De drie zuilen van het Duitse bankenlandschap

Banken Deutsche en Commerzbank „jammeren graag”, omdat ze moeten concurreren met banken die winst niet als oogmerk hebben. Hoe ziet de Duitse bankensector eruit?

In Duitslands financiële hoofdstad Frankfurt steken de kantoortorens van Deutsche Bank en Commerzbank hoog de lucht in. Maar wie naar de bankensector in heel Duitsland kijkt ziet iets anders. Die twee grote banken, die nu de mogelijkheid van een fusie onderzoeken, zijn niet de dominante spelers die ze in Frankfurt lijken. En dat is een deel van hun probleem.

Het zogeheten Duitse Bankenlandschaft is dichtbegroeid, met een enorme hoeveelheid grote en kleine banken van uiteenlopende soorten. Sommige zijn private, commerciële banken, zoals Deutsche Bank en Commerzbank. Andere zijn publiekrechtelijke instellingen, die nauw verbonden zijn aan de overheid en niet primair op winst zijn gericht. En dan zijn er nog de coöperaties.

Slechts een minderheid van de Duitse banken is in particuliere handen en tegelijk gericht op het maken van winst. De concurrentie op de thuismarkt is daardoor zwaar, klagen de private banken sinds jaar en dag. En winst maken moeilijk.

De drie zuilen van het Duitse bankenstelsel:

  1. Sparkassen

    De Sparkassen – verspreid over Duitsland bijna vierhonderd – vallen grotendeels onder de verantwoordelijkheid van steden en gemeenten. Ze zijn oorspronkelijk opgericht om de regionale economie te stimuleren, maar ze zijn allang op veel breder bancair terrein actief.

    Wel moeten deze spaarbanken zich beperken tot hun eigen regio, en ze mogen niet met elkaar concurreren. Kerntaken zijn het innemen en uitzetten van spaargeld en het verstrekken van leningen: aan kleine en middelgrote ondernemingen voor investeringen, en aan particulieren voor vooral het bouwen en kopen van huizen. De Sparkassen nemen ruim 28 procent van de kredieten aan zowel particulieren als bedrijven voor hun rekening.

    De acht Landesbanken functioneren als een soort regionale centrale banken voor de Sparkassen. Ook helpen ze de Sparkassen bij grote en internationale zaken. Daarnaast zorgen ze voor de financiële dienstverlening aan gemeentes en deelstaten.

    Oorspronkelijk waren alle Landesbanken in handen van deelstaten, gemeenten en Sparkassen. Daardoor konden ze ingezet worden voor politieke, niet per se profijtelijke projecten. Als de Landesbank in financiële problemen kwam, moest de belastingbetaler ervoor opdraaien.

    Maar de staatsgaranties voor de Landesbanken zijn afgeschaft. De HSH Nordbank, die in de financiële crisis van 2007-2008 in ernstige problemen was geraakt, moest daarom van de Europese Commissie geprivatiseerd worden – en heet nu Hamburg Commercial Bank.

  2. Coöperatieve banken

    De tweede zuil van het Duitse bankenstelsel wordt gevormd door de coöperatieve banken, of Genossenschaftsbanken. Bij elkaar zijn het er maar liefst 918, aldus het Bundesverband deutscher Banken. Deze coöperatieve banken – waar klanten tegelijk leden zijn, die samen het eigendom hebben – zijn opgericht zodat boeren als deelnemers aan de coöperatie bijvoorbeeld gezamenlijk zaden en andere waar kunnen inkopen (Raiffeisenbanken), en zodat kleine nijverheidsbedrijfjes toegang tot betaalbaar krediet hebben (Volksbanken).

    De Genossenschaften zijn goed voor 24 procent van de kredieten voor particulieren, en 18 procent van de kredieten voor bedrijven. Ook zij hebben een soort eigen centrale bank, die ook grote en internationale zaken waarneemt: de DZ-Bank. Deze DZ-bank is na Deutsche Bank, gekeken naar balanstotaal, de grootste bank van Duitsland.

