Opinie

Thierry Baudet appelleert met zorgwekkend taalgebruik aan heersende onvrede

verkiezingsuitslag

Commentaar

Van oud PvdA-politicus Ed van Thijn komt de uitspraak dat politici altijd pas achteraf schrikken. Na verkiezingen, bedoelde hij. Oftewel: als het electorale slagveld is aangericht. Dit is na de stembusgang van afgelopen woensdag opnieuw niet anders. Na de voor Nederland unieke uitslag waarbij Forum voor Democratie (FvD) vanuit het niets de grootste partij werd in de Eerste Kamer en in de provincies Zuid-Holland, Noord-Holland en Flevoland zijn de andere partijen collectief in therapie gegaan. Twee met elkaar verband houdende vragen staan bij het zelfonderzoek voorop: hoe heeft het zo ver kunnen komen en hoe de opmars van FvD te stuiten?

Verliezers kunnen niet anders dan zo te handelen. Tegelijk is het een tamelijk onbeholpen exercitie. De plotselinge en aanzienlijke steun van de kiezer voor een nieuwkomer die zich tegen de gevestigde orde keert is niet nieuw. Integendeel. De politieke indringer van buiten die zegt de boel te komen opschonen is bij verkiezingen al haast net zo’n vast gegeven als de bestaande, ‘oude’ partijen waartegen geageerd wordt.

In 2002 stonden de Tweede Kamerverkiezingen in het teken van de komeetachtige opkomst van Pim Fortuyns LPF die in één keer 17 procent van de stemmen behaalde. Daarna was het de beurt aan Geert Wilders’ PVV die via een bescheiden tussenstap in 2006 bij de verkiezingen van 2010 meer dan verdubbelde en ruim 15 procent van de stemmen vergaarde. En nu dus het met twee zetels in de Tweede Kamer vertegenwoordigde FvD dat bij de Provinciale Staten verkiezingen op 14,5 procent van de stemmen uitkwam.

De berustende benadering is dat het land moet leren leven met een contingent kiezers van rond de 20 procent van het electoraat dat zich niet aangesproken voelt door de klassieke partijen. Ze stemmen op de antipartij die hun ontevredenheid van dat moment het best vertolkt. Het betekent dat gemiddeld vier op de vijf kiezers nog altijd ‘gewoon’ dan wel niet-extreem stemt. Omdat de geschiedenis laat zien dat veel van de ‘systeembestormers’ vanwege onderlinge verdeeldheid of gebrek aan ervaring al weer snel inzakken moeten zij maar als onveranderlijk gegeven worden geaccepteerd.

Afgezien van een berustende is dit ook een cynische benadering. Want een permanent aanwezige, zich niet gehoord voelende klasse, staat ergens voor en kan niet oneindig terzijde worden geschoven. Het betreft weliswaar geen meerderheid, verre van dat, maar er wordt wel een onrustbarend signaal afgegeven.

Dat de klachten die begin deze eeuw in de aanloop naar Pim Fortuyn ook al werden geuit nog net zo hard klinken moet te denken geven. Bovendien is het een reactie waar alle westerse samenlevingen mee te maken hebben. Zie de Brexit, zie de opkomst van populistische partijen elders in Europa, zie Trump, zie ook het fenomeen van de gele hesjes. En het maakt niet uit of er sprake is van economische laag- dan wel hoogconjunctuur.

De heersende stemming werd in 2018 treffend onder woorden gebracht door het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) met de zin: ‘Met mij gaat het goed, met ons gaat het slecht.’ Telkens weer blijkt uit onderzoek dat Nederlanders tot de meest tevreden burgers ter wereld behoren. En toch is er die grote aantrekkingskracht van politici en partijen die aan de onvrede weten te appelleren. In zijn onlangs verschenen boek Veenbrand waarschuwt SCP-directeur Kim Putters terecht voor de „blindheid voor de smeulende polarisatie” die achter de economische overvloed schuilgaat. „De veenbrand kan daardoor een uitslaande brand worden”, schrijft hij.

Het lastige voor de afgelopen woensdag wederom stevig wakker geschudde ‘gevestigde orde’ is dat het geven van een genuanceerd antwoord altijd weer vele malen moeilijker blijkt te zijn dan het vaak meer op gevoel dan op feiten gebaseerde protest van de aanklagers. Toch blijft dit de opdracht voor degenen die bij de verkiezingen zo hard zijn aangesproken.

Bij dat antwoord horen tevens stevige woorden. De ideologische ondertoon van Forum voor Democratie zoals deze naar voren kwam in de opmerkelijke overwinningstoespraak van FvD-leider Thierry Baudet was uiterst zorgwekkend. Zijn woordkeus sloot her en der naadloos aan bij geluiden die ook internationaal bij dubieuze groeperingen worden gehoord. Dan gaat het bijvoorbeeld om de op handen zijnde „ondergang” als politieke drijfveer. De geschiedenis kent enkele zwarte voorbeelden van waar dit uiteindelijk toe kan leiden. De ‘oude’ politici zijn woensdagavond geschrokken. Ze zouden vooral gewaarschuwd moeten zijn.

In het Commentaar geeft NRC zijn mening over belangrijke nieuwsfeiten. De commentatoren schrijven deze artikelen in samenspraak met de hoofdredactie.