Rijden we straks dertig binnen de bebouwde kom?

30-kilometerzones De RAI Vereniging wil dat 30 kilometer de nieuwe norm wordt binnen de bebouwde kom. Heeft het voorstel kans van slagen?

"De remweg bij vijftig kilometer per uur is negentien meter. Bij dertig kilometer is dat zeven meter. Dat scheelt nogal wat.”
"De remweg bij vijftig kilometer per uur is negentien meter. Bij dertig kilometer is dat zeven meter. Dat scheelt nogal wat.” Foto Koen Suyk/ANP
Verlaag de maximumsnelheid binnen de bebouwde kom van vijftig naar dertig kilometer per uur. Deze oproep deed voorzitter Steven van Eijck van de RAI Vereniging, de brancheorganisatie voor rijwiel- en autoindustrie, maandag.
  1. Wat wil de RAI precies?

    Nederland moet de maximumsnelheid van dertig kilometer per uur niet meer als uitzondering maar als regel binnen de gehele bebouwde kom hanteren. Dat moet leiden tot minder doden en gewonden in het verkeer. In binnensteden wordt het verkeer drukker, niet alleen met auto’s en fietsen, maar ook met ongelijksoortige vervoermiddelen als scooters, e-bikes en elektrische stepjes. Snelheidsverlaging moet de kans op ongevallen en de impact daarvan beperken. „De remweg bij vijftig kilometer per uur is negentien meter. Bij dertig kilometer is dat zeven meter. Dat scheelt nogal wat”, zegt Van Eijck. Op doorgaande wegen in de bebouwde kom kan wat de RAI betreft nog wel vijftig kilometer worden gereden. „In steden als Rotterdam zijn de straten ruim opgezet.”

  2. Heeft zo’n verlaging effect?

    Zeker. De ernst van letsel bij een botsing is bij dertig kilometer veel kleiner dan bij vijftig kilometer per uur. Volgens de Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid (SWOV) is de impact bij een botsing van vijftig vergelijkbaar met vallen uit de derde verdieping van een gebouw. Bij dertig kilometer is de impact vergelijkbaar met een val vanaf de eerste verdieping.

  3. Er zijn toch al veel wegen waar je niet meer dan dertig mag rijden?

    Inderdaad. Vrijwel alle gemeenten hebben de afgelopen twintig jaar 30-kilometerzones ingericht, vooral in woonwijken. Dat heeft bijgedragen aan een flinke daling van het aantal slachtoffers – samen met de autogordel, het alcoholverbod, veiligere auto’s en het scheiden van snel en langzaam verkeer. In 1972 vielen er 3.200 doden in het verkeer, in 2013 was dat aantal gedaald tot 570. Maar de afgelopen jaren loopt het aantal doden en zwaargewonden weer op. In 2017 vielen er 613 doden in het verkeer. En zonder maatregelen en extra geld van het kabinet zal het aantal verkeersdoden de komende tien jaar slechts licht dalen en het aantal ernstig gewonden zelfs flink stijgen, vooral onder fietsers en ouderen, zo waarschuwde de SWOV eerder dit jaar.

  4. Heeft het voorstel kans van slagen?

    Nog niet. Minister Cora van Nieuwenhuizen (Infrastructuur, VVD) stelt woensdag dat ze niet voelt voor een algehele snelheidsverlaging, omdat gemeenten zelf al voldoende vrijheid hebben om te bepalen in welke straten met welke snelheid mag worden gereden. „Dat verschilt per situatie”, laat haar woordvoerder weten.

  5. Heeft zo’n oproep dan wel zin?

    Het is waar dat gemeenten vrij zijn om snelheidslimieten in te stellen. Maar in de praktijk komt het daar niet altijd van. In veel winkelstraten van grote steden kan nog steeds vijftig kilometer worden gereden. Als argument gelden de doorstroming van autoverkeer en onbelemmerde doorgang van hulpdiensten. Ook is langzaam verkeer niet altijd gescheiden van sneller verkeer. Gemeenten schrikken vooral terug voor de kosten. Eén kilometer van een dertigkilometerzone geloofwaardig inrichten, met drempels, plateaus en wegversmallingen, kost volgens de SWOV dertigduizend euro, en valt vaak duurder uit. Een onveilig kruispunt van een compleet plateau voorzien kost al gauw een ton. Een verlaging van de maximumsnelheid zou gemeenten kunnen dwingen daar meer werk van te maken. „Daarom ben ik blij dat de RAI met deze oproep z’n gewicht in de strijd werpt”, zegt SWOV-directeur Peter van der Knaap.

  6. Welk belang heeft de branchevereniging bij deze oproep?

    RAI-voorzitter Steven van Eijck zegt dat de branche haar „maatschappelijke verantwoordelijkheid” wil nemen. „Verkeersongevallen kosten de samenleving veertien miljard euro per jaar, en dan zwijg ik nog over het menselijk leed.” Tegelijkertijd wil de RAI opkomen voor de toekomst van vervoermiddelen, van auto tot snorscooter, uit de eigen branche. Van Eijck: „In reactie op de drukte in de steden willen sommige gemeenten de stad autoluw maken. Dat is niet de oplossing. Steden moeten bereikbaar blijven, óók als zelfrijdende bestelbusjes onze pakjes komen bezorgen.”