookje

Achtergrond Disney maakte een ‘live action-remake’ van ‘Dumbo’. Het mooie aan de originele film is dat cartoonachtige momenten naadloos versmelten met traditionelere Disney-elementen. Toch valt niet te ontkennen dat de originele film racistische elementen bevat.

Dumbo in de live action-remake die deze week uitkomt.
Dumbo in de live action-remake die deze week uitkomt.

Het is een van de meest iconische fragmenten uit de geschiedenis van Disney: de roze-olifantensequentie uit Dumbo. Bijna vijf minuten lang meppen angstaanjagende roze olifanten elkaar in stukjes met cimbalen, marcheren met akelig opengesperde ogen rond het bed van een olifantenjong en voeren een hypnotiserend buikdansnummer uit. Wie de scène ooit zag, zeker als kind, vergeet hem nooit en hield er mogelijk zelfs nachtmerries aan over. Maar het was ook een van de fragmenten die de originele Dumbofilm aan zijn status hielpen.

Of de remake van film over het beroemde vliegende olifantje ooit de reputatie van het origineel zal kunnen evenaren, is twijfelachtig. Het succes van de originele film betekende in jaren veertig de redding van de Disneystudio’s. Twee voorgaande lange animatiefilms – Fantasia (1940) en Pinokkio (1940) waren geflopt en door de oorlog in Europa lagen de inkomsten van animatiefilms veel lager dan gebruikelijk. Disney had een goedkope film die zou scoren nodig om te overleven. En dat deed Dumbo, ondanks de oorlog. Maar nog beroemder dan om zijn financiële succes, werd de film om de manier waarop hij al decennia lang kijkers weet aan te spreken. In 1941 noemde een recensent van The New York Times het „de geniaalste, meest vertederende en zeldzaamste tekenfilm die ooit uit de penselen van Walt Disneykunstenaars is gekomen”. Ondanks dat afgelopen jaren kritiek klinkt op enkele racistische stereotypen in de film, werd hij nog talloze malen heruitgegeven, eerst op vhs, later dvd en blu-ray.

Het blijft dan ook een van de meest bijzondere animatiefilms ooit gemaakt. Een deel van de charme van Dumbo is dat het in essentie een heel eenvoudig verhaal is. Een misfit, een klein olifantje mét enorm grote oren, wordt bespot door de andere dieren in het circus omdat hij anders is. Als zijn moeder hem probeert te beschermen tegen hoon, wordt ze gevangen en lijkt hij er alleen voor te staan. Nadat hij zijn eigen angsten heeft overwonnen en met behulp van bondgenoten beseft dat zijn ‘afwijking’ een talent is, blijkt hij een held. Disney koos gedeeltelijk voor dit eenvoudige verhaal gebaseerd op een kinderboek uit 1939 uit kostenbesparing, een korte animatiefilm – Dumbo duurt slechts 64 minuten – is immers goedkoper om te maken. Maar deze kinderfantasie – vliegen mét je oren – werd vervolgens door zijn animatoren verpakt in een perfecte combinatie van suikerzoete elementen – zoals het wiegeliedje ‘Baby Mine’ wat Dumbo’s gevangen moeder voor hem zingt – én angstaanjagende en soms meerduidig te interpreteren verwijzingen naar een gevaarlijke buitenwereld, waarin kinderen soms verplicht worden om (te) snel volwassen te worden. Deze combinatie maakt Dumbo tot een tijdloos sprookje.

Waarom nog originele speelfilms maken als recycling van Disneys eigen catalogus tot voorspelbaar succes leidt? Lees ook: Disney bloeit door recycling

Dat er meer ambigue lagen werden aangebracht aan dit simpele verhaaltje, is trouwens ook een gevolg van de toenmalige problemen bij de Disneystudio’s. Walt Disney zelf was in deze crisisperiode enorm druk – behalve financiële problemen, moest hij het hoofd bieden aan onvrede bij een deel van zijn personeel en was hij bezig met Bambi. Hij besteedde de leiding over Dumbo dus uit. De twee animatoren die Dumbo mochten aansturen, Dick Huemer en Joe Grant, waren in tegenstelling tot veel anderen bij Disney getraind in New York én in meer cartoonachtige, groteske animaties voor ‘volwassenen’ dan in de realistischer stijl waarmee Disneyfilms traditioneel geassocieerd worden.

