Jemenitisch eiland Socotra: wie het hoogste biedt, is de baas

Invloed van de Emiraten Precies vier jaar geleden startten Saoedische bombardementen op Jemen. Door de oorlog in het moederland is Socotra gewild grondgebied geworden. Buurlanden, donoren en vastelanders vechten er om de gunst van de eilanders.

Gastarbeiders uit Abu Dhabi en Dubai leggen een elektriciteitsnetwerk aan. Er is ineens dag en nacht stroom.
Gastarbeiders uit Abu Dhabi en Dubai leggen een elektriciteitsnetwerk aan. Er is ineens dag en nacht stroom.

Het afgelegen Jemenitische eiland Socotra leefde lang in isolement, maar is na vier jaar oorlog in het moederland uitgegroeid tot een gewild stukje Jemen. Buurlanden, donoren en vastelanders vechten er om de gunst van de eilanders.

Op de verre oostpunt van het eiland Socotra – een uurtje rijden vanaf hoofdstad Hadibou – bouwt Amin Al Fadli (60) al tien jaar aan zijn villa. Wonen kan hij er bijna, vensterloze uitsparingen in de dikke muren geven alvast zicht op de indrukwekkende golfslag van de Indische Oceaan. In zijn rug rijzen kalkstenen rotsen een halve kilometer steil op naar een hoogvlakte, waar de spitse bladeren van antieke drakenbloedbomen vocht onttrekken uit de laaghangende wolken en zo al eeuwenlang zorgen voor zoet water, voor de eilanders in het dorpje beneden.

Nu dus ook voor nieuwkomer Al Fadli, afkomstig van het Jemenitische vasteland en werkzaam als elektrotechnisch ingenieur in Saoedi-Arabië. „Kijk”, wijst hij. „Dat wordt ons privéstrandje. En daar wil ik wat chaletjes bouwen, misschien dat ik die kan verhuren als het gedoe voorbij is en het toerisme weer aantrekt.”

Socotra is een eiland met een buitenaards landschap vol prehistorische bomen en vergezichten waar je je eindeloos aan kan vergapen. Lang was het eiland – ongeveer tien keer Texel en 75.000 eilanders – een lieveling van de internationale gemeenschap, die het in 2008 uitriep tot Werelderfgoed. Westerse donoren financierden projecten die de unieke en kwetsbare natuur moesten beschermen, terwijl de Socotri zich duurzaam mochten ontwikkelen. Maar sinds er oorlog uitbrak in moederland Jemen is het gedoe.

De vraag wie nu feitelijk de baas is op Socotra, zweeft al bijna vier jaar boven het eiland, sinds de oorlog op het verre vasteland van Jemen uitbrak en Houthi-rebellen er de regering verjoegen. In ruil voor het hen terug in het regeringszadel te helpen, leent die verjaagde regering Socotra uit – voor 99 jaar – aan de Verenigde Arabische Emiraten (VAE), coalitiegenoot in de oorlog tegen de Houthi’s.

Geen grap, zegt een bron op het eiland die anoniem wil blijven – uit angst voor gedoe: „Er is echt zo’n leasecontract opgesteld en ondertekend door de toenmalige Jemenitische premier Khaled Bahah. Alleen is het contract nooit ondertekend door de Jemenitische president Hadi.”

Lof voor de gulle Emirati’s

Hoe dan ook gaan de Emirati’s uit van een deal en nestelen ze zich vanaf medio 2015 stevig op het eiland, waarmee ze sowieso al eeuwenlang handels– en familierelaties onderhouden. Er stroomt veel geld het eiland op. Gastarbeiders uit Abu Dhabi en Dubai leggen een nieuw elektriciteitsnetwerk aan, er is ineens dag en nacht stroom is. Er komen gsm-masten, die de blije eilanders op de sociale media aansluiten waarop ze nu dagelijks de lof voor de gulle Emirati’s zingen.

