Nederland-Duitsland: een ware clash met bekend einde

Het Nederlands elftal kwam tegen Duitsland in de tweede helft terug van een achterstand maar verloor alsnog: 2-3.

Teleurstelling bij de spelers van het Nederlands elftal nadat Nico Schulz Duitsland in de slotfase op een 3-2 voorsprong heeft gezet.
Teleurstelling bij de spelers van het Nederlands elftal nadat Nico Schulz Duitsland in de slotfase op een 3-2 voorsprong heeft gezet. Foto Piroschka Van De Wouw/Reuters

Voetbal is een simpel spelletje….. En aan het einde winnen de Duitsers.

Zo was het zondagavond precies in de Johan Cruijff Arena. Net toen het Nederlands elftal een punt leek over te houden aan de clash in de EK-kwalificatie, net toen Ronald Koeman zijn zegeningen moet hebben geteld, ging het alsnog mis. Het was waarschijnlijk niet eens een geval van onachtzaamheid in de eigen achterhoede. De Duitsers hadden Oranje doen geloven dat ze waren ingedommeld en sloegen in de slotminuut genadeloos toe: 2-3.

De negentig minuten ervoor brachten de sensatie die paste bij de historie van de wedstrijd. Twee roemruchte voetbalnaties, die aan elkaar gewaagd waren, en het spel op en neer deden golven, net als de sentimenten in aanloop naar de wedstrijd toe. Het was een ware kraker.

Probeer er maar eens niét aan te denken, al die symboliek en anekdotes. De pijn na de vermeende schwalbe van Bernd Hölzenbein in de finale van het WK van 1974. De wraak op het EK van 1988, als verlichting voor de diepgewortelde revanchegevoelens bij mannen als Willem van Hanegem en Johan Cruijff. Frank Rijkaard versus Rudi Völler tijdens het WK van 1990 en de fluim die nooit zal opdrogen, omdat de hang naar rivaliteit en burentwist er vermoedelijk altijd zal zijn. Zó’n wedstrijd.

Lees ook de reacties na Nederland-Duitsland: ‘Dit is heel erg pijnlijk’

Mythische entree

Het fluitconcert bij het Duitse volkslied zei genoeg. Of toen doelman Manuel Neuer het veld opstapte voor zijn warming-up. Oliver Kahn, Jens Lehman of Neuer: wie er ook keept, er moet en zal worden gefloten. Er zijn, kennelijk, boemannen nodig op een avond dat de KNVB de eigen ploeg een haast mythische entree gunt, met lichtflitsen en bombastische beats. Alsof een storm aanstaande is.

Toch was er ook eerbied en stilte. Niet voor de slachtoffers in Utrecht – protocol is protocol – wel voor de naamgever van het stadion. Cruijffs acties flitsten voorbij op de grote schermen. Kijk mee, zei de speaker, en wie dat deed kon zijn hart ophalen. Tijdloze stifts, juweeltjes van schoten. Opdat we nooit vergeten wie de geestelijk vader is van het Nederlandse voetbal waarnaar ook deze avond werd verlangd.

Dat voetbal kwam er met vlagen. En eigenlijk pas in de tweede helft, de helft waarin Oranje de 2-0 achterstand leek weg te poetsen, met brille en bravoure.

Langs de lijn zag Jürgen Klinsmann het gebeuren, de oud-spits die eens het Duitse voetbal geselde. Hij was het die na het slechte EK in 2000 de Duitse revolutie ontketende met een snoeihard betoog in de Frankfurter Allgemeine. Er deugde niks meer aan het Duitse spel. Alleen maar balletjes breed en het grote voetballand leidde geen dribbelaars meer op. Waar was de creativiteit?

Dat Klinsmanns wake-up-call weerklank vond, moge duidelijk zijn. In de decennia erna domineerde Duitsland. En al klinkt er tegenwoordig weer gemor in het land van Lothar Matthäus en Gerd Müller, zondag hoefde je slechts naar Leroy Sané en Serge Gnabry te kijken om te weten dat Duitsland ook na het mislukte WK in Rusland nog sexy voetbal speelt.

Juventus-target Matthijs de Ligt zag het nog het beste. Hij zag Sané binnen twee minuten tweemaal voorbij zoeven en het scheelde weinig of het was toen al 0-1.

Een kwartiertje later gleed De Ligt uit. Lag-ie er alsnog in. Via Sané.

Geen schwung

De andere kwelgeest van Oranje was Gnabry, net zo’n vrijbuiter op de flank als Sané. Eveneens 23 jaar en rap genoeg om de duurste verdediger ter wereld te verrassen met een heerlijk schot in de bovenhoek. Virgil van Dijk volgde netjes, maar waar bleef de blocktackle toen Gnabry het duel besliste?

Oranje miste in het begin de schwung. Frenkie de Jong was niet scherp op de gevaarlijkste plek in het veld maar voorkwam zelf dat er écht gevaar kwam. Ryan Babel moest het gevaar creëren. Deed hij ook. Maar tot twee keer toe stuitte hij van dichtbij op de vuisten van de even daarvoor nog uitgefloten Neuer. Vakmanschap als knipoog naar het fluitende publiek.

Gevoelsmatig was Oranje bij rust terug bij af. Dus toch, als het erom spant, achter tegen Duitsland. Terwijl het voor het eerst echt ergens om ging. Want alle oefenduels en de Nations League ten spijt, de weg naar het EK 2020 is nu pas ingeslagen. Van de twaalf duels die Ronald Koeman nu op de bank heeft gezeten, was dat van zondag het belangrijkst.

Daarbij moet gezegd dat de weg naar het EK bepaald geen helletocht is. Naast Duitsland en het donderdag verslagen Wit-Rusland (4-0) speelt Oranje nog tegen Noord-Ierland en Estland, in een poule waar zowel de nummer één als twee rechtstreeks naar het EK gaat. Kortom, ontsnappingsroutes gegarandeerd. Nederland mocht van Duitsland verliezen.

Zover leek het niet te komen. Na rust oogde Nederland allerminst verslagen en was het De Ligt die met een kopbal de hoop terugbracht. En ja, toen ging het écht stormen.

Lees ook over Nederland - Wit-Rusland: Oranje doet wat het moet: dik winnen

Strijdplan

Oranje dwong de ploeg van Joachim Löw zo ver achteruit dat het leek alsof de Duitsers zelf geen strijdplan meer hadden. Ze hielden tegen, vermoedelijk in de veronderstelling dat de punten voor hen waren. Geef ze ongelijk. Dikwijls volgt nog een counter en is de wedstrijd beslist.

Daar was het voetje van Memphis Depay. Hij stond weliswaar precies op de goede plek, maar liet zich er niet van weerhouden om zijn treffer met veel bombast te vieren. De leeuw kwam brullend naar de zijlijn, de rest van de roedel danste mee. Aan teamgeest geen gebrek in dit Oranje.

Van 0-2 naar 2-2 – dat deed snakken naar meer. De dominantie leek ernaar te zijn, maar tegelijk werd duidelijk dat voor Duitsland een grens was bereikt. Een gelijkspel gaf de verhoudingen het beste weer.

En terwijl Oranje op jacht ging naar meer, gebeurde datgene waar niemand voor had willen vrezen. Duitsland scoorde. De doelpuntenmaker zullen we niet snel vergeten: Nico Schulz.