Na Baudets succes is de coalitie als Hotel California: niemand kan eruit

Deze week: een schokkende aanslag, toen een schokkende uitslag. Ofwel: gesprekken in de Haagse binnenkamers na Baudets doorbraak.

Na de verkiezingen hebben de winnaars zelden een hekel aan aandacht. Logisch. Maar in Den Haag moet je meestal bij de verliezers zijn om te begrijpen wat er echt speelt.

Om een voorbeeld te noemen: een CDA-prominent appte me donderdag een citaat van staatssecretaris Mona Keijzer (Economische Zaken, CDA) op Radio 1. „Er staan ook kroonprinsessen klaar”, had zij gezegd. Het was me in de drukte van die dag even ontgaan.

Vermoedelijk reageerde ze verlaat op de speculaties over partijleider Buma, die binnen de partij vlak voor de uitslagenavond aanzwollen.

Met name een debat van Buma met Klaver, vorige week vrijdag bij Pauw en Jinek, was bij CDA’ers slecht gevallen.

Buma was van leer getrokken tegen Klaver, hoewel de coalitietop twee dagen eerder klimaatkeuzes bekendmaakte – lagere energierekening, CO2-heffing - die in de richting van GroenLinks gingen.

De CDA-leider maakte geen geheim van zijn persoonlijke weerzin tegen Klaver. Maar binnen de partij, ook in de CDA-top, werd bezorgd gevraagd of deze stijl paste bij het land dat het CDA zegt te willen doorgeven.

Buma luisterde wel – want dinsdag, in het slotdebat bij de NOS, benaderde hij SP-leider Marijnissen heel anders: hij vroeg haar beleefd of ze niet meer aan de kant wilde blijven staan.

Maar tevredenheid hierover verdween op verkiezingsdag toen de opkomst veel hoger bleek dan voorzien. Normaal slecht nieuws voor het CDA, een partij met trouwe kiezers die belang heeft bij lage opkomst.

Opnieuw stak onrust de kop op, en speculeerden CDA’ers over Buma’s mogelijke vertrek. Hij wekt in de fractie de indruk dat hij al is afgehaakt, zei een Haagse CDA-bron.

De uitslagenavond werd een opluchting voor de CDA-voorman. Zijn partij boekte kleiner verlies dan verwacht, en werd vóór GroenLinks de derde van het land – waarmee het gepraat over zijn vertrek verstomde. Voorlopig dan.

De gang van zaken was kenmerkend voor de moodswings van de hele afgelopen week.

Aanslag in Utrecht op maandag, verkiezingen in alle provincies op woensdag, bijkomen van de uitslag én de aanslag de dagen erna.

Een emotionele achtbaan. Voor elke ervaring te weinig tijd.

Toen de politie maandag in Utrecht nog bezig was met afzettingen na de aanslag van Gökmen T., en ik het wijkje naast het 24 Oktoberplein binnenwandelde, was er naast angst en lichte opgefoktheid ook nieuwgierigheid: waar ging dit nou over?

Mensen speculeerden gretig. Het soort speculeren dat in de politiek dagelijkse kost is.

In theorie had je dit kunnen negeren, maar speculaties zijn in de mediawerkelijkheid nu feiten op zich, en de mogelijke verklaringen – eerwraak, anti-islamsentiment, terrorisme? – zag je terug in reguliere media.

Tegelijk viel op dat mensen hier kalmer waren dan de wereld daarbuiten. Het drong pas tot me door toen ik terug wandelde naar het station: verlaten Utrechtse straten als onheilstijding.

Aan het slot van de week kon je de dader niet meer in honderdveertig tekens vangen. Snuiver, terrorist, geweldpleger, salafist, verkrachter, crimineel: van zo’n gelaagd beeld kon iedereen het zijne maken.

Bij de zege van Baudet, woensdag, had je iets vergelijkbaars. Wat was dit precies – een ruk naar rechts, een beuk voor Rutte, een product van de versplintering?

Om te beginnen: de enige partij die geen campagne voerde voor haar provinciale kandidaten won de statenverkiezingen. Het zei niet alleen iets over Forum voor Democratie: het zei evenveel over de gênante onzichtbaarheid van provinciale politici. Vergaderaars zonder volk.

En dan te bedenken dat uitgerekend Rutte, die politiek de zwaarste klap kreeg, provincies eerder wilde opheffen, waarna provinciebestuurders zijn plannen via Haagse achterommetjes blokkeerden.

Ook viel na de uitslag lastig vol te houden dat we hier een partijkartel hebben. Wie van niets op één bij verkiezingen eindigt kan onmogelijk claimen dat de andere partijen de politieke markt afschermen.

Maar de belangrijkste les van de uitslag leek me dat de politiek het laatste jaar opnieuw in de valkuil van de goede bedoelingen was getrapt.

Toen twee maanden terug drie coalitiepartijen (CDA, D66, CU) de VVD op de knieën dwongen over het kinderpardon, stonden Baudet en Wilders samen al boven de twintig procent in de Peilingwijzer.

Dus de politici die de kant van de kinderen kozen, hoe logisch ook, konden weten dat het rechts nationalisme zou profiteren: vorig jaar september nog constateerde het SCP dat 38 procent van de bevolking migratie en integratie spontaan als grootste maatschappelijke probleem noemde.

Ook de risico’s van progressieve klimaatpolitiek waren geen geheim. Zelf schetste ik vorig jaar zomer wat de investeringskosten voor burgers bleken te zijn toen het Schilderskwartier in Woerden op proef warmtepompen installeerde.

Dit bleek neer te komen op een slordige 20.000 euro per huishouden. De wethouder zei te rekenen op steun van het rijk, maar die is nooit gekomen.

