Opinie

Een lange neus naar de dood

Wilfried de Jong

Boven op de Cipressa klingelden de kerkklokken toen het profpeloton over het dorpsplein reed. De helikopter toonde rustieke beelden van de Italiaanse bloemenrivièra; het glas van de kassen weerspiegelde de voorjaarszon en op balkons hing de was te drogen.

Schone schijn.

De afdaling van de Cipressa richting de kustweg werd dadelijk bloedlink; smal, steil, met scherpe bochten.

Niccolò Bonifazio kende het parcours van Milaan-San Remo als zijn broekzak. Bonifazio – die naam herbergt iets goeds – is van huis uit een sprinter. Sprinters verschuilen zich doorgaans in deze wielerklassieker; ze komen pas tevoorschijn op de Poggio en proberen later op de Via Roma als eerste over de finish te komen.

Bonifazio had een ander plan: hij ging iedereen schrik aanjagen.

De renners maakten zich in de afdaling op voor de eerste haarspeld. Bonifazio liet de teugels juist vieren. Hij wilde met doodsverachting afdalen. Naar beneden vallen. Een lange neus trekken naar de dood. Doorgaans heeft de dood daar een compromisloos antwoord op: hij rukt je met alle plezier uit het leven.

Op de steile stukken naar beneden trapte Bonifazio zich een ongeluk. Zijn snelheid lag rond de tachtig kilometer per uur. Een normaal mens gaat dan aan de familie denken, aan verzekeringpapieren in de onderste lade, aan blijvende schade in je kop.

Bonifazio kon nauwelijks denken. De snelheid lag zo hoog dat hij de omgeving als vage vegen waarnam. Voor de cameraman op de motor van de RAI was het ook hard werken. Ik heb de beelden van Bonifazio’s afdaling ongeveer tien keer teruggezien.

Het was niet bij te houden.

‘Muurtje, bocht, grijze meterkast, tak, boom, geparkeerde auto, vangrail, rotsblok, paaltje, man met mobieltje, bocht, weer een bocht, parasol, auto, hek, nog een hek, dubbele vangrail nu, muur, bocht, bierblikje.’

Bonifazio heeft het allemaal niet scherp kunnen zien. Als een bezetene bleef hij trappen. Het moment van los van de grond komen was niet ver weg meer. Tussen twee bochten nam de op hol geslagen gek een slokje uit zijn bidon.

En weer trappen, harder en harder.

Bonifazio waande zich de snelheid zelve. We waren getuige van waanzin, ja. Van verslaving aan vaart, op twee dunne bandjes. Kon ik maar even mee, liggend op zijn gebogen rug, de wind die tranen blies in mijn ogen.

Op naar het einde, naar niet te meten snelheden. Het leek of Bonifazio naar een ander universum was gesneld waar alleen hij mocht fietsen.

Het werd weer vlak. De Italiaan reed langs de zee en kwam langzaam bij zinnen; hij reed aan kop in Milaan-San Remo en had de dood in de laatste bocht zijn kont laten zien.

Ik merkte iets van teleurstelling toen het peloton maar twintig seconden achter Bonifazio bleek te rijden. De razende engel van de afdaling werd in de kraag gegrepen en reed tussen gewone stervelingen op de fiets de wielerklassieker uit.

De Italiaan eindigde anoniem als 131ste.

Voor mij was Bonifazio de ster van de koers.

Wilfried de Jong is schrijver en programmamaker.