Recensie

Recensie Muziek

Argerich en Kovacevich versmelten tot één vierhandig klavierwezen

Meesterpianisten Pianofenomeen Martha Argerich maakte voor het eerst in 27 jaar haar opwachting in de serie Meesterpianisten.

De Argentijnse pianist Martha Argerich in 2017
De Argentijnse pianist Martha Argerich in 2017
    • Joep Christenhusz

Tot de karakteristieken van Martha Argerichs legendarische pianistendom behoren haar last minute afzeggingen. Marco Riaskoff, impresario van de serie Meesterpianisten, kan erover meepraten. Neem die avond in 2007: wegens familieomstandigheden liet de geboren Argentijnse op de valreep verstek gaan. Gelukkig bleken de gebroeders Jussen om vijf voor twaalf bereid tot een invalbeurt. Alsnog een mooie avond, daar niet van.

‘Zou ze er nu wel zijn?’, gonsde het zondag in de wandelgangen van het Concertgebouw. In een uitverkochte Grote Zaal hield het publiek zijn adem in toen producer Friso Verschoor bij aanvang de microfoon ter hand nam. Het goede nieuws: Martha was ‘in the house’ (luid applaus). Kleine kink: haar duopartner Stephen Kovacevich had zijn hand overbelast en dus zou hij voor de pauze worden vervangen door Lilya Zilberstein.

Dat Argerich en Zilberstein al zo’n twintig jaar met enige regelmaat een duo vormen, was te horen in Rachmaninovs Symfonische dansen in een versie voor twee piano’s. Toegegeven, in het eerste deel bleef het klankbeeld aanvankelijk wat vlak – vooral in het druk bezette middenregister – maar gaandeweg kreeg het dubbelspel meer reliëf.

Aangekomen bij de Lento middensectie, waarin zich in het orkestrale origineel een dialoog tussen altsaxofoon en althobo ontspint, lieten Argerich en Zilberstein hun instrumenten beurtelings ingetogen zingen. In het tweede deel bewees de 77-jarige Argerich met wervelende middenstemmen dat ze nog altijd over een feilloze techniek beschikt. De ritmisch scherp getekende finale won aan zeggingskracht door haar krachtige bassen en felle, percussieve klank in de hoogte.

Bekijk de indringend-persoonlijke documentaire, Bloody Daughter, die dochterlief Stéphanie in 2012 over haar ouders maakte, en je ziet dat Martha Argerich en Stephen Kovacevich na een kortstondig huwelijk in de jaren zeventig nog altijd een warme vriendschap onderhouden.

Wie zondag zocht naar akoestische uitvloeiselen van die intieme band, vond ze in de vanzelfsprekende en ongekunstelde manier waarop het tweetal werk voor twee piano’s van Debussy over het voetlicht bracht. Mooi hoe Argerich en Kovacevich in En blanc et noir leken te versmelten tot één vierhandig klavierwezen. Of hoe hun toucher in Lindaraja verkleurde van briljant naar omfloerst, al naar gelang hun partij zich op de voor- of achtergrond afspeelde.

In de Prélude à l’après-midi d’un faune werden sommige passages wat al te vlot gefraseerd. Maar wie maalde daarom na de verdroomde klank waarmee Kovacevich de beroemde fluitsolo uit de openingsmaten vertolkte. Even loom en gewichtsloos liet hij soezelige tremolowolken opstijgen, terwijl Argerich een dartel Scherzo-motiefje uit de toetsen kietelde.