De kleine zeehaven van Socotra, in november 2015 weggevaagd door passerende cyclonen, wordt met veel Emiraats geld hersteld, net als veel weggespoelde wegen, waarlangs gevluchte Jemenitische vastelanders – Socotri zie je zelden zulk werk doen – nu geulen graven voor verdere uitbreiding van het elektriciteitsnetwerk. Gloednieuwe schoolbussen rijden naar afgelegen dorpjes om kindjes naar nieuwe Emiraatse scholen te brengen. Langs het nieuwe voetbalveld in hartje stad staat in dikke letters: ‘Bedankt, Emiraten de Goede!’

Een volkstelling waarbij elke Socotri afgelopen zomer – uiteraard tegen een forse beloning – op de foto ging, doet vermoeden dat de Emirati’s het eiland echt willen inlijven. Daarna zijn de Emirati’s eilanders gaan ronselen voor een nieuw lokale strijdmacht, zoals die ook op het Zuid-Jemenitische vasteland al jaren de Emiraatse orde handhaven. De soldij bedraagt driemaal een onderwijzerssalaris, de toeloop was groot. Ter ondersteuning kwam militair materieel over en Emiraatse instructeurs, die de eenzame Jementische militairen alvast verjoegen van zee- en luchthavens.

De Jemenitische hulpverlener Mohammed Nassr deed in januari verslag van de noodsituatie in zijn land.‘We raken vel over been’

De gekrenkte Jemenitische regering - de minister die de Socotra-deal sloot is al lang vervangen - reisde naar het eiland en wat volgde was een impasse tussen oude Jemenitische en nieuwe Emiraatse bestuurders. Dagenlang lieten de twee partijen de Socotranen voor zich demonstreren, tegen betaling. „De Emiraatse demonstranten waren duidelijk talrijker. Ik denk dat die meer betaald kregen”, aldus de anonieme bron.

Qatmarkt

Troepen uit Saoedi-Arabië, de andere partner in de oorlog op het vasteland, maakten uiteindelijk een einde aan de impasse. De gouverneur werd vervangen door een Socotri die minder gretig uit de Emiraatse hand eet. De Saoediërs stuurden de Emiraatse militairen naar huis en namen hun intrek in het gebouw van de Environmental Protection Agency (EPA), dat de afgelopen decennia met veel geld en moeite door de internationale gemeenschap is opgezet om de kwetsbare natuur op Socotra te beschermen. Voor de poort twee kakikleurige pantserwagens, ertegenover de qatmarkt, waar Jemenitische dagloners en Socotri gebroederlijk hun zakje komen halen om de middag kauwend mee door te komen.

De gespannen rust op Socotra is nu al tien maanden een fragiele status quo, zoals die ook al jaren op het zuidelijke vasteland van Jemen geldt: de Jemenieten zijn de iure de administratieve baas, de Emirati’s de facto de baas, met op de achtergrond een onduidelijke rol van Saoedische militairen. Wat rest is een bestuurlijk vacuüm vol informele regels. Voortdurend speuren de Socotri wegen, zee en lucht af naar komende en gaande gasten van hun eiland, dat feitelijk een uitgestrekt dorp is. ‘Wie bouwt die moskee daar, zijn dat de Saoediërs?’

Ingenieur Amin Al Fadli bouwt al tien jaar aan zijn villa op Socotra met uitzicht op de Indische Oceaan. "Kijk, dat wordt ons privéstrandje." Foto Anthon Keuchenius

De hoogste bieder mag het zeggen

Emiraatse gastarbeiders bezetten nog altijd bijna alle verdiepingen van Touristhotel Socotra, waar al vier jaar geen toeristen meer komen. Terug van het werk grijpen ze in de lobby een maaltijd mee van een Emiraats cateringbedrijf. Op de tweede verdieping slurpt Denis, een Filippino uit Dubai, een kopje thee. „Morgen terug naar huis”, verzucht Denis, die vier saaie weken sleutelde aan Emiraatse gsm-masten. Indiase arbeiders – overdag bouwen ze een nieuwe vleugel aan het Emiraatse ziekenhuis – spelen op de eerste etage een verveeld potje rummikub.

Nog dit jaar opent ook het nieuwe Saoedische ziekenhuis aan de rand van Hadibou, het eiland heeft dan naar verwachting een overschot aan bedden. Nieuwe Saoedische bussen brengen Socotraanse scholieren naar nieuwe Saoedische scholen. Aan de conservatievere zuidkant van het eiland laten de Koeweiti’s en Qatari zich gelden met ontwikkelingsprojecten.