Het gevolg: vooral ouderen en mensen met lage inkomens met enorme angst voor klimaatbeleid.

Tekenend was de lokale VVD, waar fractievoorzitter Reem Bakker opstapte. Desgevraagd schetste hij toen al de gevolgen van het lokale klimaatbeleid: „Een ramp voor de VVD, een droom voor Baudet.”

Donderdag zinspeelden vooral CDA’ers in Den Haag op een terugtrekkende beweging.

Misschien toch de Klimaatwet in de Eerste Kamer afstemmen. Misschien toch vaststellen dat – daar was-ie weer – Buma’s klimaatafspraken in de formatie een vergissing waren.

„Het klopt dat de partij die windmolens wil heeft gewonnen”, zei een senator. „Maar de partij die geen windmolens wil heeft véél meer gewonnen.”

In de VVD waren ze niet toe aan zulke gevolgen. Nakomen wat we hebben afgesproken, zeiden ze daar, maar het klimaatbeleid niet steeds presenteren als een revolutie. Kalmte graag.

De hoop is daar bovendien gevestigd op een door Dijkhoff geschreven discussiestuk voor de partij – Rutte heeft erover meegedacht.

Het was voor de verkiezingen al af, en het verkent, begrijp ik, een meer volkse VVD. Opkomen voor de gewone man en de middenklasse. De volkspartij van weleer.

Dus: minder geloof in zelfredzaamheid, niet vanzelf meer inzetten op marktwerking, nadelen van individuele vrijheden onderkennen, democratie weerbaarder maken, de discussie openen over de belastingmoraal van techbedrijven.

Het kan passen bij de recent ingezette koers, waarbij de partij niet langer expliciet probeert met de zeer rechtse opvattingen van FvD en PVV te concurreren.

Ook de rest van de coalitie – CU en D66 – wil nu per wet bekijken of er een meerderheid in de Eerste Kamer is, en denkt dat de onderhandelingspositie lang niet slecht is: drie partijen (Forum, GroenLinks, PvdA) kunnen de coalitie elk afzonderlijk aan een meerderheid in de senaat kan helpen.

„Weinig aan de hand”, zei een CU’er.

En geen van de coalitiepartijen wekt de indruk dat ze Rutte III snel laten vallen. Dan zouden ze de volgende zege van Baudet bestellen, zeiden ze, en met drie coalitiepartijen op verlies is dat geen optie.

Rutte III als Hotel California: niemand kan eruit.

Het laat ook zien dat de politiek van het midden op de rand van de afgrond verkeert: ook niet-rechts nationalistische partijen hebben verminderd zin om het risico van een electorale ondergang te lopen.

Dus nestelen ook die partijen zich liever op een flank. Zo blijven alleen een paar middenpartijen over die zich telkens opofferen voor de regeerbaarheid van het land – en op een gegeven moment stopt dat.

Een Haagse routinier legde me vrijdag uit: de VVD is eigenlijk volledig uitgewoond, en het moment komt dichterbij dat de belangen van Rutte en de partij te ver uiteen lopen.

Wat dat betreft deelde Baudet inderdaad een beuk aan Rutte uit.

In veel Haagse gesprekken bleef het ongenoegen over Baudet terugkeren. Over zijn opvattingen, zijn gedrag, zijn ondergangsretoriek.

Dus heb je ook partijen die hem willen confronteren met alle verkiezingsbeloften.

Zo beloofde Forum nog dit jaar via de senaat drastische koopkrachtverbetering. Een senator smaalde: ik neem aan dat ze er de Mexicanen voor laten opdraaien – want via de senaat zal dit niet gaan.

Toch speelt hier ook zelfontkenning over de versplintering. Politiek in Nederland zal altijd samenwerking van minderheden zijn, dus die versplintering is ook bewijs dat politici niet meer het vermogen hebben opvattingen in te leveren om met andere partijen een blok te vormen. GroenLinks met PvdA. D66 met CDA of VVD. VVD met CDA. CDA met CU. Etc.

Nu dit al decennia uitblijft – de laatste keer was in 1988 de vorming van GroenLinks – neemt de gemiddelde aanhang van partijen sterk af.

Forum was woensdag de grootste met 14,4 procent van de stemmen. In 1998 was D66 met 15,4 procent de vierde partij. In 2006 de SP met 16,6 procent derde partij. In 2012 was het CDA met 13,6 procent vierde partij.

Zo snel gaat versplintering, en bijna elke partij kan nu de grootste worden. Bezorg de Partij voor de Dieren of 50Plus een charismatische lijsttrekker, en de weg naar 15 procent is ook voor die partijen af te leggen.

Anders gezegd: wie grootste wordt met een aanhang van deze omvang is niet automatisch meer een invloedrijke factor in de politiek.

Dus Baudet haalde woensdag vanuit zijn gezichtspunt een prachtig resultaat. Het beste dat zijn stroming ooit had. Een ruk naar rechts, althans: een rukje.

Maar 79 procent van de Nederlanders stemde nog steeds op een partij die zich tot een andere stroming rekent, en het is in onze politieke geschiedenis vele malen voorgekomen dat de grootste partij geen machtspositie bezette – met een véél grotere aanhang. Denk aan de PvdA in 1977-81 (de grootste met 33 procent) en 82-86 (grootste met 30 procent).

Wat dit betreft klonken deze week alle onheilstijdingen over de doorbraak van Forum even overtrokken als die lege Utrechtse straten op maandag.

Je kon denken dat groot gevaar dreigde, maar je kon net zo goed zeggen dat we nog moesten zien hoeveel hier eigenlijk aan de hand was.