Recensie

Recensie Muziek

Op het Catch Festival komt de nacht pas laat op stoom

Niet alle optredens zijn even spannend op de 5de editie van het Utrechtse electronicafestival Catch. Pas met dj’s Kampire en Carista komt het feest op gang.

Jon Hopkins op het Catch Festival Utrecht
Jon Hopkins op het Catch Festival Utrecht Foto Rolinde Hoorntje

Met het verdwijnen van het Amsterdamse Pitch is het Utrechtse Catch nu Mojo’s proeftuin geworden voor alle muziek die het midden houdt tussen pop en elektronisch. En toch voelde de vijfde editie in Tivoli Vredenburg een stuk minder avontuurlijk dan het meerdaagse Le Guess Who? (LGW), dat in november deels in hetzelfde sfeerloze TivoliVredenburg met zijn roltrappen meer urgentie en experiment wist te vangen. Zo stond daar het intrigerende Eartheater (LGW), terwijl op Catch de veel te blije J-pop-artiest Golin halverwege de nacht over het podium sprong – en zelfs wat werd uitgelachen.

Catch is natuurlijk ook een stuk kleiner dan LGW. Maar dat maakt ook dat je op één avond sterke live shows kunt zien van onder meer Maribou State, Jon Hopkins en grote belofte Rimon.

Met de looks en trots van Sade, de stem van Selah Sue en de kracht en visie van Kelela heeft de jonge zangeres Rimon alles in zich om een ster te worden, al kunnen de arrangementen van haar band spannender. Ze is stoer en kwetsbaar tegelijk en zingt prachtig hoog over verraad, met een snik in haar stem. Weval staat even later ineens met vijf man op het podium. Sinds het verschijnen van hun laatste album ‘The Weight’ worden Merijn Scholte Albers (gitaar een synhts) en Harm Coolen (zang en synths) live aangevuld door een drummer, bassist en percussionist. Ondanks de winkelinhoud aan instrumenten op het podium, is het begin wat tam. De basgitarist is een welkome toevoeging, maar de synthesizers verdwijnen in de geluidsmix. „Harder, we zijn toch geen softies”, gilt een man. Daarna gaat het net als in hun nummers en ontspoort psychedelische fluisterelektronica alsnog in vuurwerk, zeker als ‘The Battle’ door de zaal schalt.

Ook Jon Hopkins blaast de grote zaal omver met zinderende synthesizerlijnen en keiharde kicks. Soms schuurt de het tegen EDM aan, zeker als danseresessen beginnen te zwaaien met lichtzwaarden als diabolo’s. Maar Hopkins wisselt die effecten af met prachtige rijke ambient-delen. Zijn muziek heeft absoluut filmische kwaliteit en zijn reputatie is terecht hem vooruit gesneld. Daardoor staat er helaas bijna niemand boven bij Dorian Concet, de synthesizervirtuoos uit de Brainfeeder-stal die zijn vingervlugge toetsenspel vertaalt in beeld en geluid. Dat is jammer. Zijn jazztronica en computerfunk zijn zo creatief en melodisch, de ritmes zo gevarieerd en speels, dat je ademloos moet blijven luisteren. Gelukkig weet de zeer getalenteerde dj Kampire met haar mix van Zuid-Afrikaanse house, gqom en Latin club de zaal snel weer te vullen en sluit dj Carista knap aan bij Jon Hopkins. Ze reanimeert de verpletterde zaal met percussie-gedreven techno. Het is funky zonder franjes, mede dankzij de energie die de Utrechtse zelf dansend achter de draaitafels teweeg brengt.