Recensie

Recensie Theater

‘Le Bal’: mooi bewegend plaatjesboek over twintigste eeuw

Recensie In de dansvoorstelling ‘Le Bal’ trekken de gebeurtenissen van de afgelopen eeuw voorbij aan een danszaal. Maar de combinatie van dans en muziek neigt naar cliché.

Dansers in Ramones-outfit in ‘Le Bal’ van Jakop Ahlbom
Dansers in Ramones-outfit in ‘Le Bal’ van Jakop Ahlbom Foto Sanne Peper
    • Francine van der Wiel

Waren er zó veel Ramones? De vier Amerikaanse oerpunkers komen in veelvoud het toneel op als we tijdens Le Bal zijn beland bij de jaren zeventig van de vorige eeuw. In Jakop Ahlboms weergave van de laatste honderd jaar komt dat decennium overigens ná de val van de Muur, maar dit terzijde.

De geschiedenis van een eeuw, gevat in een dansvoorstelling – ambitie kan de Zweedse regisseur, mime- en choreograaf niet worden ontzegd. In 2001 werd een vergelijkbaar staaltje vertoond door Arthur Rosenfeld, die in de fantasierijke jeugdvoorstelling En toch beweegt het door de geschiedenis raasde, van oude Grieken tot ruimtestation ISS.

Ahlbom bekijkt de historie vanuit een danszaal, waar de symptomen en signalen van maatschappelijke ontwikkelingen binnen sijpelen, (soms) weerspiegeld in muziek- en dansvormen. Inspiratie voor deze benadering vond hij in de film Le Bal (1983) van Ettore Scola, die zich baseerde op de gelijknamige theatervoorstelling uit 1981 van Théâtre du Campagnol – dat denkelijk niet onbekend was met Kontakthof en Café Müller, beide uit 1978, van Pina Bausch, om de geschiedenisles nog even door te trekken.

Precies zo – toen kwam dit, toen dat – is Alhboms ‘dansfeest van de eeuw’ opgebouwd. De vier muzikanten van Alamo Race Track en elf performers blazen met volle inzet leven in scènes over crisis, WOII, Koude Oorlog, popcultuur, consumentisme, telefoonverslaving met toepasselijke nummers uit het betreffende tijdperk. In even toepasselijke kostuums wordt de Charleston gedanst, gerock-’n-rolled of gepogood.

‘Le Bal’ van Jakop Ahlbom

Maar juist doordat alles zo keurig bij elkaar past, stelt Le Bal teleur. Ahlbom is een meester in het creëren van heerlijke, vaak een tikje surrealistische beelden die de mens in al zijn onvolkomenheid portretteren. Op zijn best is hij in dramatisch overzichtelijke relaties: mensen die een kamer, een huishouden, een ‘house of horror’ delen. De danszaal in Le Bal lijkt een kolfje naar zijn hand, maar de wereldgeschiedenis is te groot voor hem. Met eenduidige scènes, waarin de combinatie van dans en muziek soms naar het cliché neigt (ruimtevaart/Space oddity, blowende hippies/White Rabbit), en zonder enige gelaagdheid is Le Bal een mooi, bewegend plaatjesboek geworden dat prikkelt noch vragen oproept. Behalve over de Ramones dan.