    Fusies en overnames mogen alleen binnen de zuil plaatsvinden

  3. Particuliere banken

    De derde zuil bestaat uit de 284 particuliere banken, waaronder de vier Grossbanken Deutsche Bank, Commerzbank, Postbank (dochter van Deutsche Bank) en Hypovereinsbank (dochter van de Italiaanse UniCredit). Zo’n 32 procent van de kredieten voor particulieren en 28 procent van de kredieten voor bedrijven komt van de commerciële bankensector.

    Het is een „ergerlijke smoes” om te beweren dat de versplinterde Duitse bankenmarkt een belemmering vormt voor de twee grote, maar verzwakte commerciële banken Deutsche Bank en Commerzbank, zegt Reinhard Schmidt, hoogleraar financiën aan de Goethe Universiteit in Frankfurt.

    „Ze jammeren graag dat ze het zo zwaar hebben omdat ze moeten concurreren met de Sparkassen en de Genossenschaften, die niet primair op winst zijn gericht. Maar dat deze twee grote banken in de problemen zitten komt gewoon omdat ze hun werk niet goed doen.”

    Schmidt wijst er onder meer op dat de Sparkassen en Genossenschaften veel verder zijn op het gebied van IT, ook efficiënter werken. „En bovendien hebben ze niet van die idioot hoge salarissen en bonussen betaald, zoals bij de afdeling investment banking van de Deutsche Bank.”

    En dat de Sparkassen en Genossenschaften „heel dicht bij hun klanten staan” is met name voor ondernemers belangrijk. „De grote banken hebben veel van die klanten in de afgelopen decennia verloren”, zegt Schmidt.

Oude en complexe structuur

In veel landen, waaronder Nederland, heeft een consolidatie de afgelopen decennia geleid tot een sterke vermindering van het aantal spelers op de bankenmarkt. Ook in Duitsland is een consolidatie gaande, maar aanzienlijk minder drastisch.

Dat heeft ermee te maken dat fusies en overnames alleen mogelijk zijn bínnen de zuilen: een commerciële bank bijvoorbeeld mag volgens de wet geen Sparkasse overnemen. Zo is de al twee eeuwen oude structuur van de Duitse bankenmarkt in tact gebleven.

Lees ook: De lamme moet de blinde helpen in de Duitse bankenwereld

Mocht de fusie waarover Deutsche Bank en Commerzbank in gesprek zijn, doorgaan, dan zal dat tot verschuivingen leiden in het Duitse bankenlandschap. „De spaarbanken en de coöperaties verheugen zich er nu al op”, zegt Schmidt. „Veel klanten hebben Deutsche Bank de afgelopen twintig jaar verlaten, omdat die zich zo sterk als investeringsbank ontwikkelde. Dat ging ten koste van de ondernemingsfinanciering. Bedrijven stapten daarom over naar andere banken, waaronder de Commerzbank.”

Schmidt voorziet dat, als de fusie doorgaat, veel Commerzbankklanten opstappen om te voorkomen dat ze alsnog bij Deutsche terechtkomen. „In veel gevallen zullen ze dan overstappen naar Sparkassen en Genossenschaften.”

Het complexe Duitse bankensysteem wordt door buitenstaanders vaak met onbegrip en meewarigheid bekeken. Hoewel de grote banken hun kantorennetwerken al fors hebben ingekrompen, zijn er verspreid over het land nog altijd 30.000 bankfilialen, die veelal hoge kosten met zich meebrengen.

Vooral dankzij de spaarbanken en coöperatieve banken zijn er ook in dunbevolkte gebieden nog bankkantoren waar particulieren en kleine en middelgrote bedrijven terecht kunnen. In het economische én het maatschappelijk leven spelen ze daar een rol die voor de grote banken niet meer rendabel is.

Het Duitse bankenlandschap mag ingewikkeld in elkaar zitten, het is voor commerciële banken wel degelijk aantrekkelijk, zegt hoogleraar Schmidt. „Kijk maar naar Santander en ING”. De Nederlandse bank opereert in Duitsland als onlinebank, volledig zonder kantorennetwerk. „De succesvolste banken in Duitsland zijn buitenlandse banken.”