De meeste Socotri laten het zich aanleunen, want er valt aan te verdienen. De Emirati’s zijn nog altijd popalairder dan andere donoren, zo merk als een lange rij toeterende en vlaggende wagens passeert met mannen in gele T-shirts, op weg naar het vliegveld. „Die komen Bin Mubarak verwelkomen”, legt eilander Ahmed Al Qawi uit. Even later brommen er drie gyrocopters boven hoofdstadje Hadibou. „De Emirati’s gaan naar hun huis”, zegt Al Qawi.

Nog wat later sjouwen groepen gele T-shirts door de kustdorpen, van huis naar huis. „De Emirati’s delen soms letterlijk dozen vol chocola uit”, zegt eilander Esmail, die liever niet met zijn achternaam in de krant wil, bang voor gedoe. „Dus natuurlijk kiezen de eilanders voor de Emirati’s. De Socotri zien intussen dat hun eiland waarde heeft en onder de Emiraatse paraplu het meeste oplevert”,

Duurzaam

De westerse wereld heeft intussen het nakijken, met hun duurzame projecten. „Zo wordt mensen geleerd te bedelen”, concludeert vastelander Omar Al Saghier, die namens de United Nations Develoment Program (UNDP) ontwikkelingsprojecten komt inspecteren. „Op het vasteland van Jemen gaat het al langer zo. Maar gratis dingen weggeven, dat werkt niet. Dan hebben de mensen er geen zorg voor”, aldus Al Saghier, die concurrentie voelt van de nieuwe donoren („Als ik onze voorwaarden voor financiering uitleg, zeggen ze steeds vaker: we gaan wel ergens anders vragen.”

Lees ook deze column van Carolien Roelants: En in Jemen gaat het intussen wéér aanzienlijk slechter

Maar dorpelingen klagen bij Al Saghier dat de Emiraatse heerser zijn helikopter ad hoc landt in afgelegen bergdorpen, om ook daar met geld en projecten te strooien. „Ze zijn bezorgd dat hun leven wordt verstoord. Er wordt niet nagedacht over de gevolgen. Er komt zoveel geld Socotra binnen, dat prijzen enorm stijgen, degenen die niet in het Emiraats netwerk zitten, zijn de klos”, aldus Al Saghier.

Veel zorg voor de kwetsbare natuur is er niet, bij de wildgroei aan investeringen. Hoofdstad Hadibou, dertig jaar geleden nog een nietig vissersdorpje, is veranderd in een enorme bouwput, gelardeerd met autowrakken en de lucht vol dwarrelende plastic zakjes. „In mei blazen de zomerwinden alles de zee in en is de stad weer netjes schoon”, zeggen de Socotri lachend.

Een villa aan zee

In zijn villa in aanbouw, ver weg van Hadibou, moppert Amin Al Fadli vooral over de voortdurende vraag naar bakshies van de Socotri. Al Fadli investeerde eerder in buitenhuisjes in Europa en deze op Socotra kost minder geld, maar wel heel veel tijd; bouwmateriaal is moeilijk te krijgen en aannemers bijna onmogelijk aan te sturen. Verder lag de bouw drie jaar stil toen de grond die hij kocht van de lokale stam ook werd geclaimd door een andere stam. En eigenlijk mag je niet binnen 400 meter van de kust bouwen, maar ook daarvoor werd een pragmatische oplossing gevonden.

Bij het oplossen van die conflicten hielp dat Al Fadli de informele wegen kent en bovendien nazaat is van de Sultan van Abyan, een provincie op het zuidelijke vasteland van Jemen. Daar heeft de familie ook bezit, maar is het niet veilig, zegt Al Fadli. „Hier wel, want het is een eiland. Er kan hier niets gebeuren en de kosten zijn laag. In Europa heb je al die belastingen, aanslagen, verzekeringen. Hier heb ik rust, schone lucht, zonneenergie en een fenomenaal uitzicht, zonder veel kosten.”

Het eiland Socotra ligt tussen het Arabisch schiereiland en de kust van Somalië. Het behoort tot het grondgebied van Jemen. Illustratie NRC Studio