Een AEX-notering door lekker gewoon te blijven

Deze rubriek behandelt elke week ontwikkelingen op de aandelenmarkten. Deze keer: chemicaliënbedrijf IMCD

Bij IMCD hoeven ze niet zo nodig in het middelpunt van de belangstelling te staan. ‘Geen woorden, maar daden’ lijkt de Rotterdamse chemicaliëndistributeur maar te willen zeggen, daags nadat het aandeel vorige week van de Midkap promoveerde naar de AEX-index. Er was geen ronkend persbericht en zelfs geen vermelding op de eigen site; op de bedrijfs-Twitter verschenen een dag later foto’s van medewerkers in stofjassen, sprekend op een congres over industriële coatings.

IMCD werkt in de praktijk als tussenhandelaar. De distributeur verkoopt en levert 37.000 verschillende chemische componenten aan een nog groter aantal fabrikanten. Van grondstoffen voor speciale plasticsoorten en coatings tot kleurstoffen voor voedsel en cosmetica. Die maken ze in Rotterdam niet zelf, maar kopen die groot in bij chemiebedrijven, die op hun beurt niet zelf op zoek hoeven naar een koper.

Sinds IMCD in 2014 een beursnotering kreeg, groeit het in een indrukwekkend tempo. De jaaromzet lag met 2,4 miljard euro in 2018 ruim 75 procent hoger dan vier jaar eerder. Het bedrijfsresultaat verdubbelde tot 163 miljoen euro en de nettowinst was vorig jaar vijfmaal zo hoog als in het introductiejaar op de beurs.

De groei komt voor een belangrijk deel door de tientallen overnames die IMCD de afgelopen jaren deed. De tactiek was daarbij telkens dezelfde: een slecht presterend bedrijf opkopen en het snel winstgevend maken.

Beleggers zagen het succes en wisten IMCD al snel te vinden. Werd het aandeel ooit op 22 euro geïntroduceerd, inmiddels schommelt de koers rond de 68 euro. Ondanks de relatief hoge prijs adviseren analisten om het belang in IMCD te behouden of zelfs uit te breiden. Zo ook de Duitse zakenbank Berenberg, die IMCD met een positief koopadvies als het meest veelbelovende in de sector aanmerkt. „Het bedrijf is het beste in de klas […] het profiteert van de aanwezigheid op enkele van de meest aantrekkelijke eindmarkten.”

Hiermee wordt met name gedoeld op die in de Verenigde Staten. Daar nam IMCD vorig jaar branchegenoot E.T. Horn over, wat volgens de experts bij Berenberg nog maar eens de Amerikaanse ambities van IMCD bevestigt. Ook analist Mutlu Gündogan van ABN Amro hecht veel belang aan de activiteiten in de VS. „Met name in de regio Noord-Amerika liggen nog grote kansen voor groei. Doordat IMCD een goede naam heeft opgebouwd, neemt de kans toe dat chemische producenten hen vragen om in die regio hun exclusieve distributeur te worden.”

In tegenstelling tot de concurrentie richt IMCD zich uitsluitend op nichemarkten. Een smaakstofje voor een yoghurtdrank of een nieuwe plasticsoort voor in iPhones, en geen bulkplastics voor pvc-buizen en het materiaal waar tasjes van worden gemaakt. Veel lucratiever, zo legt Gündogan uit. „Er komt veel meer specialistische kennis bij kijken en er zit meer marge op.” Een ander voordeel is volgens Gündogan dat de gespecialiseerde chemicaliën groot worden ingekocht, en weer in kleinere ladingen worden verkocht aan een groot aantal klanten. Daarmee is IMCD minder afhankelijk van individuele klanten.

Ondanks de klinkende cijfers heeft de directie in Rotterdam nog niet de branie van een hoofdfonds – wat op sympathie kan rekenen bij beleggers. „Je ziet nogal eens dat het zelfvertrouwen van bestuurders toeneemt naarmate de beurskoers stijgt. Dat is bij IMCD niet het geval”, zegt Gündogan. „Ook wordt er niet met ‘het eigen verhaal’ geleurd: er is geen afdeling Investor Relations. Concurrent Brenntag heeft drie duurbetaalde medewerkers op die afdeling zitten. Bij IMCD doet de financieel directeur dat nog gewoon zelf.”