De fiscus is geen bank, ook niet bij geldtekort

Wie: Cees en Romano

Kwestie: valse btw-aangifte

Waar: rechtbank Rotterdam

De Zitting

Er is een ochtend voor de fiscale fraudezaak tegen de twee ondernemers uitgetrokken, maar pas om half drie ’s middags is het klaar. Vooral omdat de advocaten meteen de vervolging zélf aanvechten. Er zou vertrouwen zijn gewekt dat dit simpel met een nabetaling en een boete afgehandeld kon zijn. De fouten waren erkend en verklaarbaar, de boekhoudkundige ‘oplossing’ mocht niet, maar was door de fiscus gedoogd. Van zelfverrijking was geen sprake. Dit ging om schuiven met ongeveer 2 ton geïnd btw-geld om lonen te kunnen betalen. Er is tijdig en volledig ‘suppletieaangifte’ gedaan die ook is geaccepteerd.

Kortom, waarom deze kwestie uit de jaren 2009-2013 aan het OM is overgedragen is een raadsel. Dat zette observatieteams aan het werk, tapte gesprekken af en deed in 2015 een inval. Gevolgd door drie dagen voorarrest en beslag op hun vermogen. Dat het sindsdien drie jaar stil bleef, is ook geen blijk van urgentie bij het OM om de rechtsorde te herstellen. Kortom, wat doen we hier eigenlijk?

Na dit openingssalvo trekken de drie rechters zich een uur terug, waarna ze beslissen dat de zaak kan doorgaan. Dit gaat over twee verwante softwareleveranciers met dezelfde directie. Programma’s waarmee jaarrekeningen, administratie, personeels- en relatiebeheer worden ondersteund. De eigenaren-directeuren zitten samen in het verdachtenbankje, dat voor hen iets te krap lijkt. Ze moeten omhoogkijken naar het podium. De één straalt onbegrip uit en weerspreekt consequent de officier. Hij herhaalt wat hij bij z’n aanhouding tegen de FIOD zei: „U moet onze debiteuren arresteren, dáár zit het geld!” De ander is berouwvol en vooral opgelucht dat er eindelijk een zitting is. „De intentie om het af te dragen is er altijd geweest.” Hij legt uit dat sindsdien de btw per maand wordt betaald en de interne controle is versterkt. Er is leergeld betaald. Ze zijn inmiddels aan het eind van hun Latijn, zeggen ze. Lamgeslagen.

Op aanvraag van het OM is één van hen, een accountant, door de tuchtkamer geschorst. Ze vermoeden dat diens rol als accountant „ongenadig hard doorwerkte” in de beslissing te vervolgen. Beide krijgen sindsdien geen verklaring omtrent het gedrag meer. Dat belet herinschrijving als accountant en is een grote handicap bij offertes. De inval en de publiciteit bedierven in één keer al hun relaties. De financiering werd meteen gestaakt. Dat de bedrijven nog bestaan en sinds 2016 weer floreren, mag een wonder heten. Ze vinden dat ze al zwaar zijn gestraft. Bitterheid en diepe schaamte, voelen ze. Over de aanhouding kan één van hen „nog altijd moeilijk praten”.

De officier is een stuk sceptischer. Zij meent dat de heren wisten wat ze deden, zeker de accountant. Het opzettelijk op de balans wegschrijven van een btw-schuld, zonder intentie om dat ooit af te dragen – er is jaren ‘gerommeld’. De fiscus is gebruikt als bank. En die heeft dat zelf moeten vaststellen. Die ‘suppletieaangifte’ had ‘spontaan’ horen te komen, niet pas nadat de fiscus aan de bel had getrokken. Ze eist voor beiden 180 uur taakstraf, een voorwaardelijke celstraf van 4 maanden. En voor de bedrijven ieder een voorwaardelijke boete van 25.000 euro.

De advocaten menen dat de schorsing als accountant juridisch telt als een straf. En de staat mag nooit twee keer vervolgen voor hetzelfde feit. Zag de rechtbank wel dat de tuchtrechter níét vond dat er opzettelijk is gefraudeerd? Dus geen ‘verschrijven, verhullen of wegboeken’. Er was ‘geen enkele manipulatie’. Wat de heren met hun balans deden was tot 2012 ook niet strafbaar. ‘Schuldig zonder straf’ moet genoeg zijn.

Twee weken later krijgt Romano 174 uur taakstraf. Hij wist van het fout invullen en voorkwam dat niet. Omdat vervolging te lang heeft geduurd, Romano „het kwalijke van zijn handelen inziet, anders dan de medeverdachte”, blijft het bij de taakstraf. Cees krijgt 240 uur taakstraf plus een voorwaardelijke celstraf van vier maanden. Hem wordt aangerekend dat hij registeraccountant was. Hij verdedigde zijn handelen en ontkende zelfs het laakbare karakter ervan. De eis van de officier was daarom te mild.