Disney bloeit door recycling

Achtergrond Waarom nog originele speelfilms maken als recycling van Disneys eigen catalogus tot voorspelbaar succes leidt?

Disneys hitfilm ‘The Lion King’ komt dit jaar uit in een live action-versie.
Disneys hitfilm ‘The Lion King’ komt dit jaar uit in een live action-versie.

Niet zo lang geleden produceerde Disney – op eigen naam en via zijn dochters Touchstone en Miramax – tientallen speelfilms per jaar. Anno 2019 vent de studio nog slechts merken uit: Pixar, Marvel, Star Wars en Disney.

Disney-baas Bob Iger besloot definitief af te zien van originele, dus commercieel riskante speelfilms na het onverwachts grote succes van Tim Burtons Alice in Wonderland in 2010, een ‘live action-remake’ van de animatiefilm uit 1951 – al is live action een misleidende term voor deze hybride van animatie en levende acteurs. Ondanks een lauwe pers verdiende Alice in Wonderland ruim een miljard dollar.

Dat bleek geen toevalstreffer. Maleficent met Angelina Jolie verdiende 758 miljoen dollar, Cinderella 543 miljoen, The Jungle Book 967 miljoen, Beauty and the Beast 1.264 miljoen. In Hollywood, waar volgens scenarioschrijver William Goldman het fameuze dictum „nobody knows anything” geldt, lijkt Disney de kip met de gouden eieren te hebben gevonden: voorspelbare filmhits. Alles draait om het merk: rivalen die op Disneys sprookjestrein hopen mee te liften, boeken vaak zeperds. Het publiek wil niet zozeer sprookjes, maar Disneys sprookjes. Veilig, vertrouwd, zorgvuldig gemaakt.

Wat maakte de originele versie van ‘Dumbo’ zo aansprekend?

Na Tim Burtons Dumbo volgen nog twee remakes: Aladdin met de Nederlandse acteur Marwan Kenzari als grootvizier Jafar en The Lion King. Met grote Marvel-films en een nieuwe Star Wars op de agenda verpulvert Disney dit jaar zo vermoedelijk alle financiële records.

In 2020 volgt Mulan; Disney kan nog heel lang vooruit met zijn catalogus. Want straks zijn Frozen en Moana alweer rijp voor recycling.