Recensie

Recensie Muziek

Dvořák volgens Jansons: weidse prairiepanorama’s in fraai gedoseerde tutti’s

Met het symfonieorkest van de Beierse Omroep is chef-dirigent Mariss Jansons op voorjaarstournee. Vierde stop: het Concertgebouw, met o.a. Dvoráks ‘Negende symfonie’ op het programma.

Dirigent Mariss Jansons
Dirigent Mariss Jansons Foto Simon van Boxtel

Wat stram kwam hij vrijdag via de zijtrap het podium van het Concertgebouw op: dirigent Mariss Jansons.

Met het Symfonieorkest van de Beierse Omroep (BRSO, sinds 2003 opererend onder zijn chefschap) was hij vorige week op voorjaarstournee. Vierde stop: Amsterdam. Uit een afgeladen Grote Zaal en ovationeel applaus voor en na de pauze bleek dat het Nederlandse publiek de ex-chef van het Concertgebouworkest nog altijd een warm hart toedraagt.

In zijn Amsterdamse jaren (2004-15) deed Jansons zich kennen als een hyperperfectionistische klankpolijster die excelleerde in diepgevoelde uitvoeringen van Mahler, Bruckner, Strauss en Russisch repertoire. Dat er ook een uitstekende Negende symfonie van Dvořák in zijn baton schuilt, mag blijken uit zijn RCO Live opname uit 2005.

Niettemin had het BRSO vrijdag even tijd nodig om op stoom te komen in Dvořáks Symfonie uit de Nieuwe Wereld. In de langzame inleiding rammelde de intonatie van de hoorns. In het hoofdthema liepen koper en pauken een fractie uit de pas met de strijkers. Pas halverwege het eerste deel klikten de orkestgroepen in elkaar als een legpuzzel, waarop Jansons Dvořáks weidse prairiepanorama’s in fraai gedoseerde tutti’s uitlichtte.

Het tweede deel (blozende strijkers, mooie althobo-solo) klonk zeldzaam teder; het resultaat van zestien jaar chefschap en blind wederzijds vertrouwen. Ook in het derde deel vonden dirigent en musici elkaar feilloos: met minieme gebaren hield Jansons het wervelende Scherzo gaande.

Saint-Saëns’ Orgelsymfonie kreeg een technisch sterke uitvoering. Mooi hoe Jansons de houtsolo’s van het eerste deel trefzeker door ritmisch verraderlijke begeleidingsfiguurtjes loodste. Het tweede deel liet hij hymnisch breed welven in subtiel gedoseerde mengklanken van orgel en strijkers. En toch kon ook Jansons niet verhinderen dat de finale met haar overdaad aan bekkens en pauken iets protserigs hield.