Na cycloon Idai kwam de bureaucratie

Mozambique Tien dagen na de ramp willen de autoriteiten in Beira weer greep op de hulpverlening krijgen. Dat leidt soms tot verwarring.

Inwoners van het district Buzi zijn in veiligheid gebracht. Een gebied van 3.000 vierkante kilometer is onder water komen te staan.
Inwoners van het district Buzi zijn in veiligheid gebracht. Een gebied van 3.000 vierkante kilometer is onder water komen te staan. Foto Themba Hadebe, AP

De matrozen van de Indiase marine hadden hun rubberboten net volgeladen met macaroni, bonen en biscuit toen het bericht kwam van de autoriteit die de haven van Beira bestuurt. De vergunning om de verdronken dorpen aan de oevers van de Buzi-rivier in de provincie Sofala te bezoeken voor voedselhulp is op het laatste moment ingetrokken. Walkietalkies kraken. Zonder een onvertogen woord stapelen de Indiërs hun pasta en de koekjes weer terug op het dek van het fregat INS Sujata.

De commandant van de Indiase marine, kapitein Vavun Singh, lacht als je hem vraagt naar zijn grootste uitdaging nadat cycloon Idai over dit deel van Mozambique raasde en overstromingen een gebied van 3.000 vierkante kilometer onder water zetten. „Bureaucratie.”

Singh heeft in zijn lange carrière heel wat humanitaire rampen aan zich voorbij zien trekken. Tsunami’s en oorlogen. Negentien jaar geleden verbrijzelde een handgranaat zijn rechterarm en een long tijdens een gevecht in Kashmir. Er zitten nog altijd 75 metaalsplinters in zijn lijf.

Maar de Mozambikaanse bureaucraten pijnigen hem nu meer. Gevraagd of hun besluit betekent dat er genoeg voedsel is in de overstroomde gebieden, veegt hij zenuwachtig over zijn neus. „Euh ja. Ik kan niet zeggen of er nu teveel hulp is. Ik heb dat niet met eigen ogen kunnen zien. Maar de Mozambikaanse autoriteiten beslissen. Ik kan hun orders niet aan de kant zetten.”

‘Confusão’

Die bureaucratische mist en wanorde na de ramp noemen de Mozambikanen confusão. Dat is de permanente staat van verwarring in een land met veel onverklaarbare regels, die vooruitgang ook in gewone tijden soms in de weg staan. Het dwingt iedereen zijn eigen plan te trekken.

Ruim tien dagen nadat cycloon Idai hier aan wal kwam is de hulpverlening een nieuwe fase ingegaan. Reddingsoperaties naderen hun einde. Reddingswerkers hebben duizenden Mozambikanen van daken en uit bomen geplukt. Zelfs de meest ervaren hulpverleners spreken over een ramp van ongekende omvang.

„Onze organisatie alleen al heeft met hulp van het Zuid-Afrikaanse leger en lokale boeren 2.100 mensen uit het water kunnen redden. Natuurlijk gaat niet alles soepel. Maar bij welke ramp wel?”, vraagt Imtiaaz Sooliman, hoofd van de Zuid-Afrikaanse hulpgroep Gift of the Givers. Nog altijd is niet duidelijk hoeveel mensen werden verzwolgen in de modderstroom die volgde op de cycloon. Het gebied is te groot, de communicatie te slecht. Hulpverleners vrezen dat ze het nooit zullen weten.

Het water begint te zakken. Wegen worden weer bereikbaar. De nadruk ligt nu op het voeden van de overlevenden. Vrijdag voeren in de haven van Beira de boten nog af en aan met Mozambikanen die hun ondergelopen dorpen ontvluchtten. Hun kleren drijfnat van de nieuwe regens. En de meeste zonder schoenen, nadat ze uren door het water hadden moeten waden.

„Er is niks meer te eten in het dorp”, vertelt Conde Pinto, die met vrouw en kind de rest van zijn familie in het dorp Buzi heeft achtergelaten in de hoop op hulp in Beira.

Drie dagen later is die vluchtelingenstroom gestaakt. „We zien dat mensen nu in hun dorpen willen blijven”, zegt Kapitein Singh. De wederopbouw is begonnen. En daarmee ook de wens van de Mozambikaanse autoriteiten om meer grip te krijgen op de hulpacties. Hulpverleners zijn huiverig om zich te kritisch uit te laten over de bureaucratie, die veel van de reddingsoperaties de afgelopen dagen vertraagde.

‘Ramp heeft iedereen overmand’

„Het is natuurlijk niet goed dat hulp niet afgeleverd kan worden. Maar laten we zeggen dat de ramp iedereen heeft overmand. Iedereen is gespannen”, zegt Gerald Bourke van het Wereldvoedselprogramma van de Verenigde Naties diplomatiek. Hij wijst op de omvang van de ramp. 400.000 hectaren landbouwgrond staat onder water. De Mozambikanen hadden in april hun oogst van het land zullen halen. 41 procent van de kinderen was al ondervoed vóór de cycloon. „Wij werken al tientallen jaren in dit land. We moeten met deze autoriteiten samenwerken.”

De coördinatie van de hulp wordt gedaan door INGC, de hulporganisatie van de Mozambikaanse overheid. Medewerkers hebben geen toestemming om commentaar te geven op de hulpverlening. Alleen de chef mag dat en hij is niet beschikbaar. „Hij is op pad”, zegt een medewerker.

Bij gebrek aan hulp hebben tientallen daklozen besloten om dan maar op de stoep van het stadhuis te bivakkeren. Hun tassen staan in de vensterbank, hun pannen slingeren op het trottoir. „Ik heb nog niemand van de gemeente gezien”, zegt Rosa Inacio, die met haar zeven kinderen is gevlucht. Ze blijft bescheiden met haar kritiek. „Misschien hebben andere mensen ze gezien. We proberen gewoon te overleven.”

De bewoners van Beira zijn begonnen met het schonen van de stad. Vrijwel geen huis bleef ongeschonden. Golfplaten – vaak van asbest –, gebroken glas en takken worden bijeen geveegd, kinderwagens vol dakpannen geladen. In de fonteinen worden kleren gewassen. De bewoners willen hun stad terug.

Update (25-03-2019): De inzet bij dit bericht is om 14.10 uur toegevoegd aan dit artikel.

Meer beelden uit Buzi, in Mozambique: