Alaphilippe is nu al de koning van 2019

Milaan-San Remo Julian Alaphilippe (26) is niet geboren voor een sprint op de macht. Toch kan hij het steeds beter, zo bleek in de straten van San Remo.

De Fransman Julian Alaphilippe won zaterdag de 110de editie van de voorjaarsklassieker Milaan-San Remo.
De Fransman Julian Alaphilippe won zaterdag de 110de editie van de voorjaarsklassieker Milaan-San Remo. Foto Dario Belingheri/EPA

Daar aan de Via Roma van San Remo barstte hij in tranen uit, Julian Alaphilippe, 26-jarige wielrenner uit het hart van Frankrijk, de man van het vierkante vlasbaardje gelijk een musketier. En zijn ploegmakkers huilden met hem mee. De ontlading na 291 kilometer wedstrijd, ofwel 6 uur en 40 minuten op een fiets, zocht in hoge en langgerekte octaven een uitweg uit dat tengere maar sterke lichaam van hem – 1,73 meter, amper 60 kilo. Van geboorte niet het fysiek voor een machtssprint, en toch kan-ie het, steeds beter lijkt het wel. Heuvelop (de Waalse Pijl), bergop (de bollentrui in de Tour), en onlangs ook in een massasprint in de Tirreno-Adriatico. Niets te gek voor Julian.

Bij het passeren van de streep na een eindsprint waar de overmacht zat in dat enorme verzet dat hij na al die kilometers nog kon rondpompen, gierde de dopamine totaal zonder controle via zijn buik of borst naar zijn armen, die daardoor alle kanten op bewogen, voornamelijk boven het hoofd, met de vuisten gebald. Hij sperde zijn kaken wijd open, en riep iets euforisch dat alleen te horen was voor het publiek dat zich rond de finishlijn had gepositioneerd. Het moet een combinatie van pure vermoeidheid en dolle vreugde zijn geweest. Wat overkwam de man nou? De grootste zege uit z’n loopbaan.

Winnen voor de eeuwigheid

Alaphilippe won al veel, maar nog nooit een monument – een van de vijf belangrijkste eendaagsen op de kalender. Zo eentje winnen is voor de eeuwigheid. Vóór zaterdag pakte hij dit prille seizoen al zes prijzen, waaronder de Strade Bianche, en twee etappes in de Italiaanse rittenkoers Tirreno-Adriatico. Telkens weer kan hij die dikke tweeliterfles Astoria Spumante aan de lippen zetten. Zaterdag kreeg hij de bubbelwijn als een douche over zich heen gespoten, links van hem ingezet door nummer drie Michal Kwiatkowski en aan de andere kant gekopieerd door de verrassende tweede Oliver Naesen, die nooit eerder meedeed aan Milaan-San Remo.

Het jaar 2019 is amper drie maanden oud, maar Julian is reeds de koning. Als hij zondag van zijn fiets lazert is zijn jaar evenwel geslaagd, met nu dus ook ‘La Primavera’ op zak.

Men zegt dat Milaan-San Remo saai is. Dat wil zeggen: de ellenlange aanloop. En dat is ook eigenlijk elk jaar zo. Het laatste uur, daarin zit de essentie van de gehele koers – voor de tv-kijker weliswaar. Want voor de live-uitzending begint, zit een kleine tweehonderd man al uren en uren met de neus in de wind, en heus, in Italië is het zelden vlak, hoewel ze daar vinden dat al dat op en af geen naam mag hebben. Ga er maar aan staan: van Amsterdam voorbij Maastricht fietsen met niet meer te doen dan pedaalmalen en op tijd eten en drinken. Vaak rijden avonturiers de halve dag op kop, ze sterven als San Remo in de verte zichtbaar wordt, en worden dan overvleugeld door de titelfavorieten die de hele dag naar het achterste van hun knechten hebben zitten kijken in de buik van het peloton. Dan kan de wedstrijd beginnen.

Dwaas met doodsverachting

De Cipressa doemt op, een klim van zes kilometer en met de top op 233 meter boven zeeniveau. Tegen de tijd dat de heren renners daar overheen moeten, hebben ze al 270 kilometer in de benen. Geen mens die dan nog prinsheerlijk op een zadel zit. In deze editie gebeurt daar niets.

Ja, de koplopers worden ingerekend, en ene Niccolò Bonifazio legt zijn kin op het stuur en stort zich als een dwaas naar beneden. Zelden een wielrenner gezien met zoveel doodsverachting.

Honderden meters verderop schieten de plofkuiten van Neerlands hoop Dylan Groenewegen in de kramp. De hoop op een goed resultaat van ’s werelds snelste sprinter blijft achter op de top van een heuvel. Hij wordt uiteindelijk 78ste, maar weet voor altijd hoe 291 kilometer koers voelt. En daar ging het werkgever Jumbo-Visma om. Die kennis zal van pas komen in de edities die nog gaan komen.

Dan de Poggio, een klimmetje van niks als je zestig kilometer hebt gefietst, maar een verduiveld ding na al die uren. Reken maar dat de benen in brand staan. Voor aanvallers als Alaphilippe – ook wel puncheurs genoemd omdat ze op hun best zijn op geaccidenteerd terrein – de laatste kans om een massasprint te voorkomen, op een handvol kilometers van de streep. Vorig jaar legde de Italiaan Vincenzo Nibali hier de basis voor zijn zege, een jaar eerder gingen Kwiatkowski, Peter Sagan en Alaphilippe er hier vandoor. Wie zegt dat Milaan-San Remo een sprinterskoers is, krijgt al jaren ongelijk.

Alleen de allerbesten

Die drie spelen weer een hoofdrol, aangevoerd door de Fransman in vorm. Zijn versnelling doet de concurrentie naar adem happen, en hij krijgt alleen de allerbesten mee, stuk voor stuk voormalig wereldkampioenen of kampioenen in wording.

Wout van Aert zit er ook bij, de Belgische veldrijder, en Matteo Trentin uit Italië, de snelste op papier. Tom Dumoulin kan later ook aanhaken, maar is leeg als de sprint gaat beginnen, een beetje zoals op het voorbije WK in Innsbruck. Zeven, acht renners verspreiden zich over de brede Via Roma, met de finishboog in zicht.

De Sloveen Matej Mohoric kan de spanning niet aan en begint te sprinten. Julian Alaphilippe schakelt op en raast op het goede moment langszij. Hij mag geen tweede worden, zegt hij tegen zichzelf. En dat gebeurt ook niet.

Juichen kan hij al vroeg. De rest volgt op een fietslengte. Hij is verreweg de beste wielrenner van dit moment. En dan mag je huilen.