Intimiderende clowns

Huemers en Grants ‘New Yorkse invloed’ leverde de roze-olifantenparade op, een parodie op het surrealisme, maar ook andere slapsticksequenties in de film, zoals het moment dat Dumbo door een stel behoorlijk intimiderende clowns tijdens een circusnummer verplicht wordt van een metershoog brandend gebouw te springen. Hun ervaring met meer ‘volwassen’ animaties zie je ook terug in de verhaallijn van Dumbo. In de film komen elementen terug die je eerder associeert met een cartoon van Betty Boop dan een kinderverhaaltje, zoals een verwijzing naar de gevaren én geneugten van alcohol. Dumbo en zijn vriendje, de muis Timmie, belanden in een delirium nadat ze per ongeluk uit een waterton met champagne hebben gedronken. Wat volgt is niet helemaal eenduidig: behalve dat deze drinkpartij Dumbo angstaanjagende hallucinaties oplevert, leert hij mede dankzij zijn dronkenschap dat hij kan vliegen.

Een kleine terzijde: de echte olifant op wie Dumbo is gebaseerd, Jumbo de reusachtige Afrikaanse olifant uit het circus van Barnum & Bailey, was ook niet vies van wat alcohol. Dat bleek onlangs nog uit een mooie documentaire van de BBC die toont dat Jumbo’s begeleider de opgesloten olifant kalmeerde met whiskey en duidelijk maakt dat het echte verhaal veel tragischer is dan wat er in zowel de oude als de nieuwe Disney-film wordt getoond.

Lees hier de recensie van de nieuwe versie van ‘Dumbo’

Terug naar de fictie: het mooie aan de originele Dumbofilm is dat de cartoonachtige momenten hierin naadloos versmelten met traditionelere Disney-elementen. Zo worstelt het jonge olifantje net als talloze andere Disneypersponages met de ultieme kinderangst dat hij zijn moeder zal verliezen en zit de film vol personages met wie een breed publiek zich kan identificeren. De blik van Dumbo’s moeder als ze aan het begin van de film naar een kind verlangt en een zwerm ooievaars haar als enige in het circus voorbijvliegt blijft jaren na datum hartverscheurend.

Toch is een update voor Dumbo niet volstrekt overbodig, het valt immers niet te ontkennen dat de film racistische elementen bevat. Het vaakst bekritiseerd zijn de rokende, dansende en zingende kraaien die aan het einde van de film het kleine olifantje helpen vliegen; hun accent en gedrag is een stereotiepe karikatuur van Afro-Amerikanen. Verdedigers wijzen erop dat de kraaien Dumbo steunen en niet negatief moeten worden geïnterpreteerd. Dat laatste argument kan niet gebruikt worden voor een scène aan het begin van de film, waarin donkere knechten mee de circustent in elkaar zetten. Al zwoegend in de regen zingen deze mannen dat ze hun loon elke maand over de balk gooien en niet veel later worden ze in beeld gebracht als nachtmerrieachtige wezens, zo uit een Duitse expressionistische horrorfilm. Het is visueel een indrukwekkend moment, maar geen boodschap die je kijkertjes wilt meegeven.

Helaas lijkt het alsof de makers van de nieuwe film niet alleen deze noodzakelijke updates willen uitvoeren, maar ook andere elementen willen ‘verbeteren’. Zo zijn talloze verhaallijnen toegevoegd om het simpele verhaal ‘spannender’ te maken en ziet Dumbo in de nieuwe film roze olifanten dankzij bellenblazers in plaats van een slokje champagne. Het maakt het verhaal inderdaad minder dubbelzinnig dan het origineel, maar waarschijnlijk een stuk minder leuk om achtenzeventig jaar later nog te bekijken.